Oosten schreeuwt om arbeidskrachten

In China is de migratie van oost naar west omgedraaid. Fabrieken volgen de migranten naar het westen. En in het oosten zijn internet, goed loon en airco nodig, anders komen ze niet eens.

BYD. 16.5-30. Alfabeet. Geen tatoeages of littekens. 5/8/900. Overwerk gewoon 7,6, overwerk feestdgn 15,5. Maximaal 1900-2500. Morgen beginnen.

Doodop na een 72-urige busreis en stinkend naar ongewassen kleren taxeert Zhou Ming Dong (22) het klapbord met de advertenties van BYD (Build Your Dreams). Hij begrijpt het kortschrift meteen.

BYD is een van de meest succesvolle (elektrische) auto- en batterijenmakers ter wereld en zoekt snel jonge arbeiders zoals hij.

In verband met het bedrijfsimago mag hij niet op een gangster, een pooier of vechtersbaas lijken. De werkweek duurt vijf dagen, de werkdag acht uur en basissalaris is 900 yuan (90 euro) per maand en kan met overwerk oplopen tot 170 of zelfs 250 euro per maand.

„Aaah, fuck, om die 2.500 yuan te halen moet je wel werken als een beest, zes dagen lang, 14 uur per dag”, rekent Zhou Ming Dong snel uit. Op de vettige stoep, glad van het spuug, van het busstation van Dongguan in Zuidoost-China wordt hij meteen aan zijn mouw getrokken door de personeelswervers van het autoconcern. „Maar de maaltijden zijn gratis, net als de huisvesting in nieuwe gebouwen. Slaapzalen met airco, wasmachines, televisie en breedbandinternet”, roept een van hen tegen de jongeman uit een dorp in het 1.700 kilometer westelijk gelegen provincie Sichuan.

Zhou Ming Dong, die al op zijn vijftiende uit werken ging, is niet onder de indruk. Tot hij een jaar geleden werd ontslagen, verdiende hij bij een failliet gegaan Amerikaans bedrijf dat geldautomaten voor Amerikaanse en Europese banken maakte het dubbele.

Twee van zijn reisgenoten, zusjes van zeventien en negentien jaar, worden zeer beleefd aangesproken door de wervers van het Koreaanse Samsung, dat met BYD vergelijkbare arbeidsvoorwaarden aanbiedt.

Samsung is bezig de productie van plasmaschermen helemaal naar China te verplaatsen en bouwt hier nieuwe fabrieken. Ook zij mogen geen tatoeages of littekens hebben. „Meisjes met tatoeages worden in China beschouwd als hoeren”, legt de werver, achter zijn hand fluisterend, uit.

Zhou Ming Dong, Ding Chin en Ding Yan, willen niet tien minuten na aankomst een beslissing nemen waar ze ten minste een paar jaar aan vast zitten. De zusjes hebben eigenlijk helemaal geen zin om meteen de fabriek in te gaan. Ze kennen de verhalen van hun grootmoeders, moeders en tantes die dat tien, twintig jaar geleden wel deden. Ze willen, om met schrijfster Leslie Chang te spreken, eigenlijk geen Factory Girls worden.

Het liefst vinden ze werk in de dienstensector, in een luxe hotel voor buitenlanders bijvoorbeeld. Ze hebben gehoord over „schone” banen met veel vrije tijd. Dat ook de smoezelige massagetenten met beautiful girlmassage en karaokebars onder de noemer dienstensector vallen, beseffen ze natuurlijk ook.

Met een „we zien wel” nemen zij afscheid en gaan eerst uitrusten, douchen, cola drinken en hamburgers eten bij McKFC, een namaakuitvoering van KFC.

Nog geen jaar geleden verloren hier in de Parelrivierdelta ten westen van Hongkong miljoenen arbeidsmigranten hun banen. Maar sinds enkele maanden is een omgekeerde trend zichtbaar. Alle grote elektronicaconcerns, zoals Lenovo, Samsung, LG, Nokia, Pioneer, Sony en Apple, rekruteren weer volop personeel.

In de winter van 2008/2009 verloren meer dan 20 miljoen Chinese arbeidsmigranten hun werk omdat de export naar Japan, Korea en Westen instortte. Inmiddels hebben vijftien miljoen van hen weer werk gevonden, een direct gevolg van het economische herstel en vooral van de stijgende binnenlandse vraag.

