Aanslagen Bagdad: 132 doden

Voor de tweede keer in drie maanden zijn zelfmoordterroristen er gisteren in geslaagd om zware autobommen te laten exploderen in het centrum van Bagdad. De dodelijkste aanslagen sinds augustus 2007 hebben volgens de Iraakse autoriteiten ten minste 132 levens geëist. Persbureau AP sprak vanochtend, onder verwijzing naar politie- en ziekenhuispersoneel, van 155 doden.

De Amerikaanse president Obama heeft de verwoestende aanslagen scherp veroordeeld. Obama sprak in een verklaring vanochtend van „schandelijke aanvallen” op onschuldige burgers.

De aanslagen vergroten de zorg dat de Iraakse overheid niet bij machte is voor veiligheid te zorgen nu de Amerikanen zich terugtrekken. De Amerikaanse troepenomvang in Irak moet volgend jaar augustus zijn teruggebracht van 120.000 tot 50.000, om in 2012 vrijwel volledig te zijn afgebouwd. Irak bereidt zich bovendien voor op verkiezingen op 16 januari.

De bommen zaten verstopt in twee vrachtwagens die gisterochtend geparkeerd werden op een drukke parkeerplaats vlakbij de Groene Zone, het zwaarbeveiligde, administratieve hart van de Iraakse hoofdstad. Binnen een minuut gingen beide bommen af. Onder de slachtoffers zouden veel medewerkers zijn van het nabijgelegen ministerie van Justitie en de provinciale regering van Bagdad.

In augustus werden enkele huizenblokken verderop ruim 100 mensen gedood bij vergelijkbare aanslagen. Een half jaar geleden haalde de regering een deel van de betonnen veiligheidsmuren in Bagdad weg om te laten zien dat de veiligheidssituatie verbetert.

De aanslagen waren vanochtend nog niet opgeëist. De Iraakse premier Nouri al-Maliki beschuldigt Al-Qaeda-in-Irak en aanhangers van de in 2006 geëxecuteerde president Hussein. (Reuters, AP, BBC)