'Je geeft uit wat je wint met voetbal'

Jean-Luc Dehaene (69) gaat de financiële huishouding van Europese voetbalclubs controleren. Z’n panel richt zich vooral op de positie van de Spaanse clubs.

Jean-Luc Dehaene, met echtgenote, als gepassioneerd supporter van Club Brugge. (Foto Photo News) BRUGGE, 16/11/2008 SPORT / FOOTBALL / VOETBAL / CLUB BRUGGE - RSC ANDERLECHT / CLUB BRUGES - RSCA / JEAN LUC DEHAENE - CELIE / PICTURE BY PHILIPPE CROCHET - PETER DE VOECHT - NICO VEREECKEN COPYRIGHT PHILIPPE CROCHET - PETER DE VOECHT - NICO VEREECKEN / PHOTO NEWS Photo News

Guus van Holland

Liefst zou hij nu praten over zijn geliefde Club Brugge. Hoe goed het zijn club weer gaat, de club staat bovenaan. Gepassioneerd zou hij kunnen vertellen over hoe hij in het Jan Breydelstadion vaak heeft gezweet, geschreeuwd en gescholden, met naast hem zijn vrouw Celie. Maar dit keer wordt van hem distantie gevraagd. Geen blauw-zwarte sjaal om in het stadion van Brugge. Geen emotie maar diplomatie in zijn kantoor in Straatsburg.

Dat is wat de voorzitter van de Europese voetbalfederatie Michel Platini van Jean-Luc Dehaene vraagt in zijn functie in dienst van het voetbal. Sinds enkele weken is de Belg voorzitter van een onafhankelijk financieel controleorgaan, dat de boeken van de Europese voetbalclubs gaat inzien. De Franse voorzitter van de UEFA zocht een politieke zwaargewicht uit een klein land, dat min of meer iets van voetbal begrijpt. Dehaene, oud-minister van Sociale Zaken en oud-premier van België, oud-burgemeester van Vilvoorde en sinds 2004 lid van het Europees Parlement, én voetbalsupporter, beantwoordde volledig aan het profiel.

„Ik moet me onafhankelijk opstellen’’, beseft Dehaene. „Net als de andere zeven personen in het panel. Van voetbal weten, maar niet clubgebonden zijn.” De commissie die bestaat uit bedrijfsleiders, juristen, accountants en organisatieadviseurs uit onder meer Rusland, Zwitserland, Groot-Brittannië en Nederland is ingesteld om in het voetbal weer een vorm van financiële fair play te krijgen. De krachtsverhoudingen worden te groot, de transfersommen stijgen, de salarissen blijven groeien en de financiële middelen die een aantal clubs daarvoor gebruikt zijn op z’n minst verdacht.

De commissie gaat de komende drie jaar de exploitaties van alle clubs onderzoeken. De nationale bonden zijn verantwoordelijk voor de licenties. „Wanneer wij hebben ontdekt dat ten onrechte een licentie is verstrekt, wordt zowel de bond als de club bestraft. Met een boete, maar ook door uitsluiting van Europese competities. Momenteel moeten in veel landen de clubs eenmaal per jaar bewijzen dat ze geen schulden hebben. Dat wordt drie keer per jaar, na iedere transferperiode. Om te voorkomen dat clubs zodra 30 juni nadert op een kunstmatige manier de boel recht trekken en alsnog een licentie in de wacht slepen.’’

Het is geen toeval dat juist nu er een economische crisis is, deze maatregel wordt genomen, weet Dehaene. „Veel clubs redden zich niet meer. Ze dreigen financiële middelen aan te wenden die niet aan voetbal gerelateerd zijn en werpen zich in wanhoop in de armen van mensen die niets met voetbal hebben en zich van de ene op de andere dag weer kunnen terugtrekken. Sommige clubs beschikken over financiële middelen die niet uit het voetbal komen of er een fantasierijke winst- en verliesrekening op na houden. Althans, dat wordt vermoed. Wij gaan dat nu uitzoeken. De Europese Commissie heeft dat al eens geopperd. Nu heeft Platini deze zomer besloten dat er een strenger licentiesysteem moet komen. Alle clubs staan achter dit besluit. En volgens Platini staan [Chelsea-baas] Abramovitsj en [AC Milan-eigenaar] Berlusconi achter dit plan.”

