Te koop: voertuigen en containers. Af te halen in Tarin Kowt

Nederland wil weg uit Uruzgan. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. De logistieke operatie kost 115 miljoen. Veel materieel zal in het land achterblijven, want dat is goedkoper dan vervoer terug naar huis. Maar wie wil de oude spullen hebben?

Vanaf een wachttoren aan de rand van Kamp Holland is goed te zien hoe uitgestrekt het Nederlandse kamp in Uruzgan is. Brullende generatoren, voertuigen, eetzalen, slaapverblijven, brandstofopslag en duizenden opgestapelde goederencontainers. Sinds de missie in Uruzgan in het voorjaar van 2006 van start ging, is het van oorsprong Amerikaanse kamp uitgegroeid tot een militaire stad, compleet met een elektriciteitscentrale, vuilverbranding en vliegterminal.

Het aantal containers op het kamp is in vier jaar tijd verdubbeld. „Het gaat in totaal om circa 4.000 containers en 3.000 meter aan voertuigen en uitrustingsstukken die momenteel in Uruzgan in gebruik zijn”, schreef minister Eimert van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) deze maand aan de Tweede Kamer.

Diezelfde Kamer heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat er een einde moet komen aan de missie, die tot nu toe 21 Nederlandse levens heeft gekost. „Het kabinet dient vast te houden aan het eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan voor 1 december 2010”, aldus de motie van PvdA en ChristenUnie die deze maand een meerderheid kreeg in de Tweede Kamer.

In theorie kan het kabinet deze motie naast zich neerleggen, en opnieuw de missie verlengen. Maar draagvlak voor zo’n besluit is ver te zoeken. Niet alleen de Kamer heeft in meerderheid genoeg van de missie, in de samenleving klinken dezelfde geluiden: uit onderzoek van Maurice de Hond begin deze maand blijkt dat slechts 16 procent van de ondervraagden verlenging wil.

Als Nederland inderdaad vertrekt, is dit het eerste grote NAVO-contingent in Afghanistan dat het land verlaat. Nooit eerder in de geschiedenis ging de Nederlandse krijgsmacht zo zwaar uitgerust naar een missie. Nu moet zij nog terug naar huis zien te komen.

Het is dan ook niet vreemd dat commandant der strijdkrachten Peter van Uhm deze maand zijn planners opdracht heeft gegeven te onderzoeken hoe het materieel terug naar Nederland kan komen. Nu al blijkt dat een deel hoe dan ook zal achterblijven: vier jaar lang hebben jeeps, vrachtwagens en pantserwagens door een meelachtig stof moeten rijden gedurende de hete zomers, terwijl het landschap ’s winters kon veranderen in een uitgestrekt modderbad. Veel van het materiaal is ‘op’: het is duurder om het weer naar Nederland te vervoeren, dan het te vernietigen of achter te laten in Uruzgan.

In Uruzgan rijden circa 400 voertuigen rond, van lichte jeeps tot kraanwagens. Waarschijnlijk zullen de YPR-rupsvoertuigen blijven staan. Ze hebben veel geleden en waren toch al verouderd. Ook zonder ‘Uruzgan’ zou dit voertuig een opvolger krijgen.

Een bron binnen de krijgsmacht zegt dat zal worden geprobeerd zoveel mogelijk containers te laten staan in Uruzgan. Dat lijkt noodzakelijk gezien de krappe planning: als alles terug moet, kost het 44 weken voordat de laatste container Afghanistan verlaten heeft. Dat kan dus niet: de Tweede Kamer wil dat de missie doorgaat tot 1 augustus 2010, en dat de laatste soldaat het licht uitdoet vóór 31 december 2010. Dat komt neer op een periode van 24 weken.

Overigens wil een woordvoerder van Defensie niet bevestigen dat het gaat om 44 weken. „Het is nog te vroeg om daar officiële uitspraken over te doen.”

Veel van de containers zijn in waarde gedaald doordat ze zijn versleten. Tientallen lichtingen soldaten hebben hun sporen achtergelaten in de gepantserde wooncontainers. De aanschafprijs in 2006 bedroeg 20.000 euro voor een kleine slaapcontainer en 40.000 voor een grotere, schakelbare versie.

Defensie inventariseert nu wat deze nog opbrengen, en wie ze wil hebben. De restwaarde wordt afgewogen tegen de torenhoge transportkosten. Alles in vliegtuigen laden is te duur, en logistiek onmogelijk.

Een alternatief is de route over land naar de Pakistaanse havenstad Karachi. Via deze weg kwam een groot deel van de spullen binnen in 2006. Maar de weg naar Karachi loopt via Kandahar. In vergelijking met 2006 is dit stuk weg onveiliger geworden. Bovendien dient een groot deel van het vervoer te worden uitbesteed aan lokale contractors: kwetsbare Afghaanse, Pakistaanse en zelfs Indiase goederenvervoerbedrijfjes.

Als de Talibaan het willen, kunnen ze grote delen van het traject onveilig maken door de weg vol te leggen met bermbommen. Dat gebeurde deze zomer. Het transport via deze krappe logistieke lijn omschreef generaal Tom Middendorp, voormalig commandant van de Taskforce Uruzgan, onlangs op een seminar als „pindakaas die door een rietje naar binnen moet worden gezogen”.

