Tekort aan water bedreigt zwemclubs

De Nederlandse zwemclubs hebben een ernstig tekort aan badwater. Dat stelt de Nederlandse zwembond (KNZB) na een onderzoek onder de zwemverenigingen. „Verenigingen worden in hun bestaan aangetast en bedreigd. De mondiale positie van Nederland op grote zwemtoernooien komt onder druk te staan”, aldus de bond, die vindt dat de clubs meer ‘baduren’ moeten krijgen toebedeeld in de baden.

„De zwemclubs moeten beter moeten gaan samenwerken met de exploitanten van de baden”, zegt voorzitter Erik van Heijningen. Volgens hem kunnen de zwembaden efficiënter worden benut als clubs en exploitanten beter overleggen. „Je kunt bijvoorbeeld tijdens het recreatiezwemmen een paar banen reserveren voor wedstrijdzwemmers die willen trainen.”

Het aantal buitenbaden in Nederland is de afgelopen vijftig jaar gehalveerd, zegt Van Heijningen. Uit cijfers van de KNZB blijkt dat 52 procent van de zwemclubs een tekort aan badwater heeft. Bij waterpoloclubs is dat 59 procent. Van Heijningen: „Er zit niet veel rek meer in, want sommige waterpoloclubs trainen al tot half twaalf ’s avonds.” De zwemclubs geven jaarlijks vijftien miljoen euro uit aan exploitanten. Van de contributie-inkomsten gaat 75 procent op aan accommodatie. Bij andere sportclubs is dat 44 procent, aldus Van Heijningen.