Op zoek naar Mark Rodgers

Een Iers jongetje op de begrafenis van zijn vader. De foto won in 1993 een Zilveren Camera. Het jongetje is nu een Keltische strijder.

Noord-Ierland, oktober 1993. Na een IRA-aanslag op een viswinkel in een protestantse straat in Belfast schieten UVF-aanhangers twee – katholieke – vuilnismannen dood. De oudste zoon van een van hen heeft net zijn zesde verjaardag gevierd. Peter Boer fotografeert het jongetje tijdens de begrafenis van zijn vader en wint een Zilveren Camera. In 2009 gaat hij terug. Op zoek naar Mark Rodgers.

Wekenlang hebben we gemaild, gebeld en afspraken gemaakt over onze komst. Maar nu het zover is, heeft de 21-jarige zich uit de voeten gemaakt en blijven mails en telefoontjes onbeantwoord. Dus kloppen we, onaangekondigd, bij Caroline Rodgers aan, Marks moeder. „Typisch Mark”, zegt ze, terwijl ze theezet, haar levensverhaal in sneltreinvaart afratelt en heen en weer schiet naar een andere ruimte waar haar brandende sigaret op een asbak ligt. „Hij wil de confrontatie niet aan.”

Een paar dagen later neemt Mark alsnog de telefoon op. Hij belooft te komen. „Mijn emoties schoten alle kanten op”, zegt hij als hij een paar dagen later is teruggekeerd naar zijn ouderlijk huis in de Iers-nationalistische arbeiderswijk Andersonstown in Belfast. Hij wist dat de fotograaf nog meer foto’s zou meenemen. „Opeens drong tot mij door dat ik de begrafenis van mijn vader weer zou gaan zien.” Maar zodra we hem zien, wil hij onmiddellijk de foto’s bekijken. Mark is spierwit en trilt. Tranen druppelen over zijn wang. „Mijn maag draait zich om als ik de foto zie waarop mijn moeder instort. Maar ik voel ook opluchting, want ik praat nooit over de dood van mijn vader. En ik ben blij dat ik huil, want het is fijn om te merken dat ik gevoel heb. Dat ik dat niet ben kwijtgeraakt.”

Mark Rodgers is net zes als zijn vader in oktober 1993 wordt vermoord. In Noord-Ierland staat het vredesproces in de kinderschoenen en de tegenstanders laten met bruut geweld hun stem horen. De Nederlandse fotograaf Peter Boer is in de Britse provincie om vast te leggen wat daar gebeurt. Nieuwsgierig naar de gevolgen van het conflict komt hij bij de begrafenis van de 28-jarige vuilnisman Mark Rodgers terecht; de vader van Mark. „Pas in Nederland zag ik dat ik een icoonachtige foto had gemaakt. Het beeld van dat onschuldige jongetje is altijd in mijn gedachten gebleven. Ik was benieuwd hoe het met hem zou zijn.”

In de strak ingerichte woonkamer van Caroline Rodgers hangt op de zwarte skai bank haar magere, wat smoezelige zoon. Mark is lid van Clánn ná Uláidh, een Keltische re-enactmentgroep, en hij probeert zoveel mogelijk als een Keltische krijger te leven. Zijn haren wast hij niet en zijn tanden poetst hij met een stukje hout. „Hij stinkt”, zegt zijn moeder misprijzend. Vol enthousiasme vertelt Mark over de Keltische veldslagen die hij naspeelt in Ierland en Groot-Brittannië. Over zijn liefde voor het verre verleden en het grote wijkfeest in Falls Park waar hij samen met zijn re-enactmentgroep een week lang in een nagebouwd Keltisch dorp leefde. „We woonden in zelf gebouwde tenten, sliepen onder schapenvachten en kookten en aten middeleeuwse gerechten. Iedere dag gaven we demonstraties zwaard- en speervechten. En ’s avonds dronken we honingwijn of zelf gebrouwen bier. Het was echt fantastisch!”

