Bungelende macht

Het gedwongen vertrek van burgemeester Vreeman uit Tilburg past in een ontwikkeling die weinig goeds voorspelt voor het lokale bestuur. Het machtsevenwicht tussen gemeenteraad en burgemeester is sinds een aantal jaren gekanteld ten gunste van de raad. Dat is te zien aan het sterk gestegen aantal weggestuurde burgemeesters. Sinds 2000 zijn er maar liefst 49 burgemeesters publiekelijk gedwongen op te stappen na een conflict met de raad. In de vorige eeuw kwam zoiets nauwelijks voor. Er wordt geschat dat er daarnaast nog heel wat burgemeesters stil zijn vertrokken, uit ongemak of onvrede maar zonder publicitair rumoer.

Uit onderzoek van de Maastrichtse onderzoekers Korsten, Aardema en Resoort blijkt dat burgemeester een hybride functie is geworden die op imploderen staat. Ooit was de burgemeester dankzij de Kroonbenoeming een bovenlokale gezagsdrager: een boegbeeld en carrièrebestuurder, met een ‘lijntje’ naar Den Haag en een band met de commissaris van de koningin. Tegenwoordig is de burgemeester de facto een lokale quasiregeringsleider, die de koers bepaalt en door de raad wordt ‘afgerekend’. Die positie heeft hij of zij te danken aan de benoemingsprocedure, waarin de gemeenteraad sinds kort feitelijk de doorslag geeft.

Dat is op zichzelf een versterking van de democratie op plaatselijk niveau. Maar het is nog maar een halve stap. Het verschaft de burgemeester geen mandaat zoals verkiezingen wel zouden bieden. De burgemeester is zo een verweesde Kroonfunctionaris geworden die mag bungelen, in het slechtste geval in gemeentes met moeizame politieke verhoudingen.

Deze moderne burgemeesters hebben wel meer uitvoerende macht gekregen, in het bijzonder op het terrein van de openbare orde. De burger verwacht streng en direct optreden, zoals de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb onlangs mocht ontdekken toen de raad hem in felle termen verweet dat hij onvoldoende verdachten van de strandrellen in Hoek van Holland had opgepakt.

De moderne burgemeester moet dus tegelijkertijd tussen en boven de partijen staan. Hij is nog steeds een onpartijdige ambassadeur annex teamleider. Maar wel een die, als een echte politieke bestuurder, voortdurend de dikte van het ijs onder z’n voeten moet controleren: heb ik nog vertrouwen van de raad? Gemeenteraden hebben daarom ontdekt dat ze een burgemeester net zo eenvoudig kunnen ontslaan als benoemen. Dat gebeurt dan ook.

De burgemeester heeft in 2009 een legitimatieprobleem. Is hij de topman van de gemeente en verantwoording schuldig aan de burger die hem benoemt en ontslaat? Of is hij de gezagsdrager van buiten die de gemeente op koers houdt?

Het kabinet houdt het erop dat er sprake is van een ‘balans’ en verklaart plechtig dat deze spagaat juist de ‘kracht’ van de burgemeester vormt. In werkelijkheid is het zijn zwakte. De komende jaren zullen de ‘benoemde gekozen’ burgemeesters dus van hun stoelen blijven vallen. Tot er van het ambt niets meer over is.