Toppaarden tussen snelle bolides in Assen

De 55ste editie van het Noordelijk Indoor Concours (NIC) kwam met veel moeite tot stand. Het scheelde weinig of het paardenevenement was van de kalender verdwenen.

De auto- en paardensport hebben over het algemeen weinig met elkaar van doen. Maar bij het Noordelijk Indoor Concours Hippique – dat dit jaar voor het eerst in de TT-hallen in Assen werd verreden – kwamen de twee werelden afgelopen week voor even samen. En dat leverde niet-alledaagse plaatjes op, zoals paardenliefhebbers die tussen de hooibalen en de kruiwagens over een muurtje de afsluiting van het autoseizoen volgen.

Dat het NIC dit jaar op de kalender staat, mag als een klein wonder worden beschouwd. Want niet vaak gaat een sportevenement met zo veel moddergooien gepaard als de 55ste editie van het gerenommeerde concours hippique. De toekomst van Nederlands oudste indoorconcours was de afgelopen maanden een belangrijk gespreksonderwerp in het hippische wereldje. En de storm lijkt nog altijd niet geluwd.

De problemen ontstonden in het voorjaar, toen organisatiebureau BCM aankondigde dat het NIC – dat de afgelopen 45 jaar in de Prins Bernhardhoeve te Zuidlaren werd verreden – minstens een jaar moest overslaan wegens teruglopende sponsorinkomsten. Onder meer autofabrikant Audi had zich teruggetrokken, en BCM verwachtte geen verbetering in tijden van economische crisis. Het concours zou sportief een stap terug moeten doen, opperde het organisatiebureau. Dan maar wat minder prijzengeld.

Het NIC-bestuur wilde daar niets van weten. Voorzitter Max Becherer riep een raad van wijzen in het leven, die de toekomst van het concours moesten veiligstellen. Maar die werden naar eigen zeggen gedwarsboomd door de directeur van de Prins Bernhardhoeve, John Franke. „Franke kon niet door één deur met het bestuur”, oordeelt oud-springruiter Johan Heins, een van de adviseurs. „Hij wilde dat de bestuursleden opstapten, zodat híj meer te zeggen zou krijgen.”

Franke heeft een andere lezing. Hij concludeert dat het NIC-bestuur verzuimde „op de centen te passen”. En hij begrijpt niet hoe het kan dat bijna drie ton aan subsidiegeld werd gebruikt voor het leasen van hindernissen en paardenboxen, die volgens een overeenkomst met gemeente en provincie aangekocht hadden moeten worden. „Had men niet geleased, dan beschikte het NIC nu over een financiële buffer”, aldus Franke. De directeur van de Prins Bernhardhoeve ontkent dat hij het bestuur kwijt wilde, maar geeft toe dat hij meer zeggenschap over de inkomsten eiste, omdat hij als exploitant financiële risico’s droeg.

De twee partijen kwamen er niet uit. Dus maakte het NIC onlangs bekend dat het concours voortaan in Assen zou worden verreden. „Ik had eind juli contact opgenomen met de TT-hall”, vertelt bestuursvoorzitter Becherer tussen zijn drukke bezigheden in Assen door. „En tot mijn verbazing was de zaak binnen een paar dagen rond.” In de weken daarna benaderde het bestuur alle vaste sponsors en donateurs. Slechts een paar haakten volgens Becherer af omdat zij een sterke binding met Zuidlaren hebben. „We rekenen dit jaar op zo’n 35.000 bezoekers. Evenveel als de afgelopen jaren in Zuidlaren.”

Veel bezoekers van het hippisch evenement hebben wel iets van de problemen meegekregen, zo blijkt uit een kleine rondgang. En het merendeel haalt er de schouders over op. „Het zal even duren voordat mensen de weg naar Assen weten te vinden”, zegt paardenfokker Remmelt Soer nabij de piste. „Want veranderingen hebben nu eenmaal tijd nodig. Als AZ morgen in de Arena gaat voetballen, trekt de club ook minder publiek.” Dina Zomer prijst de goede parkeervoorzieningen en strakke organisatie in Assen. „Al heb ik wel begrepen dat sommige paarden last hebben van het autogeraas.”

Ook de ruiters willen weinig woorden vuil maken aan het rumoer rond de nieuwe locatie. „Wat de organisatie in korte tijd heeft gepresteerd, is geweldig”, zegt springkampioen Jos Lansink. „Petje af, misschien hebben ze het draaiboek meegenomen?” Collega Mark Houtzager vindt de nieuwe accommodatie zelfs geschikter dan de oude. „Vooral het inspringen voor de paarden is hier goed geregeld. Er is meer rust rond de inspringbak. Voorheen was er veel lawaai van muziek en mensen. Nu kunnen we ons beter voorbreiden op de wedstrijd.”

De directeur van de Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren probeert ondertussen een nieuw concours uit de grond te stampen. Want 45 jaar hippische geschiedenis gooi je volgens Franke niet zomaar overboord. Hij heeft al een naam (Jumping Indoor Zuidlaren), een datum (9 tot en met 14 februari) en drie gerenommeerde ruiters die zich als ambassadeur willen opwerpen. Het financiële plaatje is nog niet helemaal rond. Maar Franke heeft „het volste vertrouwen” in een goede afloop.