Betaal zelf je financiële adviseur

Voor financiële producten heeft een consument advies nodig. Laat hem zijn eigen adviseur huren. Dat is beter dan provisies aan een tussenpersoon, meent Rolanda Vriesendorp.

Iemand die een verzekering, lening of hypotheek wil afsluiten, doet er goed aan zijn eigen adviseur te huren. De provisie die hij daarvoor betaalt, is waarschijnlijk lager dan de provisie die de tussenpersoon van de verzekeraar of bank ontvangt. En de consument weet tenminste zeker dat hij adviezen krijgt die in zijn belang zijn.

De huidige Wet op het financieel toezicht gaat uit van een consument die inzicht heeft in zijn financiële situatie. Dit veronderstelde inzicht heeft ook invloed op de rechtspraak. Maar in werkelijkheid wordt de consument opzettelijk onwetend gehouden. Deze onwetendheid komt door de ondoorzichtige provisiestructuur van verzekeringen en hypotheken en door de afwezigheid van informatie die voor een behoorlijke productvergelijking noodzakelijk is.

Die ondoorzichtige provisiestructuur wordt veroorzaakt door de dubbelrol die de tussenpersoon speelt. De tussenpersoon adviseert in opdracht van de verzekeringnemer, maar zijn beloning, de provisie, ontvangt hij van de verzekeraar. (Uiteindelijk wordt de provisie natuurlijk betaald door de verzekeringnemer. Het bedrag is immers opgenomen in de premie. Zoals bekend kan de hoogte van de provisie soms ‘totaal idioot’ zijn, om de woorden van minister Bos te gebruiken.)

De consument is zich van de dubbele rol van de tussenpersoon veelal niet bewust. Hij weet dus niet hoeveel hij aan provisie betaalt en evenmin wat daarvoor wordt gedaan. Bij banken/verzekeraars treedt de bank zelf vaak op als tussenpersoon. De verzekering wordt dan vaak ondergebracht bij de eigen verzekeringsmaatschappij. Deze situatie is de voornaamste oorzaak van woekerpolissen en van de DSB-affaire.

Sinds in 2002 de beloningsregels uit de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf verdwenen, wordt door het ministerie van Financiën, de AFM, de NMa en de DNB over het provisiesysteem en de hoogte van de provisies gesproken. De maatschappelijke onvrede over de provisies leidde tot de belofte van de verzekeraars en de tussenpersonen om actief inzage in de hoogte van de provisies te geven.

Maar voordat dit tot resultaten leidde, ontstond de woekerpolisaffaire. Doordat de aandelenkoersen daalden, zag de consument ineens hoeveel van het vermogen dat bedoeld was om te beleggen, aan provisie verdween. Een gunstig gevolg van deze affaire is dat bij complexe producten thans wel inzage wordt gegeven in de hoogte van de provisie. Hiervoor is een wettelijke regeling gemaakt. Bij niet-complexe producten (overlijdensverzekeringen of arbeidsongeschiktheidsverzekeringen afgesloten bij hypotheken of consumentkredieten, verzekeringen die bij uitstek in een maatschappelijke behoefte voorzien) gebeurt dat pas vanaf 1 januari 2010.

Een van de treurige dingen is dat de consument door de grote politieke partijen de afgelopen jaren aan zijn lot is overgelaten, terwijl zonneklaar was dat verzekeraars en tussenpersonen profiteerden van de onwetendheid van de consument.

Maar ook de wetenschap liet het afweten. Universiteiten zouden moeten beschikken over onafhankelijke experts bij wie de samenleving te rade kan gaan. Maar door de benoeming van bijzonder hoogleraren op kosten van de verzekeraars en een universitair verzekeringsinstituut dat voor een belangrijk deel door verzekeraars wordt gefinancierd, is een onafhankelijke stellingname van de wetenschap kwestieus. Ondanks alle ophef over gebrek aan objectieve voorlichting, duurt deze situatie nog voort.

Wat kan een consument bij het afsluiten van een dure verzekering, lening of hypotheek het beste doen? De beste oplossing is vooralsnog dat hij de tussenpersoon rechtstreeks per uur voor zijn advies betaalt (‘uurtje, factuurtje’). Het is dan duidelijk dat de tussenpersoon voor hem werkt en dat fouten gemaakt door de tussenpersoon voor zijn rekening komen, zoals thans ook in de rechtspraak wordt aangenomen. De verzekeringnemer kan dan ook beoordelen of de tussenpersoon zijn werk goed doet en het beste product voor hem kiest, zonder gebonden te zijn aan een bepaalde verzekeraar. Ook kan hij beoordelen of de provisie een passende beloning is.

Aangesloten kan dan worden bij het sinds 1 juli 2009 verplichte dienstverleningsdocument. Ingewikkelde, uniforme en dure constructies als provisieplafonds zijn dan onnodig. Dit betekent minder regelgeving en controle.

De AFM kan haar aandacht dan richten op andere zaken: het voorkomen van financiële banden tussen verzekeraars en tussenpersonen, zoals de captive agent , een tussenpersoon waarvan het merendeel van de aandelen in handen is van een verzekeraar, bijvoorbeeld Meeus, eigendom van Aegon.

Door de woekerpolisaffaire en de misstanden bij de DSB-bank kan de consument zichzelf bevrijden van zijn onwetendheid. De consument moet dan wel af van zijn angst voor het uurtarief. Het moet hem duidelijk worden gemaakt dat de niet zichtbare provisies, die nu nog gelden, vele malen hoger zijn. Bij deze overgang moeten de consumentenorganisaties een rol spelen.

Mr.dr. Rolanda M. Vriesendorp-van Seumeren is universitair docent verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.