Het ontwapenende jongetje van zestien jaar geleden is een Keltische strijder geworden. Het had meer voor de hand gelegen dat hij zich had aangesloten bij het Iers Republikeinse Leger (IRA), vertelt hij. „Ik haatte alle protestanten. Van mij mochten ze doodvallen. Iedereen in onze buurt dacht zo, het is hier heel normaal dat je de IRA steunt. Het was haat. Pure haat.” Hij vertelt dat zijn moeder voorzag dat hij voor terreur zou kiezen als zij niet zou ingrijpen en bracht hem daarom naar WAVE: een club die mensen ondersteunt die door het Noord-Ierse conflict zijn getraumatiseerd. „Het duurde nog zeker een jaar of vier voor ik van mening veranderde en realiseerde dat protestanten net zo onschuldig zijn als mijn vader.” Ook ging Mark boksen. „Dat hielp om mijn woede kwijt te raken en mijzelf te concentreren. Dat heb ik ook bij het naspelen van veldslagen. Dat helpt om mijn emoties onder controle te houden.”

Dankzij WAVE reisde Mark de halve wereld over. Hij logeerde een maand bij een Iers-Amerikaanse familie in Boston, ging naar Polen, Schotland en Roemenië. „We waren met zes katholieke en zes protestantse jongetjes uit Belfast.” Hij vertelt dat hij zich heel verbonden voelt met al die jongens. Hij noemt ze vrienden – al ziet hij ze nooit meer.

Mark keurt geweld inmiddels af, maar zijn politieke overtuiging is in al die jaren niet veranderd. Hij is een Iers nationalist en gelooft dat Noord-Ierland en de republiek verenigd moeten worden. „Ik stem Sinn Féin.” Als hij over politiek praat, zijn Marks teksten doorspekt met nationalistische propaganda. En hij is ook niet vies van symboliek. Uit het raam van zijn slaapkamer hangt altijd een kleine Ierse vlag, en in de vlaggenhouder die Sinn Féin in de hele buurt heeft uitgedeeld en opgehangen steekt een vlag om de republikeinse hongerstakers uit de jaren 80 te herdenken. En natuurlijk is hij fan van de Schotse voetbalclub Celtic. „Mijn opa was fan, mijn vader, mijn ooms; als je hier woont, ben je Celtic-supporter.”

Dat hij Keltische veldslagen naspeelt, geeft Mark in de nationalistische wijk veel respect. Zijn moeder heeft minder ontzag voor haar zoon. Zij werkt keihard om haar gezin met twee thuiswonende kinderen te kunnen onderhouden en Mark draagt niets bij sinds hij een jaar geleden zijn baan als metselaar verloor. Zijn uitkering van zo’n 50 euro per week blowt hij weg. „Mark blijft iedere nacht tot vijf uur op en ligt de rest van de dag in zijn bed te rotten”, bitst ze. „Hij steekt geen poot uit.”

„Ik ben veel te vroeg van school gegaan”, reageert Mark onaangedaan. „Op mijn zeventiende ging ik werken. Het liefst zou ik weer terug naar school gaan, carrière maken als Keltische krijger of voor mijzelf beginnen.” Hij droomt van een eigen bouwbedrijf. „Al zal ik weigeren belasting te betalen als Noord-Ierland dan nog Brits is. Niet omdat de regering Brits is, maar omdat de Britten oorlog voeren in Irak en Afghanistan. Daar ben ik het niet mee eens.” Dat Ierland ook in Afghanistan vecht, wimpelt Mark weg. Hij weet zeker dat de Ierse republiek neutraal is. „Ik doe ’s nachts veel onderzoek op internet. De Ieren vechten absoluut niet in Afghanistan.” Zijn moeder hoort het hoofdschuddend aan. Ze smeert boterhammen en vliegt als Mark om een kopje thee vraagt. Hoewel ze af en toe heel venijnige opmerkingen maakt, verwent ze haar zoon – zoals bijna alle Noord-Ierse moeders – tot op het bot. Ze heeft haar best gedaan om hem uit de handen van de IRA te houden, maar het lukt haar niet om hem in het gareel te krijgen. Mark lijkt dat allemaal te ontgaan. „Nog een paar jaar en dan ben ik net zo oud als mijn vader”, zegt hij. „Hij had toen al een huis en een gezin. Ik zal zijn begrafenis nooit vergeten. Sindsdien weet ik dat ik niet in de grond wil worden gestopt. Ik wil een Keltische begrafenis; verzwolgen worden door de zee. Laat de golven mij maar meenemen.”

Meer foto’s uit 1993 van de begrafenis van Mark Rodgers vader op nrc.nl/nrcweekblad