Iran: meer garanties nodig voor akkoord

Iran zal pas volgende week laten weten of het instemt met een nucleair plan dat veel westerse landen als de eerste oplossing zien in de langdurige discussie over Irans nucleaire programma. Dat heeft Asgar Ali Soltanieh, de Iraanse ambassadeur bij het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), gisterenavond gezegd op de staatstelevisie.

Het IAEA in Wenen had bepaald dat gisteren de deadline zou verlopen voor aanvaarding van het plan. Het voorstel behelst dat Iran een groot deel van zijn voorraad laag verrijkt uranium naar het buitenland stuurt voor verwerking tot medische graad nucleair materiaal. Dat zou dan vervolgens weer worden teruggestuurd. In de tussentijd zou Iran dan over te weinig uranium beschikken om eventueel een atoomwapen te maken.

De Verenigde Staten, Rusland en Frankrijk hebben ingestemd met het plan. Maar Teheran liet gisteren weten dat de andere partijen nu nog te weinig garanties geven dat het geleverde materiaal daadwerkelijk wordt teruggestuurd.

Iran wantrouwt bepaalde staten en wil harde garanties dat nucleaire brandstof terugkeert. „Sommige van de onderhandelingspartijen hebben zich in het verleden niet aan hun afspraken gehouden”, zei Soltanieh in een duidelijke verwijzing naar Frankrijk.

Volgens Soltanieh was er geen deadline. „Het was prettig geweest als iedereen op vrijdag had kunnen reageren, zo is ons uitgelegd”, verklaarde hij op de staatstelevisie. „Maar het was geen vereiste.”

Het IAEA gaf een verklaring uit waarin stond dat Iran tot „het midden van de volgende week” nodig heeft om met een antwoord te komen. Een Amerikaanse woordvoerder liet doorschemeren dat de vertraging geen onoverkomelijk probleem is. „We hopen dat ze volgende week met een positief antwoord komen”. De Franse buitenlandminister Kouchner zei eerder op de dag dat „volgens de aanwijzingen die wij krijgen, het er niet erg positief uitziet”.