Onder druk opgebroken

Wijdvertakte financiële instellingen zijn een te groot risico geworden. ING trekt uit die les van de crisis nu de consequenties.

ING was alles, in Nederland, in Europa, in de VS. Verzekeraar en bank. Voor consumenten en bedrijven. Actief als spaarbank en als handelaar op de internationale beurzen.

Nu wordt ING rigoureus opgebroken. De alleskunner wordt een Europese bank van relatief bescheiden omvang.

Financiële instellingen zijn te complex geworden, is de belangrijkste les uit de financiële crisis die de wereld al twee jaar beheerst. Door forse eisen aan ING te stellen, trekken politici in Brussel en Den Haag daar conclusies uit. ING moest als gevolg van de kredietcrisis al twee keer aankloppen bij de overheid voor steun en betaalt daar nu de rekening voor.

ING wordt overzichtelijker, eenderde van het balanstotaal verdwijnt. Het gevolg is ook dat ING, en daarmee Nederland, in de internationale financiële sector fors aan belang inboet.

De simpele oplossing in de aankondiging van vanochtend is bank en verzekeraar uit elkaar te halen. In de jaren 90 gold ING nog als een internationaal voorbeeld hoe banken en verzekeraars sterke internationale conglomeraten konden vormen, die het hele financiële spectrum konden bestrijken, maar het model werd in andere landen nauwelijks nagevolgd. Geregeld werd ING al gevraagd of ze de activiteiten niet beter kon opsplitsen.

In april maakte de nieuwe ING-bestuursvoorzitter Jan Hommen al duidelijk dat wat hem betreft het model zijn langste tijd had gehad. De twee poten werden op grotere afstand van elkaar gezet, ze hadden onvoldoende met elkaar te maken. Back to basics, noemde hij zijn reorganisatie. Tot de crisis werd het bank-verzekeraarsmodel gezien als een mooie combinatie, omdat er een stabiele inkomsten met schaalvoordelen werden gecombineerd. Inmiddels, zo zei Hommen vandaag, „zijn deze voordelen minder evident”.

Hij was niet de enige die zo dacht. Waar toezichthouder De Nederlandsche Bank in de jaren negentig het bank-verzekeraarsmodel had toegejuicht, de markt zijn werk had laten doen en blij was dat ING zo tot een internationale speler had kunnen uitgroeien, hadden ook bij president Nout Wellink de twijfels toegeslagen of het model nog wel houdbaar was.

ING was een voorbeeld geworden van een financieel concern dat door zijn omvang en complexiteit niet meer te managen was. Sinds april namen de speculaties toe hoe lang bank en verzekeraar nog onder één paraplu konden blijven. In de aankondiging van vandaag staat dat uiterlijk 2013 de verzekeraar moet zijn afgescheiden. Maar de reorganisatie gaat verder: ING moet ook haar trots van de afgelopen jaren verkopen: ING Direct in de Verenigde Staten.

Vervolg ING: pagina 11

Brussel verzwakt positie ING

De succesvolle internetspaarbank werd de afgelopen jaren snel en met veel succes opgebouwd, eerst in de Verenigde Staten en daarna in een aantal andere landen.

Maar die Amerikaanse spaarbank zorgde een jaar geleden ook voor de grootste problemen. Dat spaargeld moest voor een belangrijk deel ook weer uitgezet worden in de VS. ING kocht een portefeuille van zogeheten Alt-A hypotheken waarvan ze dacht dat die niet risicovol was. Toen de kredietcrisis tot een kookpunt kwam, moest ING fors afschrijven op die hypotheken omdat de marktwaarde flink was gedaald. Dat was de aanleiding voor de overheid om forse bijstand te verlenen. Eerst in oktober vorig jaar met staatssteun van 10 miljard euro en daarna begin van dit jaar met een garantieregeling van de staat voor die portefeuille die opliep tot 18 miljard.

Het was markant dat ING in de financiële crisis niet in de problemen was gekomen door zijn zakenbankactiviteiten, zoals zoveel andere internationale banken. De bestuurders hadden het risico van deze grote Amerikaanse hypothekenportefeuille te licht opgevat. Het illustreert hoe moeilijk het was voor bestuurders om het overzicht te bewaren in een complex concern als ING, dat in allerlei specialismen en in allerlei landen actief was. Wat resteert is een bank die vooral actief is als bank voor consumenten en bedrijven.

Op de thuismarkt moet ING ook nog eens meer gaan concurreren. Brussel gebruikt de voorwaarden die het mag stellen aan staatssteun om een deel van ING’s sterke positie af te knabbelen. ING moet de bancaire activiteiten van verzekeraar Nationale-Nederlanden, de hypotheekbank Westland Utrecht met een leningenportefeuille van de Postbank erbijgevoegd verkopen. Zo forceert de Europese Commissie de intreden van een nieuwe speler op de Nederlandse markt waar een paar grote instellingen de dienst uitmaken.

ING wordt zo ook een bank die makkelijker te overzien is voor toezichthouders. Waar sneller te zien zal zijn als in een nieuwe crisis problemen zich voordoen. Waar, zo zullen politici hopen, niet weer belastinggeld in gepompt hoeft te worden als een nieuwe crisis banken onderuit dreigt te halen.

Dat is het doel. Maar ING gaat zo internationaal ook vooroplopen bij de aftakeling van machtige internationale financiële spelers. Waar Brussel het kan, grijpt het ook in bij anderen die staatssteun ontvingen. Het Duitse Commerzbank kreeg dit jaar al opgelegd dat het 45 procent van zijn balanstotaal moest afstoten. Met de Britse banken RBS en Lloyd’s wordt nog onderhandeld. In de VS heeft de overheid vooral Citigroup gedwongen tot afslanking. Al deze financiële instellingen zijn zwaar in het nadeel ten opzichte van banken die geen staatssteun hebben ontvangen en nu vrolijk kunnen doorgroeien, zoals het Britse Barclay’s of het Amerikaanse JPMorgan.

De toekomst van ING ligt in Europa, en vooral in de sterke thuismarkten in de Benelux. De aandeelhouder die meedoet in de aandelenemissie van 7,5 miljard euro, die ING vanmorgen ook aankondigde, koopt een aandeel in een Europese bank en geen belang meer in een van de grootste financiële concerns ter wereld.