Praalgraf

Stel dat Dirk Scheringa ontmaskerd was als pedofiel. Dan had het DSB Stadion, die avond tegen Arsenal, nóg gezongen: „Dirk bedankt! Dirk bedankt!” Moeders, opa’s, kinderen: allen uit volle borst.

Boeven hebben carte blanche, in het voetbal.

In de blinde hoek van geliefde clubkleuren doet maatschappelijk zeer er nog weinig toe. In Italië wordt in voetbalstadions wekelijks de Hitlergroet gebracht – iedereen ziet het, en haalt de schouders op. Zolang Lazio of Atalanta de wedstrijd winnen, is er niets dat pijn doet aan de ogen.

Supporters.

De jubelstemming in het DSB Stadion, deze week, mag dan onwezenlijk zijn voor de duizenden desperado’s die door Scheringa zijn opgelicht, ze zal zondag onversneden worden overgedaan als AZ van Ajax wint. Misschien wordt Dirk wel, nog dezelfde avond, op een kar door Noord-Holland gereden. In een zee van wuifhandjes. Voetbalgeluk is niet te houden.

Ik begrijp nu dat de polderbaron niet te beroerd was om zijn eigen spelers te ketenen aan wurgcontracten en totalitaire constructies. Er werd gegoocheld met aandelen die achteraf dood geld bleken. Topsalarissen verdwenen in de mist. Hoe liefdevol ben je dan als voorzitter? Het duizendjarig rijk van procedures waarop rebel-keeper Oscar Moens door Scheringa werd getrakteerd, had natuurlijk de ogen van spelers moeten openen. Maar voetballers zijn kinderen, ze geloven in sprookjes.

En er was de vertrouwenwekkende alledaagsheid van Dirk:geitenwollen sokken, stamppot, gebrekkig taalgebruik, dwaze vreugde om vrieskou. Ook nog schaaphoeder. Weten voetballers veel dat het op Sicilië wemelt van schaaphoeders met een Maserati voor de deur. Voetballers worden altijd opgehangen aan clichés van patsers en yuppen, van dure vrouwen en auto’s, maar er heerst veel goedgelovigheid in die wereld. Veel betaalde liefde.

De speculaties gaan nu over de toekomst van AZ. Ploeg en stadion zijn te koop. Het is wachten op een Arabier, een Rus, wie weet op crapuul uit Kirgizië. Of is de reddende engel dichter bij huis? Als ik door Noord-Holland rijd, ben ik altijd onder de indruk van die enorme koolschuren in een verloren landschap. Daar moet geld achter zitten.

Dirk Scheringa geniet van een milde aanpak in de media. Veel milder dan Charles Z., of de Hakkelaar. Dat heb je met sport: leg drie stenen op elkaar, en caritas waaiert uit over de vier windstreken. Per bidprentje. Verantwoording is er niet meer bij, alles is peperkoek geworden. En als er dan toch nog ergens een spoor van gif wordt ontdekt, heet het dat de weldoener zich vergist heeft in mensen. Of in een tijdsbeeld.

Ik begrijp provincialen als geen ander. Ik ken de worsteling naar stedelijkheid. Van mij zul je geen kwaad woord horen over Renze de Vries, de varkenshoeder die eens voorzitter van FC Groningen was. En die zo beschaamd was over zijn komaf dat hij al zijn zwart geld in een kantine stak. Maar die vertedering heb ik niet bij Dirk Scheringa. Ik heb hem altijd gezien als een manke megalomaan, slaapwandelend in miserabele ijdelheid. Krukas in de hand, en toch gelikt sluw.

Ontroerend is nu de belijdenis van onschuld van AZ-directeur Toon Gerbrands. Hij noemt zichzelf een boegbeeld tegen wil en dank. Het zal wel. En ja, zie hem over zijn in kraters geslagen snorretje kijken, en je weet: wijlen majoor Bosshardt van het Leger des Heils zat lichtjaren dichter op de erfzonde dan Toon.

Ach, Gerbrands: postzegel.

Dat kun je van Ronald Koeman niet zeggen. Maar ook hij lijkt te buigen voor het schurftige debacle van zijn broodheer. Ergo, hij lijmt en slijmt de scherven van Scheringa bij elkaar tot zweep over de selectie. Gekwetste onschuld als instrument. Zowaar in de rubberen leer van het tranendal Albert Heijn. Hoe klef wil je zijn, in een mensenleven?

Natuurlijk begrijp ik Ronald Koeman. Eindelijk mocht hij, zij het in Alkmaar, in het voetspoor van Louis van Gaal treden. En dan, ineens, gaat het licht uit. Dat wil je echt niet weten, als rekenmeester van illusies en verwachtingen. Ronald voelt zich gepakt, en daar kan ik me wel iets bij voorstellen.

Maar bij de 1-1 tegen Arsenal juichte ook hij de longen uit zijn lijf. En dus maakte het AZ-icoontje van de gedupeerden van Scheringa toch weer een praalgraf.

Ik snak naar Marx en Lenin, in Alkmaar, om niet te zeggen in Nederland. Maar wat zei de vriendelijke kaasboer? Hij zei: „Zoals Dirk Scheringa is er maar één!”