Oeroeg

Bezield door een verlangen naar iets exotisch. Zo beschrijft de hoofdpersoon uit Oeroeg een blanke pensionhoudster die zich volledig inzet voor de ontplooiing van de Indonesische jongen Oeroeg. Het is een vrouw die bovendien volgens die Oeroeg net zo denkt als hij. Is dat mogelijk? Wellicht niet, het zou ook verklaren waarom zij een eenzame bijfiguur is in de debuutroman van Hella S. Haasse. Oeroeg is nu in een oplage van 923.000 exemplaren gedrukt voor de campagne Nederland Leest, en zal tot 20 november gratis uitgedeeld worden aan bibliotheekbezoekers.

Maar dat exotisch verlangen wordt nog steeds vaak geuit. Veel schrijvers verplaatsen zich in niet-westerse werelden: in exotische personages om daar hun inspiratie vandaan te halen, om ons te laten proeven van de andere wereld, om lezers zich er zelfs thuis te laten voelen.

Oeroeg is dus nog steeds actueel, zoals de CPNB benadrukt, en wellicht was Haasse haar tijd zelfs vooruit – ze schreef Oeroeg immers al in 1948. Maar veel meer dan dat het laat zien hoe de ander denkt, gaat Oeroeg juist over vervreemding, over politieke bewustwording en over het niet kunnen kennen van de ander. En daarin schuilt de tijdloosheid van het boek. Had Haasse daadwerkelijk willen laten zien hoe de Indonesiër dacht, dan was haar boek een tijdsdocument geworden, geen literaire roman.

De actualiteit schuilt volgens de CPNB vooral in de beschrijvingen van vriendschap tussen culturen. ‘Nederland telt ruim drie miljoen inwoners met buitenlandse wortels. Ook zij zouden zich een vreemde in ons land kunnen voelen’. Reden genoeg om Abdelkader Benali een nawoord te laten schrijven bij de handelseditie van Oeroeg (het is kennelijk niet de bedoeling dat iedereen dát leest).

Benali’s nawoord is – logisch – een verhaal over een vriendschap, en wel tussen Benali en de joodse Nathan, die al evenzeer gepaard gaat met vervreemding en politieke bewustwording. En dat terwijl het begonnen was met het idee dat ‘identiteit een zoemende mug [is] waar je tevergeefs naar slaat en die er behagen in schept de plek waar je ader het dichtst onder de huid loopt te prikken en daar een jeukend gevoel achter te laten’.

Alleen wordt hier omgezien in dankbaarheid, terwijl in Oeroeg uiteindelijk ontworteling en vertwijfeling de boventoon voeren. ‘Jij hoort hier niet thuis,’ zijn de laatste woorden van Oeroeg aan zijn voormalige Hollandse vriend. Hoe actueel deze befaamde zin uit Oeroeg nu is, kan misschien beter in het midden gelaten worden.

Oeroeg is nog steeds een schitterende roman, die juist wel in de tijd geplaatst moet worden. En die tijd is 1948, toen Haasse schreef: ‘Mijn aankomst in Batavia viel ongeveer samen met het uitbreken van wat ik, ter vereenvoudiging, de politionele actie zal noemen.’ Oeroeg is statement en literatuur ineen, tegenwoordig zou het onthaald kunnen worden als ‘revanche van de roman’. Maar beter nog lees je Oeroeg zestig jaar later los van elke actualiteit.

Lees het nawoord van Abdelkader Benali op pagina 18 en 19