Te midden van schreeuwers

Joris Luyendijk beproeft nieuwe journalistieke vormen: hij plant een boom in zijn brein.

Vorige maand was uw correspondent in Australië voor de vertaling van een boek. Wat doe je tegenwoordig, vroegen mensen, en als ik zei ‘electric car’, dan knikten ze. Natuurlijk, the Dutch. Homorechten, abortus, euthanasie, softdrugs… Laat dat maar aan de Nederlanders over, vooroplopen bij de rest van de wereld.

Wat doe je op zo’n moment? Vertellen dat bij ons pas 3 procent van de energie duurzaam wordt opgewekt, dat Australië verder is met de elektrische auto? Dat Nederland in de wetenschappelijke literatuur over innovatie geldt als voorbeeld hoe het niet moet (hoe een land dat eeuwenlang windenergie oogstte, de 21ste eeuwse variant van die bedrijfstak aan Denemarken liet)...

In het vliegtuig terug naar ons prachtland had ik alle tijd, CO2 uitstotend, om in mijn brein een miniatuur-historische boom te planten over ons lands neergang. Zou het komen doordat in Nederland de terugslag tegen links harder is dan elders, en milieu wordt gezien als links thema? (In Australië waren trouwens de xenofoob-nationalisten erg voor duurzaamheid, volgens hen kan het milieu niet meer immigranten aan) Zou het komen doordat bij ons de liberale partij knock-out is gegaan, en het thema duurzaamheid is gekaapt door de milieubeweging in plaats van de innovatielobby?

Of komt de Nederlandse achterlijkheid voort uit onze informatie-infrastructuur? Ik stel me zo voor dat meningsvorming bij ons ooit plaatsvond via de zuilen, verticale kolommen waarin vrijwel alle sectoren uit de samenleving waren vertegenwoordigd, en waar kennis omhoog en omlaag kon gaan. De zuilen leverden een wereldbeeld, de kranten het nieuws daarbij. Opinie kwam uit die zuilen, en sloeg iemand onzin uit, dan werd-ie gecorrigeerd.

En nu? Onzin wordt nog steeds uitgeslagen, maar de correctie mechanismen zijn ontmanteld. We hebben geen sterke denktanks die issues met kracht van argumenten op de nationale agenda zetten en houden. Bewegingen van idealistische burgers smoren in overheidssubsidie, en columnisten en opinieleiders zijn overvraagd. Een columnist krijgt hooguit 400 of 500 euro voor een stukkie, dan kun je toch niet verwachten dat die mensen echt gaan uitzoeken hoe iets zit? Voor dat bedrag kun je verwachten dat mensen per week zeker drie of vier columns schrijven, om dan bij ieder dossier een invalshoek te zoeken waar het eigen gebrek aan kennis geen probleem is.

Dan komt er bijvoorbeeld een referendum over de Europese grondwet. Ga je dan als doorsnee columnist of journalist bij een uitgedunde redactie van een actualiteitenrubriek analyseren of die grondwet het Nederlands nationaal belang dient? Daarvoor moet je uitzoeken 1) hoe dat Nederlands nationaal belang eigenlijk wordt gedefinieerd, 2) hoe de politieke situatie in Brussel en Straatsburg nu is, 3) wat die grondwet zou veranderen, en 4) hoe dit mogelijk uitpakt op het Nederlands belang.

Veel te complex! In plaats daarvan neem je de invalshoek: heeft de Nederlandse regering de campagne rond het referendum wel goed aangepakt? Over zo’n vraag kan en mag iedereen meepraten, want je hoeft enkel bij jezelf te vragen: ben ik overtuigd door die campagne? Nee? Nou, dan hebben die prutsers in Den Haag weer gefaald.

Volgende onderwerp.

Zo gaat het nu ook met duurzaamheid. Het is enorm complex, en dus is de invalshoek ‘hoe proberen die milieufreaks in Den Haag nu weer onze vrijheid in te perken’ veel aantrekkelijker dan: ‘hebben die milieufreaks gelijk?’ Om maar te zwijgen van de invalshoek: ‘is dit misschien eerder een kans op innovatie dan een verplichting waaraan je tandenknarsend moet voldoen? En waar liggen de kansen precies?’ Moeilijke vragen met moeilijke antwoorden, die maanden research vereisen, en daarna scherp gevolgd moeten worden. Wie doet dat? En hoe krijgt zo iemand een podium te midden van de veel mediageniekere schreeuwers, sussers en hitsers?

Ik ben wel eens bang dat de geschiedenis zich herhaalt; zoals we in de jaren tachtig de kop in het zand staken over de onomkeerbare gevolgen van immigratie en Europese eenwording, doen we dit nu doen met duurzaamheid. Voor het milieu op wereldschaal maakt het Nederlandse beleid weinig uit, we zijn een stip op de kaart. Maar voor onze economie maakt het alles uit. We kunnen nog steeds rond duurzaamheid slagen maken zoals we eerder deden rond baggeren – een Nederlands exportproduct dat nog altijd de wereld overgaat omdat we er ooit als eerste bij waren.

Mijn vliegtuig zette de landing in. Vanuit het raampje bezag ik brede rivieren, traag door oneindig laagland gaan.

PS: Volgende week goed nieuws over de Elektrische Scriptieprijs!

De volgende aflevering staatal op nrc.nl/weekbladReageren kan hier ook.