Schilderen en schelden

In het Joods Historisch Museum in Amsterdam houden ze van enige afwisseling. Gistermiddag konden we er de schilderijen van Jacob Meijer de Haan bewonderen en kregen we op een andere verdieping Pizza in Auschwitz, een schrijnende documentaire, te slikken, als we dat wilden.

Het werk van Meijer de Haan, die van 1852 tot 1895 leefde, kende ik nog niet. Het is een klein, voor een deel indrukwekkend oeuvre. Als je de tentoonstelling betreedt, krijg je al snel een paar draaien om je oren in de vorm van enkele prachtige klassieke schilderijen, zoals Portret van een Joods meisje en Oude Joodse vrouw. Die had ik wel eens eerder mogen zien, dacht ik onwillekeurig.

Gelukkig kon ik me troosten met de gedachte dat Meijer de Haan op deze tentoonstelling ‘de verborgen meester’ wordt genoemd, iemand met een kleine reputatie die groot werk maakte. Hij groeide op en werkte ook als schilder in Marken, zoals toen een deel van de Joodse buurt in Amsterdam heette (op de tentoonstelling dreigt er verwarring te ontstaan met het andere Marken).

Niet alles kon mij bekoren. Het fascinerende aan Meijer de Haan is dat hij, vermoedelijk als reactie op negatieve kritiek, in het laatste deel van zijn leven zijn stijl drastisch veranderde, naar Frankrijk vertrok en onder invloed van Gauguin de impressionistische kant opging. Dat heeft nog enkele meesterwerken, zoals de zogende moeder op Maternité, opgeleverd, maar uit die periode dateren ook wel erg veel stillevens met uien en wortels die mij nogal onderling verwisselbaar voorkwamen.

Ik besloot daarop de Pizza in Auschwitz te proberen, niet wetend wat me daar precies te wachten stond. Het is een documentaire van Moshe Zimerman over een 74-jarige vader, Dani Hanoch, die met zijn dochter Miri (38) en zijn zoon Sagi (40) van Israël naar Auschwitz reist waar hij als 10-jarige jongen in de oorlog gevangen had gezeten. Eerst gaan ze een kijkje nemen in Vilna, de hoofstad van Litouwen. Daar werd hij met zijn familie door de Duitsers weggevoerd.

Aanvankelijk heeft de film bijna iets luchtigs, wat vooral komt door de ogenschijnlijk laconieke houding van Dani. Maar naarmate Auschwitz nadert, blijkt die houding een pantser van cynisme te zijn waaronder een diep getraumatiseerde man schuilgaat. Eenmaal in Auschwitz loopt de situatie uit de hand. Dani eist voor de cameraploeg onbeperkte toegang tot het kamp. Hij schreeuwt, scheldt en pleegt emotionele chantage als hij zijn arm laat zien met het ingebrande kampnummer. Een vrouwelijk personeelslid barst in snikken uit.

Even later wil Dani zijn kinderen dwingen samen met hem een nacht in een barak door te brengen. Dan breekt er iets bij zijn dochter. Haar leven heeft steeds in het teken gestaan van de oorlogservaringen van haar vader. Hij praatte er altijd over. „Als er op de deur werd geklopt, dacht ik dat het de SS was”, zegt ze. Ze wil er niet langer in meegaan en vertikt het, evenals haar broer, in de barak te overnachten. Dani legt zich erbij neer en reist met hen terug. Eind goed, al goed – nou ja.

„Wat wilde die man van zijn kinderen?” vraagt een vrouw na afloop in de discussie over de film. „Wij praatten er thuis nooit over.”

Soms werd er nooit over gepraat, soms te veel, was de slotsom.