Als de goederen veilig in Karachi arriveren, kunnen ze worden overgeladen op een niet-militair roll-on-roll-offschip. Dergelijk transport moet worden aanbesteed, omdat defensie zelf niet over grote vrachtschepen beschikt. De tocht van Karachi naar een Nederlandse zeehaven loopt in de papieren: een standaard zeecontainer vervoeren tussen Azië en Europa kost al gauw 1.800 tot 2.000 dollar. In totaal komt zo’n reis op 18.000 dollar, vooral door de kosten van het levensgevaarlijke wegvervoer naar Pakistan.

Een andere optie, maar per container zes keer duurder, is de luchtroute. Ook in dit geval zal defensie transport moeten inhuren. Vooral grote Russische toestellen, zoals de Antonov en de Iljoesjin-76, komen daarvoor in aanmerking.

Tijdens de operatie in Uruzgan is gebleken dat alleen al het reguliere luchttransport 20 procent van de begroting van de missie betreft. Voor dit jaar is 270 miljoen begroot, waarvan ruim 50 miljoen voor luchttransport.

Vooral kwetsbare spullen, zoals helikopters, zullen per vrachtvliegtuig vervoerd worden. Ook gevoelige radioapparatuur en wapensystemen gaan met het vliegtuig terug, want er wil nog wel eens een container zoekraken op de boot tussen Karachi en Nederland.

Om de kosten te drukken, bekijkt defensie of het mogelijk is materieel af te staan aan, bijvoorbeeld, het Afghaanse leger of de opvolgers van de Nederlandse militairen. Het mag immers niet in verkeerde handen vallen. Zo’n overdracht zou de ontmanteling van de basis sterk vereenvoudigen.

Zo ging het ook in 2006, toen Nederland vertrok uit de Noord-Afghaanse provincie Baghlan. Hongarije nam het stokje over en kocht de Nederlandse basis (waar 180 militairen konden verblijven) voor één miljoen euro. Het bedrag viel tegen. Wel mocht Nederland daarna oefenen op Hongaarse militaire terreinen voor een waarde van 2 miljoen euro.

Kamp Holland in Uruzgan, dat 1.400 militairen onderdak biedt, is veel groter dan de basis in Baghlan en moet meer opbrengen. Maar tot op heden heeft zich nog geen opvolger gemeld. De Australiërs en de Amerikanen die ook in Uruzgan zijn gelegerd, zullen er vermoedelijk wel langer blijven, maar of zij iets overnemen van het Nederlands materiaal valt te bezien. Beide legers vertrouwen eerst en vooral op hun eigen spullen.

Zo valt op een buitenpost in Uruzgan te zien dat de Australiërs en de Nederlanders hun voedsel vanuit dezelfde basis langs separate logistieke lijnen geleverd krijgen.

En neem de Amerikaanse militairen: sinds dit jaar verblijft een aantal van hen op Kamp Holland. Ze zouden gebruik kunnen maken van Nederlandse faciliteiten, maar in plaats daarvan hebben ze een compleet eigen verblijf aan Kamp Holland vastgebouwd, met eigen slaapvertrekken en toiletruimtes.

De terugtrekkingsoperatie, ook wel redeployment genoemd, kost 115 miljoen euro, blijkt uit de begroting van Defensie. In 2010 gaat het om 90 miljoen, in 2011 nog om 25 miljoen euro.

Defensie heeft, vooruitlopend op een verlengingsbeslissing, een Redeployment Taskforce in het leven geroepen om de terugtocht naar Nederland voor te bereiden. Nadere details wil defensie nog niet geven. Een verzoek om met de planners te spreken, werd afgewezen.

De Taskforce, die volgens plan in 2010 naar Uruzgan gaat, zal er ook voor zorgen dat de taken en operaties worden overgedragen aan een ander land. „Tevens wordt overleg gevoerd met partners en met de Afghan National Army (ANA) om te bekijken welke delen van de basis en van het materieel kunnen worden overgedragen”, zo meldt een brief aan de Tweede Kamer.

De Afghan National Army, waarmee de Nederlandse militairen samenwerken, is een goede kandidaat voor overname van een deel van de basis. Met de komst van steeds meer ANA-militairen zit het Afghaanse leger om verblijfsfaciliteiten te springen. Ook heeft het een tekort aan voertuigen.

Nederlandse instructeurs kunnen de Afghanen trainen in de omgang met het materieel. Een lesje properheid kan dan geen kwaad: afgelopen zomer ging een deel van het Afghaans legerkamp verloren in een vuurzee. In een vettige keuken grepen de vlammen om zich heen. Pas na een kwartier kwam iemand op het idee de nabijgelegen brandweer van de Luchtmacht te alarmeren. De kwartiermakers die Kamp Holland met zoveel toewijding hebben gebouwd, zullen hun hart vasthouden als de basis wordt overgedragen.

Meer artikelen en achtergronden over de missie op nrc.nl/uruzgan