Met name door de invloed van Russische, Aziatische, Arabische en Amerikaanse miljardairs is een aantal clubs in het voordeel. Maar dat wil volgens de Belg nog niet zeggen dat die clubs de regels overtreden. „Zolang de clubs het geld van deze mensen ook investeren in voetbalgerelateerde zaken als stadion, infrastructuur en jeugdopleiding, is het goed. Het geld mag niet alleen aangewend worden voor grote transfers en gigantische spelerssalarissen die onverantwoord zijn en schulden tot gevolg hebben. Pas op, we weten het niet, er zijn verhalen en geruchten over misplaatste handelingen. Maar dat gaan we nu eens goed uitzoeken.”

Vaak wordt in beschuldigende zin verwezen naar Real Madrid, dat kampt met een schuldenlast van rond vijfhonderd miljoen euro en toch miljoenen blijft investeren in spelers als de Braziliaan Kaká en de Portugees Ronaldo. „Als Madrid dat kan verantwoorden is er weinig aan de hand. De club beweert dat met de merchandising, verkoop van onder meer shirtjes met de namen van die spelers, heel veel wordt terugverdiend. Daarnaast – en vooral dat – kunnen Real Madrid en Barcelona putten uit gigantische tv-inkomsten. In elk Europees land worden de tv-inkomsten verdeeld over alle clubs. Alleen in Spanje onderhandelen de clubs rechtstreeks met de tv-omroepen. Daardoor zijn alle andere clubs, die minder prestaties leveren en minder uitstraling hebben, in het nadeel. Alle clubs onder Real en Barcelona zijn daardoor in de problemen gekomen. Wij moeten dus hopen dat deze twee clubs hun gezond verstand gaan gebruiken en beseffen dat ze door hun systeem de poten onder hun eigen stoel weg zagen. Straks hebben ze geen tegenstanders meer, want die zijn er dan niet meer. Dat zullen ze toch wel inzien, hoop ik. Voetbal zonder competitie bestaat niet.’’

Van afstand heeft Dehaene de teloorgang van de Nederlandse kampioen AZ gevolgd. „Ik zag een interview met de man die ook voorzitter was (Dirk Scheringa, red.). Aan de ene kant is zijn bank de voornaamste sponsor. Aan de andere kant is ook het stadion eigendom van die bank en wordt dat door AZ gehuurd. Onze commissie zal dat niet kunnen voorkomen. Onze taak is niet om te kijken of die sponsor wel of niet op termijn failliet gaat. Dat zijn de neveneffecten van een economisch ongeval, dat kan altijd gebeuren. Indien men deze overeenkomst vóór het faillissement had bekeken, had men niets onrechtmatigs kunnen vinden, laat staan een negatieve afloop kunnen voorspellen. Je kunt waarschuwen: pas op met die bank en die meneer. Maar dan nog. Soms gaat megalomanie een rol spelen, overmoed, opportunisme, naïviteit en supportersgedrag. Dan ziet iedereen binnen zo’n club aan de horizon het paradijs schitteren. Noem dat bedrijfsblindheid. Dat is van alle tijden.”

