De rechtbank legt steeds vaker levenslang op

Vandaag hoort de 41-jarige Marco de K. of hij levenslang de gevangenis in moet.

Hij zou niet de eerste zijn. Sinds 2000 kregen al 25 mensen levenslang opgelegd.

Het aantal veroordelingen tot levenslang stijgt. (Foto Peter Hilz)
Nederland, Rotterdam, 1 maart 2002 Vrouwe Justitia, / rechtspraak / rechtbank / gerecht / Justitie / overheids diensten / veroordeling / weegschaal / zwaard / foto: Peter Hilz
Hilz, Peter

Zijn geheime liefde Kelly zit op haar knieën op de badkamervloer in een Tilburgse hotelkamer. De 22-jarige blonde vrouw hangt vloekend met haar hoofd over de rand van het bad om haar bloedneus te stelpen. De ruzie tussen haar en Marco de K. is helemaal uit de hand gelopen en er is flink geschopt en geslagen, gebeten zelfs. De K. is ziedend van woede. Als Kelly hem vanuit de badkamer toesnauwt dat hij maar „moet oprotten naar zijn dikke wijf en ***kinderen” twijfelt hij geen seconde. Met doorgeladen pistool loopt hij de badkamer in en schiet Kelly van heel dichtbij door haar voorhoofd.

Vandaag hoort de 41-jarige Marco de K. of hij levenslange gevangenisstraf krijgt opgelegd, zoals het Openbaar Ministerie (OM) twee weken geleden voor de rechtbank in Breda eiste. De motivering: De K. is volledig toerekeningsvatbaar en hij heeft een nauwelijks functionerend geweten. Voor tbs is hij niet geschikt. Behalve de moord op Kelly, die hij heeft toegegeven, wordt hij verdacht van een schietpartij in Marseille, wapenbezit en diefstal van circa vijftigduizend euro bij een gokhal in Breda, zijn voormalige werkgever. Voor het OM is het duidelijk: de samenleving moet worden beschermd tegen De K.

Hij zou niet de eerste zijn die levenslang krijgt. Het aantal veroordelingen tot levenslang is na 2000 fors toegenomen. In de periode tussen 1945 en 2000 kregen dertien personen levenslang opgelegd, sinds 2000 zijn dat er vijfentwintig, waarvan acht nog niet definitief.

De stijging van het aantal veroordelingen tot levenslang is spectaculair, maar moeilijk te verklaren, zeggen deskundigen. Zij noemen diverse factoren. „Vanuit de samenleving is de roep om hardere straffen flink toegenomen. Er heerst een hard strafklimaat en rechters gaan daar indirect in mee”, zegt Theo de Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg. „Toch gaat het bij de levenslanggestraften altijd om gruwelijke gevallen. Het is niet zo dat ik denk: hoe komt die rechter erbij?”

Je zou verwachten, zegt De Roos, dat de rechter vaker een celstraf van dertig jaar oplegt, nu hij daarvoor sinds 2006 de mogelijkheid heeft. Voor die tijd bedroeg de maximale tijdelijke celstraf twintig jaar. Hoe vaak de rechter inmiddels dertig jaar heeft opgelegd en welke invloed dat heeft op het aantal veroordelingen tot levenslang, is onduidelijk. Dat komt onder meer omdat aan verdachten die een delict zouden hebben gepleegd vóór 1 februari 2006, geen dertig jaar cel kan worden opgelegd. Maar vast staat dat het aantal veroordelingen tot levenslang na 2006 niet veel minder is geworden. „Het komt nog altijd véél vaker dan vroeger voor”, zegt de Groningse strafjuriste Wiene van Hattum. Zij noemt nog een factor die van invloed is op de groei van het aantal veroordelingen tot levenslang: we leven nu in een tijd waarin de aandacht vooral naar slachtoffers en nabestaanden uitgaat. „Men vindt dat vooral zíj levenslang hebben.”

