Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht

Ik sta met een groepje mensen op een donker en nat Domplein. Lantaarns verlichten de slagregen. Ik ben doorweekt. Paraplu’s behoren tot een wereld van gedegen voorbereiding. Ik kom vaak in cafés tot de ontdekking dat ik twaalf batterijen en een babymeerkat in mijn tas heb, terwijl ik mijn telefoon, portemonnee en waardigheid thuis heb laten liggen. Gelukkig houdt de regen af en toe miraculeus op, omdat er soms uit medelijden een paraplu van anderen in de groep boven mijn hoofd zweeft.

We beginnen aan een nachtwandeling langs de donkerste plekken van Utrecht ter ere van de Nacht van de Nacht, waarin lichtvervuiling centraal staat. Het thema spreekt me aan en bovendien klinkt een nachtwandeling spannend, alsof de weg wordt geleid door iemand die ondertussen griezelverhalen vertelt bij een flakkerend olielampje. In dit geval dan griezelverhalen over schijnwerpers en verlichte etalages, maar toch.

We vertrekken met de groep naar een cafékelder. Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht, en legt de gids iets uit over een Romeinse muur. Geen kwaad woord over de Romeinen, maar zolang het niet over in de fik gestoken gekruisigden bij wijze van straatverlichting gaat, zie ik geen verband met het thema van de avond. Als de gids daarna twijfelend vraagt: ‘Is dit een beetje wat jullie verwachtten?’ vermoed ik dat er enige onduidelijkheid bestaat over deze wandeling.

De wandeling voert langs historische hoogtepunten, die niets met donkerte te maken hebben. Op een gegeven moment wijst de gids op een aantal kraagstenen: ‘Ze zijn prachtig gebeeldhouwd. Ja, dat kan je nu niet zo goed zien.’ ‘Jammer dat het zo donker is?’ zeg ik verbijsterd. ‘Wat betreft die kraagstenen,’ zegt iemand. ‘Ik ben van de gemeente, en we gaan daar een heel mooi spotje op zetten.’

Als later iemand anders me uitlegt dat zijn paraplu van een bedrijf is dat lichtzuilen maakt, krijg ik al helemaal het gevoel dat het stiekem de Nacht van JEEE NOG MEER NEON! is.

Op het laatst gaan voor één keer symbolisch de lichten van de Dom uit. Ik kijk naar de indrukwekkende zwarte toren, en vraag me af waarom hij niet zo kan blijven. Ik heb het licht gezien. Ik wil het uit.