Stomdronken mottenmannen

In geheime ondergrondse kamers in indianendorpen namen de medicijnmannen drugs van de Engelentrompet. Ze beleefden dan de gekste avonturen.

Onder de grond in oude indianendorpen (pueblo’s) zijn geheime kamers gevonden. Met tekeningen op de muur. Zoals hieronder en hiernaast. Ze zijn al vierhonderd jaar oud. Op die tekeningen staan mensen met antennes, met vleugels, met soms een raar slurfje, maar wel met gewone armen en benen. En soms een gezicht.

Zijn het muskietmannen? Of mottenmannen? Waarschijnlijk mottenmannen. Simpel! Een mot heeft óók zo’n opgerold snuitje. Muskieten niet.

Maar wie zijn dan die motmannen, dat is de vraag. Een Amerikaanse wetenschapper weet nu het antwoord. Het zijn magische tovenaars, sjamanen heten die, medicijnmannen die rare dansen doen, en zich dagen zonder eten en drinken opsluiten in die ondergrondse kamers. Dan nemen ze ook drugs, zoals indianen kunnen maken van de planten waaraan die mottenmannetjes hier linksonder hangen. Engelentrompetten heten die planten.

Knettergek worden die sjamanen dan, dronken van de drugs en duizelig van de honger. En dan gebeurt het. Normaal zijn die sjamanen gewone mensen. Maar nu weten ze echt helemaal zeker dat ze in motten veranderen. Of in vogels. Of soms in nog veel gekkere dieren. Sommige geleerden denken dat dat komt doordat die Engelentrompettendrugs niet alleen de gekste beelden oproepen, maar de mottenmannetjes ook het gevoel geven dat ze vallen. Terwijl ze natuurlijk gewoon verdwaasd op de grond liggen. Dus denken ze dat ze kunnen vliegen, hoe kan je anders vallen?

Als ze weer bij kennis zijn, en wat te eten hebben gekregen van de andere indianen die al die tijd buiten hebben staan wachten (en soms even gingen kijken), beginnen de sjamanen te vertellen, over de totaal andere wereld waar ze waren. En iedereen gelooft het, de mottenmannen zelf nog wel het meest. Zij voelden alles zelf.

Hendrik Spiering