Tussen het geraas van race-auto's

Nederlands oudste paardensportevenement wordt niet meer in Zuidlaren verreden maar in Assen.

Springruiter Jos Lansink is vol lof over de organisatie.

De auto- en paardensport hebben doorgaans weinig met elkaar van doen. Maar bij het Noordelijk Internationaal Concours Hippique – dat dit jaar voor het eerst in de TT-hallen in Assen wordt verreden – kwamen de twee werelden afgelopen week even samen. En dat leverde niet-alledaagse plaatjes op, zoals paardenliefhebbers die tussen de hooibalen en de kruiwagens over een muurtje de afsluiting van het autoseizoen volgen.

Dat het NIC dit jaar op de agenda staat, mag als een klein wonder worden beschouwd. Want niet vaak gaat een sportevenement met zo veel moddergooien gepaard als de 55ste editie van het gerenommeerde concours. De toekomst van Nederlands oudste paardensportevenement was de afgelopen maanden een hot topic in het hippische wereldje. En de storm lijkt nog niet geluwd.

De problemen ontstonden in het voorjaar, toen organisatiebureau BCM aankondigde dat het NIC – dat de afgelopen 45 jaar in de Prins Bernhardhoeve te Zuidlaren werd verreden – minstens een jaar moest overslaan wegens teruglopende sponsorinkomsten. Onder meer autofabrikant Audi had zich teruggetrokken, en BCM verwachtte geen verbetering in tijden van economische crisis. Het concours zou sportief een stap terug moeten doen, opperde het organisatiebureau. Dan maar wat minder prijzengeld.

Het NIC-bestuur wilde daar niets van weten. Voorzitter Max Becherer riep een raad van wijzen in het leven, die de toekomst van het concours moesten veiligstellen. Maar die werden naar eigen zeggen gedwarsboomd door de directeur van de Prins Bernhardhoeve, John Franke. „Franke kon niet door één deur met het bestuur”, oordeelt voormalig springruiter Johan Heinz, een van de adviseurs. „Hij wilde dat de bestuursleden opstapten, zodat híj meer te zeggen zou krijgen. Jammer, want de insteek was door te gaan in Zuidlaren.”

Franke heeft een andere lezing. Hij concludeert dat het NIC-bestuur verzuimde „op de centen te passen”. En hij begrijpt niet hoe het kan dat bijna drie ton aan subsidiegeld werd gebruikt voor het leasen van hindernissen en paardenboxen, die volgens een overeenkomst met gemeente en provincie aangekocht hadden moeten worden. „Had men niet geleasd, dan beschikte het NIC nu over een financiële buffer”, aldus Franke. De directeur van de Prins Bernhardhoeve ontkent dat hij het bestuur weg wilde sturen, maar geeft wel toe dat hij meer zeggenschap over de inkomsten eiste, omdat hij als exploitant grote financiële risico’s droeg.

De twee partijen kwamen er niet uit. Dus maakte het NIC zo’n twee maanden geleden bekend dat het concours voortaan in Assen zou worden verreden. „Ik had eind juli contact opgenomen met de TT-hallen”, vertelt bestuursvoorzitter Becherer tussen zijn drukke bezigheden in Assen door. „En tot mijn verbazing was de zaak binnen een paar dagen rond.” In de weken daarna benaderde het bestuur alle vaste sponsors en donateurs. Slechts een paar haakten volgens Becherer af omdat zij een sterke binding met Zuidlaren hebben. „We rekenen dit jaar op zo’n 35.000 bezoekers. Even veel als de afgelopen jaren in Zuidlaren.”

Veel bezoekers van het hippisch evenement hebben wel iets van de problemen meegekregen, zo blijkt uit een kleine rondgang. En het merendeel haalt er de schouders over op. „Het zal even duren voordat mensen de weg naar Assen weten te vinden”, zegt paardenfokker Remmelt Soer nabij de piste. „Want veranderingen hebben nu eenmaal tijd nodig. Als AZ morgen in de Arena gaat voetballen, trekt de club ook minder publiek.” Dina Zomer prijst de goede parkeervoorzieningen en strakke organisatie in Assen. „Al heb ik wel begrepen dat sommige paarden last hebben van het autogeraas.”

Ook de ruiters willen weinig woorden vuil maken aan het rumoer rond de nieuwe locatie. „Wat de organisatie in korte tijd heeft gepresteerd, is geweldig”, zegt springkampioen Jos Lansink. „Petje af, misschien hebben ze het draaiboek meegenomen?” Collega Mark Houtzager vindt de nieuwe accommodatie zelfs geschikter dan de oude. „Vooral het inspringen voor de paarden is hier goed geregeld. Er is meer rust rond de inspringbak. Voorheen was er veel lawaai van muziek en mensen. Nu kunnen we geconcentreerder werken in de voorbereiding op de wedstrijd.”

De directeur van de Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren probeert ondertussen een nieuw concours uit de grond te stampen. Want 45 jaar hippische geschiedenis gooi je volgens Franke niet zomaar overboord. Hij heeft al een naam (Jumping Indoor Zuidlaren), een datum (9 tot en met 14 februari) en drie gerenommeerde ruiters die zich als ambassadeur willen opwerpen. „Het financiële plaatje is nog niet helemaal rond. Maar ik heb alle vertrouwen in een goede afloop.”