'We verzamelden juist heel eigenwijs'

Onaangename eigentijdse beelden, fysiek verval, de collectie van het Scheringa Museum is veel meer dan de magisch realisten.

Mei 2010, dan had iedereen geweten wat de kunstcollectie van Dirk Scheringa echt behelst. Eigentijdse beelden van Sean Henry, Tobias Schalken, Marc Quinn. Ontregelende schilderijen van Michael Kvium en Leopold Rabus, confronterend naakt van Jean Rustin of Deborah Poynton. En natuurlijk de topstukken: Lucian Freud, Michael Raedecker, Marlene Dumas. Als de nieuwbouw in Opmeer was voltooid, en de collectie in zijn totaliteit te zien zou zijn, dan zou blijken welke vernieuwende koers het Scheringa Museum in zijn verzamelbeleid de laatste jaren was ingeslagen – dat was de hoop van directeur Belia van der Giessen. Een sympathieke verzameling toegankelijke magisch realisten? Ja, dat was het.

In het begin.

Nu is het meer, veel meer. „De grootste en kwalitatief sterkste verzameling modern-realistische schilderkunst ter wereld” zelfs, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung gisteren. Na Carel Willink, Wim Schuhmacher, Dick Ket en Pyke Koch werden hun voorbeelden aangekocht: tijdgenoten uit het buitenland, navolgers en hedendaagse realistische kunstenaars; en ook fotografie, videokunst en driedimensionaal werk.

„Iedereen had deze week een mening over de collectie”, zegt oud-directeur Emily Ansenk, „maar die was vaak niet gebaseerd op hoe die collectie nú is. Veel verrassende nieuwe aanwinsten waren nog niet te zien: die werden bewaard voor de nieuwbouw.”

Zo’n relatief nieuw werk is het beeld His unexpected return van de jonge Nederlandse kunstenaar Tobias Schalken. Het toont een uitermate realistische voorstelling van een meisje dat voorover in slaap lijkt te zijn gevallen op haar bureau. Alles aan haar klopt, behalve de linkerarm die zwaar op het schrijftafeltje rust; die is breed, krachtig en behaard, als van een man, of zelfs een aap. Dit beeld is al net zo griezelig als My house is not my home van Schalken, waarin een meisje, het gezicht in de handen verborgen, naakt op haar buik ligt, op een veel te groot bed, en een groene deken die ook een grasveld zou kunnen zijn. Wat is daar aan de hand? Die vervreemding lijkt een rode draad bij de eigentijdse realisten die het museum kocht.

„De collectie is steeds edgier geworden”, aldus Rutger Brandt van Galerie Mokum, die veel aan het museum verkocht. „Je ziet dat Scheringa meer is gaan durven. Ansenk en Van der Giessen stimuleerden hem daarin. Een voorbeeld is de Lucian Freud, die hij vier jaar geleden kocht. Als Emily dat tien jaar geleden had voorgesteld, had hij haar ontslagen.”

Met kleine stapjes zette Ansenk en Van der Giessen grote veranderingen in gang. Zo werd de weg voor de Freud vrijgemaakt door Jean Rustin. Zijn zelfportret met gekruiste armen, een naargeestig, confronterend naakt, vond Scheringa eerst „afgrijselijk”, vertelt Van der Giessen. „Later kwam er meer waardering, voor het kleurgebruik, de kwetsbaarheid. En drong het besef door dat de kracht van een werk soms in het onaangename, het unheimische schuilt.”

Van der Giessen noemt dat wrange, het „wringende” een rode draad in de huidige collectie: „Het ziet er realistisch uit, maar íets klopt er niet. Dat zit al in het magisch realisme, maar zie je ook in de eigentijdse werken. Neem de sculptuur The Duke of Milan van Sean Henry, of de installatie Extensions 3 van Hans Op de Beeck. Het zijn beide zeer realistische voorstellingen, maar de afmetingen kloppen niet. Daardoor krijgt het tafereel iets geheimzinnigs.”

Een andere rode draad is de condition humaine, zegt conservator Patricia van der Lugt van het Scheringa Museum. „Jean Rustin, Lucian Freud, Deborah Poynton, er is in de collectie veel aandacht voor de mens, maar het is altijd een beetje de tragische mens, de mens in verval.” Ansenk: „We zijn in ons aankoopbeleid altijd eigenwijs geweest. Ook in de tijd dat het helemaal niet ‘in’ was om realisme te verzamelen, deden wij het wel. En inmiddels lijkt het tij gekeerd: realisme mag weer, en veel jonge, trendy kunstenaars maken figuratief werk.”

Met die vernieuwing lijkt de collectie wel enigszins uit het lood geslagen. Brandt: „Het is niet zo gek om die magisch realisten als startpunt te hebben. Maar het is de vraag of je dertig Willinks nodig hebt.” Van der Giessen verzucht: „Nee, de collectie was niet af. We waren een nieuwe weg in geslagen en we wilden nog heel veel. Ik had het geen gek idee gevonden om een deel van de collectie te verkopen, ten bate van eigentijds werk. Maar het is de vraag of wij die droom nog kunnen waarmaken.”

Zie het overzicht van de collectie: scheringamuseum.nl