Volgens strafrechtdeskundige Ybo Buruma is de reden voor de vele levenslange celstraffen niet alleen het feit dat vergelding belangrijk is geworden dan resocialisatie, maar het taboe dat is doorbroken. Aanvankelijk legden rechters levenslang op bij „meervoudige of gruwelijke moorden”, zegt Buruma. Later kregen verdachten ook levenslang als zij hun misdrijf geen meervoudige moord was, of niet „ultragruwelijk”. Buruma: „Je kunt volgens mij niet stellen dat de moorden gruwelijker zijn dan vroeger. Maar het taboe was op een gegeven moment weg.”

Bij sommigen bestaat het beeld dat een levenslang-gestrafte na aantal jaar weer vrijkomt, maar wie in Nederland onherroepelijk tot levenslang wordt veroordeeld, zit in detentie ‘tot de dood erop volgt’. Levenslang is levenslang. Daarmee wijkt Nederland af van andere Europese landen waar na vijftien of twintig jaar wordt getoetst of de voortzetting van de levenslange gevangenisstraf nog noodzakelijk en legitiem is.

Aan de situatie in Nederland verandert voorlopig niets, zo lieten minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) anderhalve week geleden weten. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven zij niets te zien in een tussentijdse toetsing van de levenslange celstraf, waar zowel de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming als het forum ‘Humane tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf’ voor pleit.

Volgens de bewindslieden is het beter om gratieverzoeken van individuele gevangenen te beoordelen, omdat je niet kunt zeggen dat iemand na vijftien, twintig of vijfentwintig jaar geen gevaar meer vormt voor de samenleving. Dat een gevangene geen uitzicht heeft op vrijlating, bestrijden Hirsch Ballin en Albayrak. Hoewel de laatste decennia zelden gratie is verleend, bestaat die mogelijkheid wel. Daarbij wordt gekeken naar de ernst van het delict, de leeftijd van de gedetineerde, zijn medische- en psychiatrische toestand en het recidiverisico. Deskundigen hekelen het Nederlandse gratiebeleid.

„Het is een politiek gevoelig instrument. De minister van Justitie beslist of hij iemand gratie verleent of niet”, zei advocaat en forumlid Wim Anker vorig jaar in NRC Handelsblad. „Een minister is onderhevig aan de waan van de dag”, voegt de voorzitter van het forum, de strafjuriste Van Hattum, daaraan toe. „Het gaat om politieke kwetsbaarheid. Stel je voor dat Mohammed B. over twintig jaar een gratieverzoek indient. Zou de minister zijn baan niet op het spel zetten als hij hem gratie verleent?” Het forum pleit voor een periodieke herbeoordeling van levenslang-gestraften door een onafhankelijk orgaan, bestaande uit bijvoorbeeld rechters, een psychiater en een psycholoog. De huidige gratieprocedure is volgens het forum niet helder en biedt onvoldoende garanties voor een onafhankelijk en afgewogen oordeel.

Volgens strafrechtadvocaten Anker & Anker zitten er op dit moment in Nederland vierendertig personen levenslang in de cel. En hoewel er voorlopig geen sprake is van een tussentijdse toetsing, hebben Hirsch Ballin en Albayrak besloten dat levenslanggestraften voortaan de mogelijkheid krijgen om tussen lotgenoten geplaatst te worden, in plaats van tussen ‘gewone’ gedetineerden die op verlof gaan en op den duur worden vrijgelaten. Bovendien kunnen levenslang-gestraften voortaan eens in de vijf jaar een onderzoek laten doen naar hun psychische en lichamelijke toestand. De rapportage die hieruit voortvloeit kunnen zij meesturen met hun gratieverzoek. „Ik hoop dat er meer ruimte komt voor gratie”, reageert Van Hattum. „Niet omdat ik vind dat iedereen zomaar vrij moet komen, maar omdat ik tegen oneindige vergelding ben.”

Buruma ziet echter niet zo veel in het voorstel voor de bewindslieden. „Psychiaters durven tegenwoordig bijna niet meer te zeggen: deze meneer kan eigenlijk wel naar huis. Onder deskundigen bestaat de neiging om geen risico’s te willen nemen. De druk uit de samenleving om mensen op te sluiten is enorm”, zegt Buruma. Hij is dan ook voorstander van een „totaal willekeurig” gratiebeleid. „Laat gedetineerden vrij omdat de koningin jarig is, bijvoorbeeld. Gratie moet een gunst blijven, waar gedetineerden op kunnen hopen.”