Dit cijfer van het Chinese Bureau voor Statistiek maakt een propagandistische indruk, maar spoort met de arbeidsmarkten in Dongguan waar de grootste fabrieken ter wereld zijn gevestigd.

„Toen de financiële crisis in het Westen was uitgebroken, verloren veel mensen hun baan en moesten terug naar hun geboortedorpen en thuissteden. Nog maar een paar maanden geleden waren er voor iedere baan vier gegadigden. Nu is dat precies andersom: voor iedere werkzoekende zijn er vier banen”, vertelt Zhang Qunkai, de 26-jarige manager van Huian Talent Resource Service, een van de grote, particuliere arbeidsbeurzen in Dongguan.

Hij wordt tijdens een gesprekje voortdurend onderbroken door telefoontjes van de personeelsdirecteuren van de grote fabrieken in de omgeving.

„Als zich vandaag 7.000 geschikte personen melden, kan ik ze meteen aan werk helpen”, zucht manager Zhang, „maar waar haal ik die 7.000 vandaan, ze komen gewoon niet meer, ze blijven thuis in hun dorpen”.

De buitenlandse en Chinese fabrieken voeren niet alleen met het oog op de westerse feestdagen de productie van auto’s, iPhones, iPods, playstations, gsm’s, plasmaschermen, laptops, schoenen, pratende Barbiepoppen en grijnzende kerstmannetjes op. De meeste orders zijn afkomstig van Chinese winkelketens.

Manager Zhang Qunkai trekt een zorgelijk gezicht. Hij verzint van alles om werkwilligen te verleiden. Op het met ballonen en vlaggen versierde plein voor zijn beurs wordt iedere avond een disco georganiseerd met gratis cola en maaltijden. Hij organiseert computer- en make-upcursussen. „Het probleem is dat een jaar geleden hier op piekdagen zo’n 12.000 mensen kwamen voor een baan. Sinds een maand of twee zijn dat er maar 4.000 per week.” Op een toon alsof hij een geheim verklapt: „Weet je wat het is, de generatie van nu is veel verwender. Ze willen hogere lonen, schone arbeidsomstandigheden en slaapzalen met alle voorzieningen. De eerste generaties arbeidsmigranten hadden een andere mentaliteit. Zij moesten hele families onderhouden en voeden. De arbeidsmigranten die nu komen, zijn jong, meestal hebben ze de middelbare school afgemaakt en stellen meer eisen. Het gebrek aan ongeschoolde arbeiders wordt steeds groter.”

Daar is Percy Lan, de Chinese hoofdredacteur van het tweetalige blad Asian Footwear News het volledig mee eens, maar hij ziet ook dieper liggende, structurele veranderingen. Lans kantoor is gevestigd in Houjie, de schoenenstad van Dongguan, zoals Chang’an, Liaobu en Nanchang de elektronicasteden in deze regio zijn. Steden is een groot woord, het gaat om fabriekscomplexen met daarom heen de haastig gebouwde flats, of beter kippenhokken voor de werkers, en goedkope eethuizen, winkels en bars.

Arbeidstekorten in dit uitgestrekte gebied met honderdduizenden fabrieken en meer dan 50 miljoen arbeidsmigranten zijn op zichzelf geen nieuw verschijnsel. „Nieuw is dat er aan de exodus van het platteland naar de oostkust een einde is gekomen. Die tijd komt niet meer terug. Tijdens de crisis was er sprake van een omgekeerde migratie. Zelfs nu de economie weer aantrekt, komen die mensen niet meer terug. Dat is een nieuw demografisch fenomeen’’, denkt Lan.

„Er was een tijd dat de fabrieken in de Parelrivier- en de Yangtzerivierdelta’s beter betaalden dan in westelijk of centraal-China, maar die loonverschillen worden steeds kleiner’’, legt Lan uit. Door de industrialisatie en urbanisatie van centraal en westelijk China groeit de werkgelegenheid in steden als Chengdu, Chongqing, Kunming tot aan Urumqi voortdurend.

