Tv-programma's die ook zijn te lezen

Theo van Gogh kon in stukjes en brieven als een duivel tekeergaan, luidde de conclusie van de Profiel-aflevering van gisteravond, maar was in de omgang uiterst aimabel en ruimhartig. Tijdens het kijken bekroop mij al snel een déjà lu. En ineens besefte ik: in Vrij Nederland van deze week betogen precies dezelfde vrienden en familieleden van Van Gogh precies hetzelfde tegenover precies dezelfde journalist. Zelfs als KRO en Vrij Nederland menen aparte groepen te bedienen moeten ze de kijkers en lezers laten weten dat het een coproductie betreft.

Eerder op de avond gingen twee nieuwe oorlogsseries van start. Naar 13 in de oorlog keek ik met de doelgroep bij uitstek: Rosa, mijn dertienjarige dochter. Een presentatrice maakte opgewekt aanschouwelijk hoe en waar de Tweede Wereldoorlog in Nederland begon. Dit werd afgewisseld met gedeeltelijk ingekleurde archiefbeelden en gedramatiseerde fragmenten van een jongen in oorlogstijd. Die zag eerst zijn vader in een te krap reservistenuniform naar het front vertrekken en vervolgens zijn moeder bij een bombardement sneuvelen.

Rosa vond de intermezzo’s van de presentatrice minder interessant dan de documentaire en gespeelde beelden. Docudrama in een historische vertelling is voor jongeren kennelijk minder hinderlijk dan jongvolwassenen die een kinderlijke toon aanslaan.

Bijna een halve eeuw na De Bezetting van Loe de Jong en twintig jaar na een vernieuwde versie daarvan, was het tijd voor een nieuwe tv-serie over Nederland in oorlogstijd. De eerste aflevering van De Oorlog behandelde de aanloop naar WO II vanuit de Duitse rancune ten gevolge van de nederlaag in WO I. Presenteerden De Jong in de jaren zestig en Pier Tania in 1989 De Bezetting vanuit de studio, gestoken in een plechtig pak, nu reist Rob Trip in wisselend vrijetijdstenue Europa rond. Van de broeinesten van het nationaal-socialisme in Duitsland naar Gennep in Limburg waar de Duitsers per trein de grens overstaken, tot de trein bij Compiègne waarin voor Frankrijk WO I eindigde en de Duitse bezetting begon.

De eerste van negen afleveringen maakte overtuigend duidelijk dat deze geschiedenis voor televisie moest worden afgestoft. Vanuit nieuw historisch inzicht, maar ook met nieuwe verteltechnieken. De Oorlog bevat nog maar enkele interviews met ooggetuigen; nu brengen aangrijpende dagboek- en brieffragmenten en archiefbeelden – waarvan verrassend veel in kleur – de oorlog dichterbij.

Maar voor dit programma hoefde je evenmin per se thuis te blijven. Samensteller Ad van Liempt maakte er onder dezelfde titel ook een boek van. Nog altijd bestaat televisie pas écht wanneer het beeld ook woord geworden is.