De Europarlementariër wil de hoop wegnemen bij de clubs uit kleine voetbalnaties, zoals Nederland en België, dat zij door een strengere financiële regelgeving de achterstand op de grote Europese clubs kunnen wegwerken. „De verschillen in beleving en aantrekkingskracht tussen clubs in Spanje, Italië, Engeland, Duitsland enerzijds en België en Nederland anderzijds zijn daarvoor veel te groot. AC Milan, Barcelona en Real Madrid spelen om de veertien dagen voor honderdduizend mensen. Daardoor genereren ze minimaal twee keer zoveel inkomsten aan recettes. Als Ajax, Anderlecht en Brugge er niet in slagen ook zoveel toeschouwers te trekken, zijn ze kansloos. Dat kun je als supporter of bestuurslid van Ajax en Anderlecht clubs als Milan, Barcelona, Madrid en Manchester United nooit verwijten. Die clubs komen uit landen waar voetbal veel meer tot de verbeelding spreekt, veel meer aanhangers heeft en zelfs aanhangers in de hele wereld. Die clubs hebben een financiële basis door hun internationale aantrekkingskracht. Gaan ze failliet? Ik denk het niet. Daarvoor is voetbal er als cultuur te diep geworteld. Alle voetballers trekken bovendien graag naar die landen om er te spelen. Niet alleen omdat ze er meer salaris krijgen. Voor die clubs te spelen is een droom voor iedere voetballer. Dat haal je nooit weg.”

Ook het verschil in tv-inkomsten maakt België en Nederland kansloos ten opzichte van die landen. „België is opgesplitst in twee omroepen, een Vlaamse en een Waalse. Vijf miljoen Vlamingen kijken naar Belgisch voetbal. Nederland heeft een potentieel van vijftien miljoen kijkers. Engeland, Spanje en Duitsland vier tot vijf keer zoveel. Niet eerlijk? Maar wat dan? Misschien toch een Belgisch-Nederlandse competitie? Organiseren dus. Als Real of Manchester drie keer achtereen de Champions League winnen, vindt men dat niet eerlijk. Maar zodra op landelijk niveau dezelfde club drie keer kampioen wordt, ontstaat hetzelfde gezeur over oneerlijke competitie. Wij kunnen slechts toezien dat de regels worden nageleefd, we kunnen niet alle verschillen wegwerken. We kunnen alleen de ongezonde elementen weghalen. Gelijkheid bestaat niet in voetbal.”

Misschien moet het voetbal streven naar een structuur zoals in de Amerikaanse sporten basketbal en ijshockey, oppert Dehaene. „Een gesloten circuit, zonder degradatie, met een gelimiteerd transfersysteem, een budgetlimiet, een salarislimiet. De zwakkeren hebben daar ook een kans. En er wordt zeer streng op gecontroleerd dat alle investeringen van buiten gerelateerd zijn aan de sport.’’

Uit het oogpunt van neutraliteit zal Dehaene geen namen noemen van mensen die op verdachte wijze investeren in voetbalclubs. „Die namen worden al genoeg genoemd, en zelden met afdoend bewijs. Bovendien kun je niemand beletten aandelen in een bedrijf te nemen. Want een voetbalclub is natuurlijk wel een bedrijf, een entertainmentbedrijf. We gaan ons als commissie richten op de winst- en verliesrekening. Een club moet kunnen aantonen dat de transfers uit eigen middelen worden betaald en dat ze niet ten koste gaan van voetbalgerelateerde zaken als stadion, infrastructuur, jeugdopleiding. Mochten we vreemde zaken ontdekken dan gaan we in gesprek met de clubs. We vragen om uitleg en geven advies, dus ook een stukje pedagogie.’’

Menig betrokkene heeft al voorspeld dat de economische crisis ernstige gevolgen voor een groot aantal voetbalclubs zal hebben. „Dat moeten we afwachten”, antwoordt Dehaene diplomatiek. „Uit documenten die ik heb gekregen zijn er nu al 43 clubs die zijn uitgesloten van Europese competities, omdat ze in eigen land niet aan de licentievoorwaarden voldeden. In Engeland bestond nog geen nationaal licentiesysteem. Dat komt er nu. Of daardoor clubs zullen verdwijnen, weet ik niet. Daar gaat het ons ook niet om. Als de competities in financieel opzicht maar correct verlopen. En de indruk bestaat, gezien de transfersommen en salarissen die worden betaald, dat het niet overal gebeurt. Ons credo is: ‘Je geeft uit wat je wint met voetbal.’ Dat lijkt me een gezond motief.”