Russische rommelflats omgetoverd tot een fris Pools kuuroord

Ooit woonden er duizenden Russische soldaten in de bossen van Pommeren in het noordwesten van Polen. Het ene dorp is nu vervallen, het andere een levendig kuuroord.

Onwennig betreedt het hondje de ruïnes van Klomino. „Hij is pas vier maanden oud”, zegt brandweerkapitein Tomasz Ciok, onderuit gezakt op een stoeltje. „Hij wil nog niet echt. Daarom zijn we hier.”

Elk jaar maken Ciok en zijn mannen de lange reis van Warschau naar Klomino, een spookstad in het noordwesten van Polen, voor rampenoefeningen met reddingshonden of bluswagens. En ze zijn niet de enigen. Het oord, waar ooit tienduizenden Sovjetsoldaten woonden, is ook populair bij Poolse anti-terreurbrigades. ,,Er zijn nog maar weinig zulke plekken”, zegt Ciok. „Het gaat veel te goed met dit land.” Hij lacht.

Dit jaar komen ze voor het laatst. Binnenkort wordt Klomino, goed verstopt in de dichte bossen van Pommeren, gesloopt. Pogingen om van de tientallen, vijf hoge, met gras overgroeide Sovjetflats sociale woningen te maken zijn mislukt. Niemand wil hier wonen, op deze godvergeten plek, die onder het communisme op geen enkele wegenkaart stond.

Een tiental kilometer verderop heeft Borne Sulinowo wel geluk. Ook dit stadje werd ooit bevolkt door Russische soldaten en hun gezinnen, maar de beschaving heeft hier wortel geschoten. De ligging is beter, naast een groot meer. „Van de rommel die de Russen hebben achtergelaten, hebben wij een kuuroord gemaakt”, zegt ambtenaar Tadeusz Wojewódzki trots.

Bovendien is de architectuur minder monotoon. Want vóór de Russen hadden de Duitsers hier ook al een legerbasis (Gross-Born). En die bouwden kazernes in Pruisische stijl – met rode dakpannen – en statige villa’s voor officieren. „Nergens in Polen vind je een plek die onze roerige geschiedenis zo goed, in een notendop, illustreert”, zegt lokale historicus Dariusz Czerniawski.

Gross-Born werd in 1938 door Hitler persoonlijk geopend. De basis, die met 38.000 man in vijf jaar uit de grond was gestampt, zou in 1939 een cruciale rol spelen bij de invasie van Polen. Toen de Sovjets naar Berlijn trokken, troffen ze een splinternieuw legercomplex aan. De Poolse grenzen schoven na 1945, op aandringen van Stalin, een heel stuk westwaarts op, maar de basis bleef nog lang in Russische handen.

Oude angsten voor buurlanden spelen tot op heden een rol in de Poolse politiek. Warschau ijvert al jaren voor een sterke aanwezigheid van de NAVO en de Verenigde Staten. Die ambities kregen een knauw toen de Amerikanen na Russische bezwaren besloten af te zien van de bouw van hypermodern afweergeschut. Verraad, schreeuwden sommige politici. Deze week werden ze gerustgesteld met een ‘raketschild light’.

Maar in Borne Sulinowo halen ze hun schouders op. „Wat een onzalig plan om de Amerikanen binnen te halen nadat we de Russen eruit hebben gegooid”, zegt Andrzej Michalak, die rondleidingen verzorgt langs de bunkers rondom de stad. „Het denken in kilo’s wapentuig is volkomen achterhaald. De eerste die nu schiet, is de tweede die eraan gaat.”

„Het verleden wordt vaak misbruikt om electoraal te scoren”, zegt ook historicus Czerniawski. „Dat werkt steeds minder goed, Polen hebben wel andere dingen aan hun hoofd. Politici zullen snel naar iets anders op zoek moeten.”

Michalak schuimt in een camouflagebroek geregeld de bossen af met een metaaldetector. In een garage heeft hij een klein privémuseum ingericht met zijn vondsten. Zijn laatste: een half vergaan paardengasmasker uit de Eerste Wereldoorlog. Hij stuit ook geregeld op soldatenlijken. „Dertien tot nu toe”, zegt de oude schatjager.

In Borne Sulinowo viel het communisme niet in 1989, zoals dit jaar overal in het voormalige Oostblok wordt gevierd, maar pas in 1992. Toen vertrok de laatste Sovjetsoldaat. Ambtenaar Wojewódzki was een van de eersten die de tot dan toe streng afgeschermde legerbasis betrad. „We stapten het decor van een oorlogsfilm binnen. De wind had vrij spel, ramen klapperden.”

Wojewódzki besloot te blijven, wegens de spotgoedkope huizenprijzen en de belastingvoordelen voor kolonisten. In het begin was het moeilijk: het terrein lag bezaaid met mijnen, olie en andere rotzooi en niemand wist hoe de kabels en pijpen onder de grond liepen, de Russen hadden alle bouwplannen meegenomen. „We waren net archeologen”, zegt Wojewódzki.

Intussen is Borne Sulinowo een fris geverfde, dynamische stad. Binnenkort wordt van de voormalige appèlplaats een groot sportveld gemaakt. En onlangs is er een officieel museum geopend, waarin ook aandacht is voor Poolse en Franse officieren die hier tijdens de oorlog gevangen zaten.

Michalak vindt het niet erg dat zijn privémuseum er een concurrent bij heeft gekregen. Hij is blij met de groeiende aandacht voor de lokale geschiedenis. „Het is alleen wel wat laat”, zegt hij. „Er is al veel stukgemaakt.” In de jaren negentig stond er aan het begin van de stad nog een poort, met aan weerszijden reusachtige Wehrmachtsoldaten van steen. In het centrum stond een marmeren Lenin.

In de bossen heeft de schattenjager een groot monument gevonden, met een hakenkruis. Dat wil hij pal voor zijn eigen museum neerzetten, ondanks bezwaren van de burgemeester, die bang is voor naziverheerlijking. Michalak vindt dat onzin. „Ik duld geen neonazi’s, maar ben niet bang voor de geschiedenis. Ik verdien er mijn geld mee.” Hij heeft in Rusland alvast een nieuwe Lenin besteld.