In Houjie, waar 45 procent van alle sportschoenen in de wereld wordt gemaakt, heeft de crisis geleid tot een grootschalige sanering. Alleen de sterkste en meest efficiënte fabrieken hebben de kaalslag doorstaan. Deze ondernemingen, waar ook Nike en Adidas orders plaatsen, besteden werk uit aan onderaannemers in de naburige provincies Jiangxi, Hunan en Guangxi.

„Een deel van het werk verplaatst zich uit de Parelrivierdelta naar bedrijfjes die zijn opgericht door voormalige arbeidsmigranten”, vertelt Lan. Dat zijn kleine ondernemingen waar het naaiwerk voor schoenen, textiel en koffers wordt gedaan in omstandigheden die volgens Lan „natuurlijk niet te rijmen zijn met de nieuwe arbeidsomstandighedenwetgeving.”

Lan: „Maar als de werkers niet naar de fabrieken komen, gaat het werk naar de werkers.”

Dat verklaart waarom volgens het Chinese bureau voor de statistiek bijna 40 procent van de 20 miljoen arbeidsmigranten die een jaar geleden werkloos werden, niet meer wil terugkeren naar het oosten. Zij hebben werk dichter bij huis gevonden.

Percy Lan, wiens Chinees is doorspekt met Amerikaanse slangwoorden: „Arbeidsmigranten hebben in het Westen het imago van arme sloebers die zijn uitgebuit. Voor de eerste generatie klopt dat ook wel, maar er is veel veranderd. Velen van hen hebben goed verdiend, veel gespaard en zijn begonnen met eigen bedrijven. Daar komt bij dat de overheden in provincies als Sichuan de oprichting van eigen bedrijven subsidiëren.”

Tekorten aan arbeiders doen zich niet alleen voor in zuidelijke industriezones, maar ook in de Yangtzedelta, waar volgens de Shanghaise media in de afgelopen maanden een reservoir van 250.000 vacatures is ontstaan. Dat is ook een rechtstreeks gevolg van de toenemende vraag naar elektronica in China, maar ook door de golf aan orders van het Amerikaanse Walmart, de grootste winkelketen ter wereld.

Door de arbeidstekorten en de nieuwe arbeidsomstandighedenwet stijgen de lonen en verbeteren geleidelijk aan de arbeidsomstandigheden. Grote Chinese ondernemingen, waarin Amerikaanse investeerders zoals Warren Buffett miljoenen dollars hebben gestoken, willen niet te boek staan als asociale bedrijven.

Manager Zhang Qunkai van de arbeidsbeurs laat op zijn laptop de statistieken zien. Afhankelijk van het soort werk zijn de lonen dit jaar gestegen met 19 en 38 procent. Dat laatste percentage geldt alleen voor de kaderfuncties bij Chinese multinationals zoals ZTE (telecommunicatie) en Hisense (elektronica). „Bij kleine bedrijven met hele smalle marges gaan de lonen niet omhoog”, waarschuwt hij. En daar zijn er in Dongguan en omstreken tienduizenden van.

Cosmos Electronics in een stille straat in Chang’an is met 150 overwegend vrouwelijke werknemers een kleine producent van rekenmachines en dvd-spelers. Baas Xu Xingping laat de grauwe productiehal zien waar aan de adressen op de dozen te zien wordt gewerkt aan orders uit China, maar ook uit Bagdad, Teheran en Boekarest.

De donkere hal wordt geventileerd door de ramen tegenover elkaar open te houden, de slaapzalen van de migranten in een aanpalend gebouw met vier verdiepingen zijn na de hete zomer beschimmeld, airco ontbreekt, de keukens zijn zwart geblakerd. Overal hangt vochtige was.

„Ze zeggen dat de economie aantrekt, maar wij eten hier nog bitterheid. De grote orders gaan naar de grote bedrijven, wij hebben maar orders tot half november”, klaagt manager Xu.

Als hij hoort over de lonen bij BYD, Samsung en vergelijkbare ondernemingen waar slaapzalen airco, wasmachines en internet hebben, rolt hij met zijn ogen. „Ik weet het, ik weet het, want ik ben in september al twintig van mijn werkers kwijtgeraakt.” Hij vreest dat eind deze maand er nog meer zullen volgen. „Ik kan die luxe niet betalen.’’