De saboteur Radovan K.

Vandaag gaat het proces tegen Radovan Karadzic dan toch beginnen. Het was tot voor kort de bedoeling dat de voormalige president van de Bosnisch-Servische republiek Srpska, die van oorlogsmisdaden en ook van genocide wordt verdacht, na een eventuele veroordeling de deur van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zou dichttrekken.

Weliswaar zijn er nog twee verdachten uit de Joegoslavische oorlogen op de loop – de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic en de Kroatisch-Servische commandant Goran Hadzic – maar in 2013 zou het tribunaal volgens president Robinson alle zaken afgerond moeten hebben. De speciale rechtbank, die in 1993 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in het leven werd geroepen, heeft op papier dan twintig jaar bestaan.

Maar Karadzic is vastbesloten dit scenario te doorkruisen. De man, die onder meer de politieke verantwoordelijkheid droeg voor de belegering van Sarajevo en de massamoord in Srebrenica, heeft aangekondigd dat hij vandaag niet voor de rechters zal verschijnen. Karadzic heeft meer tijd nodig voor zijn verdediging. Hij zegt te zijn „begraven onder een miljoen pagina’s”, die hij pas over een jaar heeft gelezen.

Zonder Karadzic, die formeel geen advocaat in de arm heeft genomen, kan het proces vandaag strikt genomen beginnen. Maar het kan niet worden vervolgd. Verdachten hebben het recht hun eigen verdediging ter hand te nemen en mogen, als het even kan, niet bij verstek worden berecht.

Het tribunaal staat vandaag dus voor het blok. Dwingt de rechtbank hem met harde hand toch naar de zitting te komen of wordt het proces uitgesteld? Het is geen eenvoudig dilemma.

Enerzijds heeft Karadzic er sinds zijn arrestatie in Belgrado en uitlevering in juli 2008 alles aan gedaan om de procedure te vertragen. Hij maakt a priori van al zijn rechten gebruik. Ook hij heeft het proces ‘begraven’ met honderden rekesten. Het gemis van een advocaat strooit extra zand in de machine.

Anderzijds had hoofdaanklager Serge Brammertz meer kunnen doen om de verdachte niet nodeloos in de kaart te spelen. Indachtig het mislukte proces tegen de voormalige Servische president Slobodan Milosevic, die in maart 2006 in hechtenis stierf voordat het tribunaal uitspraak had kunnen doen, heeft Brammertz geprobeerd de aanklacht te stroomlijnen. Maar uit angst voor incompleetheid dijde de lijst getuigen intussen juist uit. Nog in juli van dit jaar dreigde een rechter bij het tribunaal de aanklacht daarom op eigen houtje in te korten.

Karadzic lijkt vastbesloten om een nagel te worden aan de doodskist van het Joegoslavië-tribunaal, dat hij niet erkent. Die kans moet hij echter niet krijgen. Een herhaling van het Milosevic-fiasco zou het internationale recht veel schade toebrengen, en de slachtoffers in de steek laten.

Twijfels over de formele kant van de zaak ondermijnen de legitimiteit van het tribunaal, die op de Balkan toch al niet groot is. Als de rechtbank ook deze zaak niet weet af te handelen, is het einde eveneens zoek. Een compromis met de saboterende Karadzic is pijnlijk, maar onvermijdelijk.