Bangsamoro willen een thuisland

De islamitische bevolking van Mindanao vecht altijd al tegen overheersing. Eerst door koloniale machten, nu door het gezag in Manila. Er is een schuchter bestand.

Jonge familieleden van Ghazali Jaafar staan met geweren op wacht voor zijn kantoor in Simuay. Want hoewel Jaafar nu de politieke afdeling leidt van het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront, blijft hij een strijder. Van 1972 tot 1987 vocht de vader van tien kinderen als guerrillero in de jungle voor onafhankelijkheid voor de Bangsamoro, het islamitische volk uit dit deel van de zuidelijke Filippijnen. In de dichtstbijzijnde stad Cotabato City komt hij niet: te onveilig.

Na opnieuw een jaar vechten tegen het leger is het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront (MILF) sinds kort weer in gesprek met de Filippijnse regering. Eind juli is afgesproken de vijandelijkheden te staken, er is overeenstemming over een internationaal comité dat de hernieuwde vredesbesprekingen begeleidt. „Wij zien dit als een mijlpaal”, zegt Jaafar, naast hem de groene vlag van de Bangsamoro. „Het vertrouwen is weer hersteld.”

Dat was hard nodig. Na vier jaar praten stortte het vredesproces vorig jaar augustus volledig ineen. De regering en het MILF hadden een revolutionair akkoord bereikt dat ze op 5 augustus zouden tekenen in Maleisië. Maar toen de eerste afgevaardigden al in Kuala Lumpur waren geland, hield het Filippijnse hooggerechtshof de ondertekening tegen. Later bepaalde de rechter dat het akkoord ongrondwettig was.

De regering krabbelde terug, ook geschrokken van de grote oppositie tegen het akkoord. Enkele MILF-strijders koelden hun woede op christelijke dorpen, waar zij een bloedbad aanrichtten. Wat volgde was een jaar van gevechten tussen de regering en de rebellen, waarbij zo’n 300 burgers omkwamen en 600.000 mensen hun huizen ontvluchtten. Een groot deel van hen verblijft nog in vluchtelingenkampen.

De kern van het akkoord van vorig jaar was de creatie van een ‘juridische entiteit’, een staat binnen de staat, waar de Bangsamoro een grote mate van zelfbestuur zouden hebben. Zij strijden al decennialang voor een thuisland in het westen van Mindanao en enkele eilanden tussen Mindanao en Maleisië.

Jaafar zegt dat de Bangsamoro zich altijd hebben verzet tegen kolonisering door eerst de Spanjaarden en later de Amerikanen. „Nu beschouwen wij de Filippijnen als een koloniale regering.” Alhoewel de islamitische identiteit een belangrijk aspect is van de Bangsamoro, is het geen religieus conflict. Het MILF streeft niet naar een islamitische staat. „Een Bangsamoro-staat zou democratisch worden. Er zou vrijheid van religie zijn, christenen kunnen doorgaan met hun kerken en met het drinken van sterke drank,” zegt Jaafar.

„Dit gaat meer om de verdeling van macht tussen de centrale regering en de Bangsamoro”, zegt hoogleraar Abhoud Syed Lingga van het Instituut voor Bangsamoro Studies. Bij de bevolking leeft diep wantrouwen tegen de centrale regering, waardoor een groot deel de rebellen steunt. Zij voelen zich in de overwegend katholieke Filippijnen gediscrimineerd. Bovendien beschikt Mindanao over veel natuurlijke rijkdommen, maar is de bevolking de armste van het land. De hoop was dat de grotere autonomie en de zeggenschap over de rijkdommen waarin het akkoord voorzag, zouden zorgen voor betere voorzieningen, meer ontwikkeling en minder corrupte leiders. „Dit akkoord was weliswaar geen onafhankelijkheid. Maar het was wel het beste dat we tot nu toe hebben gehad”, zegt Syed Lingga.

Lokale christelijke politici reageerden woedend toen ze ontdekten dat hun gebieden mogelijk onder de nieuwe staat zouden vallen, en stapten naar het hooggerechtshof. Deels omdat hun families grote stukken land in het Bangsamoro gebied bezitten, en ze bang waren dat kwijt te raken.

Intussen stelden politici in Manila met verbijstering vast dat in het akkoord niet duidelijk was hoe de relatie tussen de centrale en de Bangsamoro-regering zou worden. Het was toch niet de bedoeling dat de Bangsamoro een eigen munt zouden beginnen of in het buitenland eigen ambassades zouden stichten?

Het MILF wil niet over alles wat ze vorig jaar binnen dacht te hebben, opnieuw onderhandelen. De organisatie heeft ook zijn eigen dwarsliggers. Ten eerste de losgeslagen commandanten, al zegt ze die onder controle te hebben. „Kijk naar het staakt-het-vuren, sindsdien hebben ze geen schot gelost”, zegt Jaafar.

Verder verzetten sommige Bangsamoro-leiders van het Moro Nationale Bevrijdingsfront (MNLF), de rebellengroep waarvan het MILF zich in 1977 afsplitste, zich tegen het nieuwe Bangsamoro-gebied. De MNLF sloot al eerder vrede met de Filippijnse regering, waaruit de Autonome Regio van Moslim Mindanao is voortgekomen, die door MNLF-leden wordt geleid. „Zij proberen een akkoord te blokkeren, want ze willen hun positie niet kwijt”, zegt Jaafar.

Alhoewel Seguis en Jaafar zeggen optimistisch te zijn, bestaat er grote twijfel of er nog kans is op een vredesovereenkomst vóór president Arroyo in juni volgend jaar aftreedt.

Over haar opvolgers bestaat in Mindanao ook weinig optimisme. Het vredesproces speelt geen rol bij de beginnende verkiezingscampagnes. Hoogleraar Lingga: „De elite wil niets veranderen, zij zullen altijd hun eigen belangen beschermen. En wij hebben maar 1 miljoen stemmers. Ze kunnen ons negeren.”