Een man die graag een vrouw wil zijn is niet gek

Transgenders lijden officieel aan een psychische stoornis.

Het is hoog tijd om transseksuele gevoelens te depathologiseren.

In de jaren dertig van de vorige eeuw was de algemene opvatting onder homoseksuelen en psychologen dat homo’s ‘in het verkeerde lichaam zaten’. Ze werden ‘seksueel geïnverteerden’ genoemd en overwogen soms zelfs een geslachtsaanpassing. Tot in de jaren zeventig werden holebi’s doorgaans niet geaccepteerd door familie, vrienden of werkkring. Maar in de loop van de jaren is door actievoeren en lobbyen de acceptatie gegroeid en nu draaien holebi’s mee als ieder ander. Er worden zelfs ideeën over creativiteit en economische vooruitgang aan hen opgehangen: je vindt ze vaak in creatieve beroepen als kok, kapper en tv-host.

Transgenders (transseksuelen, travestieten en mensen die zich vrouw noch man voelen) kampen daarentegen nog altijd met onbegrip uit de samenleving en gebrek aan acceptatie door de omgeving. Ze worden gediscrimineerd, lopen het risico op straat uitgescholden en aangevallen te worden en hebben een kleinere kans op werk of promotie.

De positie van transgenders is vergelijkbaar met die van homoseksuelen in het verleden. Ook op het gebied van de medicalisering. Homoseksualiteit was tot 1973 officieel een psychische stoornis volgens het handboek van de American Psychiatric Association (APA), de Diagnostic Statistic Manual of Mental Disorders (DSM). Dit handboek wordt wereldwijd gebruikt als leidraad voor het vaststellen van psychische stoornissen. Voor het zover was dat homoseksualiteit uit de DSM werd geschrapt is er een hevige strijd gevoerd. Je kan dus concluderen dat de DSM eigenlijk sociale normen weerspiegelt. Bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) duurde het nog een stuk langer voor het zover was; pas in 1990 heeft de WHO homoseksualiteit geschrapt als geestesziekte.

Genderdysforie, de officiële medische term voor transgendergevoelens, staat nog wel altijd in de DSM, en de WHO volgt deze classificatie als vanzelfsprekend. Maar tegenwoordig hebben niet alleen psychiaters, maar ook transgenders zelf een mening over wat genderdysforie is. En hoewel vaak wordt gezegd dat er nog veel onbekend is over genderdysforie, een ding weten we zeker: het is geen psychische stoornis. We zijn niet gek. Transgenders hebben wel vaak psychische problemen, maar die hangen meestal samen met het gebrek aan acceptatie of het uitblijven van een medische behandeling. Sommige transgenders plegen zelfmoord: niet omdat ze psychisch gestoord zijn, maar uit wanhoop, omdat ze zich niet staande kunnen houden in een wereld die hen onterecht psychisch gestoord verklaart.

De komende jaren worden de DSM en de officiële ziektecatalogus van de WHO, de ICD, herzien. De nieuwe edities worden in 2012 verwacht. Transgenderorganisaties in zo’n veertig landen lobbyen nu om genderdysforie uit beide catalogi geschrapt te krijgen als psychische stoornis. Het is hoog tijd om genderdysforie niet langer te zien als een psychische stoornis maar als gendervariatie: een in elke maatschappij voorkomende identiteitsvariant, zoals homoseksualiteit er ook een is.

Daarnaast zou genderdysforie in de ziektecatalogus van de WHO moeten worden omschreven als een gewone medische aandoening. Sommige transgenders zijn namelijk aangewezen op een medische behandeling. Zo kan een transseksueel een hormoonbehandeling ondergaan en eventueel een geslachtsaanpassende operatie waarin de geslachtsorganen zo goed mogelijk naar die van het gewenste geslacht worden veranderd.

De Nederlandse regering zou er de komende tijd bij de APA en de WHO op moeten aandringen dat deze aanpassingen in de aankomende catalogi gemaakt worden.

Judith Verkerke is beleidsmedewerker van Transgender Netwerk Nederland

Meer informatie over het Transgender Netwerk: transgendernetwerk.nl