Wasagamack houdt zijn hart vast voor het virus

Indianenvolken zijn extra kwetsbaar voor de Mexicaanse grieppandemie. Hun armoedige leefomstandigheden en slechte sanitaire voorzieningen vormen vruchtbare grond voor het H1N1-virus.

Er zijn twee pompen waar de inwoners van het indianenreservaat Wasagamack hun water kunnen halen. Slechts tien procent van het reservaat heeft stromend water.
Traditionele medicijnen. (Foto's Frank Kuin)
Kuin, Frank

Half acht, tijd om op te staan in het primitieve huis van Victor Harper, op een afgelegen indianenreservaat in de Canadese provincie Manitoba. Kinderen en kleinkinderen vullen de woonruimte van zijn rommelige bungalowtje in Wasagamack, een geïsoleerde nederzetting van de Ojibway-bevolking. De muren van onbewerkte houtplaten zijn versierd met veren en andere objecten. Warmte komt van een houtkachel.

Een voor een gaan gezinsleden naar buiten, naar de wc: een tochtige houten kast achter het huis met een gat in de grond, een rand van piepschuim als wc-bril, en een hoop gebruikte wc-rollen. Als het ’s winters vriest, kan er binnen een emmer worden gebruikt. In de keuken staat een roestvrijstalen kom met beschuimd water en een stukje zeep. „Je kunt daar je gezicht wassen”, zegt de 58-jarige Harper. Zijn dochter schept met een kan water uit een bak met een vuilniszak, om koffie te zetten.

De kleinkinderen van Harper trekken truien aan om naar school te gaan. Harris van een jaar of vijf loopt met een snottebel. De avond ervoor, na een maaltijd van elandvlees, liet hij een tekening zien die hij op school had gekleurd: een proestend gezicht met stippen die ziektekiemen voorstellen. De les: „Daar moet je voor oppassen, want want je kunt er ziek van worden.”

Die onheilspellende tijding doet dringend de ronde in Wasagamack, een reservaat met ongeveer 1.700 inwoners, ruim 600 kilometer ten noorden van de prairiestad Winnipeg. Wasagamack is alleen te bereiken per vliegtuig, gevolgd door een boottocht, en is daarom relatief afgezonderd van de Mexicaanse grieppandemie. Maar als het H1N1-virus toeslaat op een kwetsbare plek als deze, dan wordt gevreesd dat het snel om zich heen zal grijpen, met dodelijke gevolgen. Want indianenvolken vormen een risicogroep voor de nieuwe, zogenoemde Mexicaanse griep.

Een nabijgelegen reservaat, St. Theresa Point, is dit voorjaar zwaar getroffen door de ziekte. De gemeenschap werd afgesloten, patiënten werden naar Winnipeg gevlogen. Daar lagen intensivecareafdelingen vol met zieke indianen. Meer dan eenderde van de bijna 900 gevallen in Manitoba betrof inheemse patiënten. De indianenbevolking stuwde de Canadese infectieratio ruim uit boven die van Amerika en Mexico (24 gevallen per 100.000 mensen, vergeleken met respectievelijk 11 en 9).

Nerveus maken de Ojibway zich nu op voor een nieuwe ronde. „Mensen zijn bezorgd en proberen voorzorgsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld door voorraden aan te leggen van traditionele geneesmiddelen”, zegt Harper. „We verspreiden informatie dat je in je mouw moet niezen en regelmatig je handen moet wassen met zeep.” Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: „Er is geen stromend water, en ik heb geen handontsmettingsmiddelen.”

Inheemse bevolkingsgroepen lopen bovenmatig gevaar door Mexicaanse griep. In Canada vormen ze minder dan 4 procent van de bevolking (1,2 miljoen op 32 miljoen), maar tot dusverre vormen ze 17 procent van de ziekenhuispatiënten met H1N1 en ruim 11 procent van de dodelijke slachtoffers. Ook in andere delen van de wereld, zoals Australië en Zuid-Amerika, worden inheemse volksstammen bedreigd door de pandemie, schreef de mensenrechtenorganisatie Survival International onlangs in een rapport.

Die situatie herinnert aan historische pandemieën waarbij inheemse volken werden geveld door Europese ziekten waartegen ze geen weerstand hadden, zoals pokken en Spaanse griep. „Een groot deel van onze bevolking is weggewaagd door virussen”, zegt Jerry Knott, het stamhoofd van Wasagamack. „Er bestaat vrees voor dit virus omdat het bij ons makkelijker kan worden verspreid.”

Dat heeft te maken met de erbarmelijke omstandigheden waarin indianenvolken veelal wonen. Ze leven vaak met grote families in kleine woningen met een nijpend gebrek aan sanitaire voorzieningen – vruchtbare grond voor besmetting. Wegens een hoog geboortecijfer en een lagere levensverwachting ligt de gemiddelde leeftijd bij indianenvolken zo’n vijftien jaar lager dan het Canadese gemiddelde – eveneens een risicofactor voor Mexicaanse griep. Tot slot zijn inheemse bevolkingsgroepen kwetsbaar omdat velen al lijden aan chronische ziekten als suikerziekte en overgewicht.

