Roel, tweemaal Ab en de epidemie

‘De Mexicaanse griep is een milde griep”, zei de infectiedeskundige van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid, ‘maar soms zijn de verschijnselen ernstig.’

Roel Coutinho.

Hoe de verhoudingen precies liggen tussen mild en ernstig, of tussen Roel en de twee Abs (Osterhaus en Klink), wat de rol is van de Gezondheidsraad en de Inspectie, of er straks meer 85-plussers zullen overlijden dan kinderen tot 12, en hoeveel het er in absolute getallen moeten worden vóór we van een nationale ramp mogen spreken – dat zou ik allemaal niet weten, en als ik het wél wist zou ik het morgen al weer moeten rectificeren.

Dat we een epidemie hebben staat gelukkig vast, daar zijn tenminste afspraken over gemaakt. Als twee weken achter elkaar 55 op elke 100.000 Nederlanders met griepklachten bij de huisarts zijn geweest, hebben we d’r eentje.

Harde cijfers, zoals we een tropische dag hebben meegemaakt als het kwik in De Bilt boven de 30 graden is gekomen. Als het dan de volgende dag niet warmer wordt dan 29, voelt het logischerwijs koel aan. Maar als op 9 november blijkt dat in de voorgaande veertien dagen slechts 54 op de 100.000 Nederlanders met griepklachten bij de huisarts zijn geweest, is de epidemie dan voorbij?

Ik vrees dat je dan moet afwachten wat Roel en de twee Abs vinden. Alles wat ik sinds maart, toen de Griep zich manifesteerde, en Ab O. de eerste Oom Dagobert-tekens in z’n ogen schijnt te hebben gekregen, zelf meende te moeten vinden was onmiddellijk achterhaald.

In juni of juli was ik bijvoorbeeld zeer ingenomen met het besluit van Ab K. om 34 miljoen vaccins tegen de pandemie te bestellen. ‘Eindelijk staatsmansschap’, hield ik mijn vrienden voor. ‘Voor elke Nederlander twee, want beter mee verlegen dan om verlegen.’

Nog geen maand later waren RIVM, CIb, Gezondheidsraad, het Erasmus Medisch Centrum, het Genootschap van Verpleegkundigen, beide Abs en ook Roel, het er over eens geworden dat ze de catastrofe iets te zwaar hadden ingeschat, en dat we als land met tien miljoen stuks entstof ook een heel eind zouden komen. Welke Ab heeft daarna welk Afrikaans derdewereldland 24 miljoen vaccins weten aan te smeren als voorbehoedsmiddel voor in de taptemelkpoeder van Ab (Albert, zeg maar Bert) Koenders? Tegen hoeveel euro’s?

Kortgeleden heb ik Ab K. nog horen bezweren dat alles onder controle was: hart-, kanker- en longlijders moesten allemaal een monddoekje voor, dag en nacht hun handen wassen, en wegwezen als iemand wilde gaan niezen. Kinderen hoefden zich geen zorg te maken. De risicogroepen stonden vast.

Afgelopen vrijdag lees ik: ‘Minister Ab Klink heeft de Gezondheidsraad en het Centrum voor Infectiebestrijding (CIb) gevraagd te onderzoeken of het aantal risicogroepen moet worden uitgebreid.’

En naast dat bericht nog eentje dat te denken gaf: ‘Viroloog Ab Osterhaus’ (oom Dagobert dus) ‘liet weten dat serieus moet worden onderzocht of ook kinderen ingeënt moeten worden. Relatief veel jongeren in Australië en Nieuw-Zeeland overleden, en een kwart van hen zou geen ‘onderliggende’ ziektes hebben gehad.’

De Mexicaanse griep is een milde griep, maar soms zijn de verschijnselen ernstig, zei professor Coutinho, die zich tegenwoordig liever Roel laat noemen.

Over medici die van hun gezond weten, maar wel elke avond op televisie als geleerden worden bejegend, schreef Willem Frederik Hermans een halve eeuw geleden – toen er nog nauwelijks televisie was – een vrolijk opstelletje dat Dag dokter! heette, en waarvan me deze passage altijd is bijgebleven:

‘Iemand wordt ziek, er komt een dokter bij: hij wordt beter of hij gaat dood. Ook als er alleen maar een piskijker bij komt, kan hij beter worden of doodgaan. Zelfs als er helemaal niemand komt kijken, is de kans niet uitgesloten dat hij geneest.’