Onbalans wereldeconomie verergert

Het verontrustende economische wereldnieuws van deze week was dat Brazilië zijn deuren sloot voor geld. Het opleggen van een belasting van 2 procent op inkomende kapitaalstromen was een onorthodox antwoord op een mondiaal probleem. Naarmate de munten van opkomende landen terreinwinst boeken ten opzichte van de superzachte dollar, vertonen de prijzen en koersen van teveel financiële bezittingen (zoals aandelen, en vastgoed) de neiging tot zeepbelgedrag. Maar één belangrijke munt, de Chinese yuan, stijgt door zijn vaste wisselkoers niet mee. Brazilië is slechts één van de vele opkomende economieën die daardoor aan concurrentiekracht heeft ingeboet tegenover de Aziatische zwaargewicht.

Het geval van Brazilië is illustratief. Het land doet het helemaal niet slecht, integendeel. In het tweede kwartaal bedroeg het groeitempo 7,8 procent op jaarbasis. De munt is dit jaar tot nu toe met meer dan een derde in waarde gestegen ten opzichte van de dollar – en de rivaliserende yuan. De aandelenkoersen zijn dit jaar tot op heden met 76 procent gestegen. Om de zaken enigszins tot bedaren te brengen, zou de centrale bank graag zijn Australische branchegenoot imiteren en de rente verhogen. Maar een hogere rente trekt kapitaal aan, waardoor het risico ontstaat dat de wisselkoers van de Braziliaanse munt nog verder stijgt.

De Braziliaanse centrale bank heeft alles gedaan wat zij kon om de koersstijging een halt toe te roepen. Zij heeft zó veel dollars gekocht dat zij nu de op drie na grootste bezitter is van Amerikaanse staatsobligaties. Maar de orthodoxe methoden hebben niet gewerkt – en de onorthodoxe zullen dat waarschijnlijk ook niet doen. De belasting van 2 procent trof in eerste instantie de beurs en de valuta, maar de opwaartse trend kan snel terugkeren.

Toch zouden andere landen het voorbeeld van Brazilië kunnen volgen. Zuid-Afrika zou dat idee naar verluidt overwegen. En veel opkomende economieën zullen hun reserves blijven spekken, in een poging de val van de dollar te laten stoppen.

Die collectieve inspanningen kunnen helpen, maar lijken gedoemd louter verzachting te brengen totdat de Verenigde Staten en China allebei hun beleid herzien.

Geen van beide landen lijkt daar nu al toe bereid. Totdat zij dat wél zijn, dreigen de onevenwichtigheden van de wereldeconomie - kwakkelende ontwikkelde economieën, robuuste opkomende economieën en zwaar overgewaardeerde bezittingen nagenoeg overal - steeds erger te worden. Dat roept het spookbeeld van een nieuwe ronde van intense financiële instabiliteit en kapitaalverliezen op.

Ian Campbell