Wasagamack kampt met al die problemen, te beginnen met woningnood. Het reservaat telt ongeveer 240 huizen, de meeste klein, bouwvallig en overvol. Ze staan kriskras verspreid over het reservaat, langs onbestrate, hobbelige wegen, geflankeerd door rommel en afgebroken en uitgebrande autowrakken. Meer dan de helft van de woningen is toe aan grondige reparatie of afbraak. Bouwmaterialen zijn echter moeilijk te importeren, en peperduur. Nieuwe huizen zijn er nauwelijks, dus jonge stellen blijven vaak bij hun ouders wonen.

Joseph en Paula Harper en hun vier kleine kinderen hebben hun eigen huisje: een krakkemikkige éénkamerwoning van houten platen. Aan de buitenkant hangt doorzichtig plastic als isolatie; binnen vervult karton dezelfde rol. Een houtkachel met een pijp door het plafond zorgt voor warmte – maar de rook daarvan slaat het gezin op de longen. De keukenhoek bestaat uit een aanrecht zonder stromend water. Matrassen liggen op de vloer; een peuter ligt aan een fles, een baby zit in een kinderzitje voor een tv.

„De kinderen worden hier gauw ziek want het wordt koud”, zegt Paula zacht. „We stoken de kachel, maar het vuur brandt ’s nachts uit.”

Haar grootste wens, in Canada anno 2009: „Ik wou dat we stromend water hadden. Want het is moeilijk om de baby te wassen. Soms doe ik het maar eens per maand.”

Slechts 10 procent van het reservaat heeft stromend water. Water kan worden gehaald bij twee pompen, aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie. Het duurt niet lang voordat er iemand langs komt. John Harper, een jongeman met zonnebril en trui met capuchon, vult een paar emmers en doet er deksels op. ’s Winters kan de pomp echter bevriezen. Mensen met een watertank onder hun huis kunnen water laten bezorgen door een waterwagen.

Ook ouderen krijgen water aangeleverd. Stamouderen als Robina Harper, een vrouw van 64 met ernstige gewrichtsontsteking. Ze hoest onophoudelijk en heeft last van haar keel. Haar rolstoel met gebroken armleuningen rolt over kale plekken tussen linoleumtegels in de waterloze keuken. Ze kan niet naar de wc buiten, en gebruikt een zogenoemde slop pail: een emmer met een vuilniszak, onder een plastic stoel met een gat. Ze wacht op een afspraak met een arts die anderhalve dag per week het reservaat bezoekt.

„Ik ben erg bezorgd dat H1N1 mijn familie binnendringt”, zegt Robina Harper somber in de inheemse taal. „We moeten ons spiritueel voorbereiden en God vragen om ons te behoeden voor de ziekte die komt. Met traditionele geneesmiddelen kunnen we dat, maar in de moderne wereld hebben we hulp nodig.”

Die hulp verloopt moeizaam. De Canadese regering betaalt voor vluchten om ernstig zieke patiënten naar Winnipeg te brengen – een langdurig en kostbaar proces. Een oproep van stamhoofden om noodziekenhuizen op te zetten, is echter verworpen. Hulp bij preventie is bovendien gehinderd door pijnlijke misverstanden, zoals vaak bij indiaans-blanke verhoudingen. Enkele reservaten in Manitoba, waaronder Wasagamack, ontvingen vorige maand pakketten medische hulpmiddelen met niet alleen mondkapjes en handschoenen, maar ook tientallen lijkzakken. De verontwaardiging was enorm.

„Het was een belediging van ons volk”, zegt stamhoofd Knott, die de lijkzakken per omgaande heeft teruggestuurd naar het ministerie van Gezondheidszorg. „De regering hoopt kennelijk dat we worden uitgeroeid door deze griep. Onze stamouderen hebben verklaard dat wij de eerste bevolking zijn van dit land, en we blijven in leven. We willen die lijkzakken niet.”

De hele gemeenschap was ondersteboven van het incident. „Mensen zeiden: welke is voor mij”, vertelt stamraadslid Walter Harper. „Hoe zou jij het vinden als iemand jou een lijkkist stuurt?”

De Canadese minister van Gezondheidszorg, Leona Aglukkaq, heeft erkend dat haar ministerie een fout maakte. Er was sprake van „een duidelijke overschatting”, zei ze. Volgens Aglukkaq, zelf van Inuït-komaf, zijn de meeste inheemse gemeenschappen in Canada echter „klaar voor een nieuwe golf van H1N1”. Van de 600 inheemse gemeenschappen heeft 90 procent een plan voor een epidemie, zegt zij.

Bij de gezondheidsdienst van Wasagamack is men minder zeker. Ambrose Knott, hoofd van de organisatie, vreest dat in het ergste geval de hele gemeenschap in quarantaine wordt geplaatst. „We hebben geadviseerd tegen groepbijeenkomsten zoals bingoavonden, om besmetting van huishouden tot huishouden te voorkomen”, zegt hij. „In onze cultuur is het echter niet gebruikelijk om onheil over onszelf af te roepen.” Maar, zo zegt hij, „de epidemie kan elk moment toeslaan.”