Albert, da's geen gewone

Veldrijder Niels Albert zet dit seizoen de aanval in op de hegemonie van Sven Nys.

Wie is de nieuwe heerser in de populaire Vlaamse sport?

Tien minuten voor de start van de twintigste Koppenbergcross, een van de meest prestigieuze veldritten van het seizoen, schalt de stem van de speaker door de Vlaamse Ardennen. „Peter Van Den Abeele was ooit de koning van de Koppenberg. Die titel is inmiddels overgenomen door Sven Nys, die zes keer won in de laatste zeven jaar. En dan is er nu Niels Albert…”

Meer dan tienduizend toeschouwers op de beruchte kasseienklim uit de Ronde van Vlaanderen snappen de suggestie. Zeven veldritten won regerend wereldkampioen Albert (23) al in dit nog prille seizoen, meestal met grote overmacht. Zoals beide wedstrijden om de wereldbeker (Treviso en Pilzen) en de zware wedstrijd om de Gazet van Antwerpen Trofee op de Citadel in Namen. Ter vergelijking: zijn grote concurrent Sven Nys (33), de afgelopen jaren dominant in het veldrijden, won pas twee keer – de Superprestige in Ruddervoorde (voor de tiende keer) en vorige week dinsdag de Nacht van Woerden.

„Ik denk wel dat Albert de nieuwe koning van de cross kan worden”, zegt Richard Groenendaal, de wereldkampioen van 2000, die na vorig seizoen stopte. Ook Nys, vorig jaar nog winnaar van alle klassementen (wereldbeker, Superprestige en Gazet van Antwerpen Trofee), looft de jonge wereldkampioen opzichtig. „In de toekomst zie ik hem het veldrijden in België dragen.” De legendarische Erik De Vlaeminck, zevenvoudig wereldkampioen en voormalig bondscoach, reageert lyrisch op de naam Albert. „Ah, da’s geen gewone hè. Die kerel is zo sterk. Volgens mij kan hij ook klassiekers winnen op de weg.”

Onder lenteachtige omstandigheden stappen de renners tegen drieën uit hun in eigen kleuren geschilderde camper of camionette – de grootste is met afstand die van Nys – op weg naar de start. Vlak voor de start, alsof iemand een knop aanzet, steekt een straffe wind op en begint het even te regenen. Als hazewindhonden komen veertig wielrenners aanstormen voor de eerste van tien passages bergop. Over de keien, rechts het weiland in. „Albert!” Plotse ontzetting bij de fans. ‘Koning’ Albert blijft met zijn stuur haken in het lint van de afzetting en valt direct ver terug.

„Of hij sterk is hè”, zegt Wilfried Peeters een paar minuten later bewonderend. De oud-renner en ploegleider van Quickstep is op de Koppenberg als supporter van zijn neef Rob. Als zo velen rent hij na de passage bergop op zijn kaplaarzen honderd meter door het weiland met koeienvlaaien om de renners aan de andere kant weer te zien afdalen. Net als iedereen is hij volledig gefocust op de regenboogtrui. „Net zat hij achterin, nu schuift hij binnen een halve ronde zomaar twintig plaatsen op.”

Peeters geniet. „Dit is heilige grond voor de Vlaamse wielerliefhebber. Iedere jonge renner groeit bij ons op in het veld. Albert kan ook goed uit de voeten op de weg, hij won er afgelopen zomer wedstrijden. Maar hij wil schitteren in het veld. Dat is ook lucratief. Hij raakt in de winter aan de status van Tom Boonen op de weg.”

Althans in België, nuanceerde Nys eerder. „Het veldrijden was bij ons nooit populairder dan nu. De wedstrijden zijn elke week rechtstreeks op tv, er zijn sponsors in overvloed.”

Een golf van enthousiasme gaat door de rijen als Albert al in de derde ronde een demarrage van Stybar countert. „De sport heeft internationale strijd nodig”, zegt Groenendaal. „Stybar is degene die het moet doen, nu Lars Boom zich toelegt op de weg.” Vorig seizoen laaide de strijd soms ouderwets op tussen de Nederlandse wereldkampioen van 2008 en de Belgen. „Je moet de keuze van Boom respecteren”, vindt Groenendaal. „Maar voor het veldrijden is het een zware klap.”

Al is de koers nog niet op de helft, Albert trekt vol door. „Er zijn er weinig met zoveel talent”, zegt Peeters. „Agressief is hij, weinig nadenken. Zit ik in de tweede ronde op kop? Nou oké, dan doe ik het alleen wel. Zo wint hij zijn meeste koersen. Gewoon omdat hij de sterkste is.”

Toch keert Nys een ronde later terug in het wiel van de twee koplopers. „Albert is een sterkere wielrenner dan Nys”, zegt Groenendaal. „Maar Nys is technisch veel en veel beter. Dat is het mooie aan de Koppenbergcross. Alles zit erin: zwaar bergop, technisch bergop, een lastig stuk lopen en een moeilijke afdaling. De renners voelen in de koers precies hoe de hiërarchie is. Wie hier wint, is de sterkste.”

Het veldrijden leeft van de tweestrijd tussen de oude en de beoogde nieuwe heerser. „Het geeft de fans een keuze en achter die twee gaapt een serieus gat”, zegt Groenendaal. Nys zelf, die de olympische mountainbikerace van 2012 als doel heeft, beseft dat hij niet mag ‘afgeven’. „Als ik zou stoppen, komt de populariteit van de sport ook in België serieus in gevaar. Er is al een probleem als Niels of ik lang geblesseerd zijn. Dat geeft druk op ons. Aan de andere kant is het prettig dat ik niet meer altijd hoef te winnen. Tweede achter Niels vinden de fans ook niet slecht. Ik ben nog nooit zo populair geweest.”

Met een machtige demarrage in de laatste klim toont Nys toch weer wie de enige ‘koning van de Koppenberg’ is. Hij wint voor de zevende keer, Albert is op vier seconden tweede. „Hoe meer het seizoen vordert, hoe lastiger het voor Niels wordt”, zegt Nys slim. „Iedereen kijkt naar hem en gaat steeds meer verwachten. Dat wordt zijn zwaarste concurrent.” De nieuwe koning? Groenendaal: „Nys staat al twaalf jaar aan de absolute top, dat moet Albert eerst nog even doen.”