Hoe de PvdA zichzelf in 2002 de JSF inrommelde

Wat doet Wouter Bos als de Ledenraad vanavond Nee zegt tegen de AOW-verhoging? De PvdA is in de zaak verdeeld tussen bestuurders, die hun verantwoordelijkheid willen nemen, en een achterban die hun besluit moeilijk kan delen – met de fractie verscheurd tussen daadkracht en hoop op herverkiezing. PS. De Ledenraad heeft inmiddels Ja gezegd tegen

Picture 2

Wat doet Wouter Bos als de Ledenraad vanavond Nee zegt tegen de AOW-verhoging? De PvdA is in de zaak verdeeld tussen bestuurders, die hun verantwoordelijkheid willen nemen, en een achterban die hun besluit moeilijk kan delen - met de fractie verscheurd tussen daadkracht en hoop op herverkiezing.

PS. De Ledenraad heeft inmiddels Ja gezegd tegen de AOW-verhoging. Hier Bos’ toespraak.

De vergelijking dringt zich desondanks op met de JSF-zaak waarover de partij al zeven jaar in eenvergelijkbaar spagaat staat. Dat wordt ‘van binnenuit’ geïllustreerd in een verslag over die kwestie in het boek ‘Mensenwerk. Herinneringen van een partijvoorzitter 2001­-2007’ van toenmalig PvdA-voorzitter Ruud Koole. Het verschijnt half november.

Het JSF-gedeelte is bij wijze van voorpublicatie opgenomen in het nieuwste nummer van Socialisme & Democratie. ,,Op vrijdag 7 februari 2002 besloot het tweede Paarse kabinet (PvdA, D66, VVD) dat Nederland mee zou doen met de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF), die op termijn de f16’s van de Nederlandse luchtmacht moest vervangen.”

In de Tweede-Kamerfractie bestond grote twijfel over de wenselijkheid om voor de JSF te besluiten. Woordvoerder Frans Timmermans verzette zich hevig tegen een positief besluit op dat moment. Maar het kabinet had gesproken en een afwijzend standpunt van de fractie zou de verdeeldheid van de PvdA etaleren in de periode voorafgaand aan de verkiezingen. De druk die de fractietop en het PvdA-smaldeel in het kabinet uitoefenden op Frans om hem zijn verzet te laten opgeven, werd steeds groter.

Van de bewindspersonen waren Dick Benschop en Willem Vermeend het meest vóór deelname en Jan Pronk het meest uitgesproken tegen. Klaas de Vries ging ervan uit dat we over een paar jaar toch voor de jsf zouden kiezen, en daarom moesten we de business case zakelijk beoordelen.

Het kabinet besloot toch voort te gaan. Koole denkt dat druk van de industrie daar een belangrijke rol bij speelde. De fractie was verdeeld maar het verzet uit de achterban had invloed op het aantal tegenstanders.

Op tweede paasdag belde Frans me op. Hij luchtte zijn hart over de enorme druk die sommigen in de top van de partij op hem uitoefenden. Zijn carrière zou ten einde zijn wanneer hij zo zou doorgaan, zo was hem onder meer te verstaan gegeven.

Het ‘geclausuleerd ja’ van de fractie viel slecht. De pers belde mij met de vraag of dit besluit niet haaks stond op de uitspraak van het Politiek Forum. De voorzitter van de Jonge Socialisten meldde me zijn lidmaatschap van de PvdA te willen opzeggen. Het hele js-bestuur wilde breken met de PvdA. Er kwamen heel veel negatieve reacties uit de partij. Ik praatte me de blaren op de tong en vertelde overal, ook in het wekelijkse
overleg met Ad Melkert en Wim Kok, dat de twee voorwaarden keihard waren.

Een week later, half april, zou de fractie in de Kamer definitief kleur moeten bekennen, maar de dag ervoor viel het kabinet naar aanleiding van het niod-rapport over de massamoord in Srebrenica. Terwijl wij ons de avond voor de val van het kabinet in kleine kring in het Catshuis daarover beraadden, sprak ik Melkert en marge van dat beraad over de JSF. Hij dacht toen nog dat het harde verzet tegen de jsf in de fractie beperkt was tot een ‘klein groepje van de usual suspects’. Ik kon hem uit de droom helpen. Uit eigen gesprekken met Kamerleden wist ik zeker dat het inmiddels om aanzienlijk meer personen ging. Het grote verzet uit de partij tegen het ‘geclausuleerde ja’ had hen ook bereikt. Melkert had die signalen uit eigen fractie nog niet door
gekregen. Hij zat nu klem tussen een groot deel van zijn fractie gesteund door veel leden in de partij en de PvdA-ministers in het kabinet.

De fractie stemde vervolgens unaniem voor de motie van D66 waarin de regering werd opgeroepen af te zien van deelname aan het jsf-project, maar in de Kamer staakten de stemmen: 74 voor en 74 tegen. Met dergelijke verhoudingen in de Tweede Kamer besloot het demissionaire kabinet tot uitstel.

Begin juni stemde de Lijst Pim Fortuyn (LPF) onder leiding van Mat Herben voor de JSF. Door de steun van de lpf was er een meerderheid in de Kamer voor deelname aan het jsf-project. Fortuyn was er toen niet meer en Melkert was als politiek leider teruggetreden. De PvdA-fractie stemde bij die gelegenheid unaniem tegen
de JSF, maar de demissionaire PvdA-ministers, die inmiddels ook lid van de Tweede Kamer waren geworden, hadden er wel voor gezorgd tijdens de stemming niet in de vergaderzaal aanwezig te zijn. De worsteling van de PvdA met het jsf-dossier had niet beter kunnen worden geïllustreerd.