Ik val niet om!

Het duo Houtekamer & Van Santen test elke maand een product. Deze keer een proefrit met vijf scootmobielen.

Quingo Sport Plus stabiel en wendbaar door vijf wielen. Min prijzig. Adviesprijs ? 6.750

Revatak SoloTS 120 Comfort Plus comfortabel. Min niet zo stabiel. Adviesprijs ? 6.830
Afikim Breeze Plus sportief uiterlijk. Min slechte vering. Adviesprijs ? 6.449 excl. accu's en lader.
Handicare Winner Plus wendbaar en compact. Min karig uitgevoerd. Adviesprijs ? 5.376
Shoprider Mercurius 4 / Polka Plus stabiel. Min grote draaicirkel. Voor circa ? 4.000
Carola Houtekamer Nederland, Eindhoven, 01-10-09 Scootmobiel Quingo sport. © Foto Merlin Daleman
Daleman, Merlin

‘Kijk! Kijk wat-ie doet! Dit is heel eng.”  Van Santens rit op een Shoprider met vier wielen is zojuist gestrand voor een stoeprand, op een industrieterrein in Eindhoven-Noord. De scootmobiel staat op de weg, en blijft daar. Rechterhand op de gashendel, aantrekken, stuur recht houden. Bam, weer tegen de trottoirband. De wielen draaien eensgezind weg.

Houtekamer & Van Santen (beiden 29) zitten vandaag op een scootmobiel. Het elektrisch voertuigje is in opmars. Twee jaar geleden telde de Stichting Consument en Veiligheid er 150.000. En elk jaar komen er 35.000 bij. Ouderen, chronisch zieken, invaliden – steeds vaker rijden ze met een gangetje van zo’n tien kilometer per uur over het fietspad.

Dat gaat niet altijd goed. Jaarlijks, meldt de Stichting Consument en Veiligheid, belanden ruim duizend 55-plussers in een ziekenhuis na een ongeval met een scootmobiel; het overgrote deel door een valpartij. Uit angst laten veel mensen hun scootmobiel in de garage staan.

Het is dus zaak om een passende scootmobiel aan te schaffen. We testen vijf modellen bij De Scootmobielspecialist in Eindhoven, bij vader Nick en zoon Gijs Moolenaar. Zo leren we wat de vier grootste dilemma’s zijn voor de scootmobielgebruiker.

1. Wendbaar of stabiel?

Nick en Gijs hebben oranje pylonen uit de garage gehaald. Nick gaat het even voordoen. Met een sigaretje in de mond scheurt hij met een Quingo Sport op twee wielen over het parcours. „Die dingen maken altijd het kind in mij los. Kijk! Ik val niet om.”

Scootmobielen, leren we, hebben drie, vier of vijf wielen. Drie wielen betekent: wendbaar. Dat is handig voor in de supermarkt, maar de wagen raakt snel uit balans op oneffen terrein of in scherpe bochten. Vier wielen betekent stabiel. Wel zo veilig bij afritjes en losliggende tegels. Maar de draaicirkel is enorm.

De grote favoriet van de familie Moolenaar, is de scootmobiel met vijf wielen: de Quingo. Naast het voorwiel zitten twee kleinere zijwieltjes. Ja, de Quingo is toevallig ook de scootmobiel die ze zelf importeren. Maar het moet gezegd: hij is wendbaar. En hij valt niet om. Zelfs niet als je het stuur omgooit en strak om je as draait.

Dan de stoeptest. Stel: we rijden op het trottoir en een grote grijze Mercedes blokkeert de invalidenafrit. Wat te doen? Met een vier- of vijfwieler is het alleen een beetje bonken, zo hop, van de trottoirband af. Maar driewielerrijders moeten omrijden, of drie keer steken om haaks de stoep af te kunnen. Van Santen doet het toch met de Revatak Solo – schuin eraf. „Nou, daar ga ik dan.” Ze kapseist bijna.

2. Van de gemeente of uit de winkel?

Drie, vier of vijf wielen. Maar valt er wel iets te kiezen? Wie op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning recht heeft op een scootmobiel – dat wordt individueel beoordeeld – krijgt er één van de gemeente.

Wat veel mensen niet weten, is dat ze in plaats daarvan geld kunnen krijgen om zelf een geschikt model uit te zoeken. Gemeentes komen alleen niet altijd gemakkelijk over de brug en de vergoedingen per gemeente lopen nogal uiteen. De Moolenaars hebben twee mensen in dienst die klanten helpen met het aanvragen van zo’n ‘persoonsgebonden budget’. Daarmee kunnen ze terecht bij een dealer of op de tweedehandsmarkt. Op Marktplaats staan honderden scootmobielen te koop, zien we. Modellen die nieuw een paar duizend euro kosten, zijn voor minder dan duizend euro te krijgen – zij het zonder garantie.

3. Comfortabel of fraai?

Een scootmobiel met klassieke uitstraling: het kan. Het dashboard van de vierwielige Shoprider is van roodglanzend nephout. Of neem de grijsblauwe Breeze, waar Houtekamer onmiddellijk op afstevent. De glanzende driewieler lijkt op een uit de kluiten gewassen Italiaanse scooter. Wow.

Maar schoonheid zegt niets over stoelvering, bediening en beenruimte. Als we de Breeze uit de winkel willen rijden, krijgen we meteen een waarschuwing: „Dat is een gammel ding.” Houtekamer rijdt een randje af. „Dit is echt honkebonk.” Remmen op topsnelheid is ook geen goed idee: „Hij slipt!”

Van de vijf modellen die wij hebben bereden, is de driewielige Solo het comfortabelst. De stoel is prettig, en door de soepele vering zitten we zelfs bij 18 kilometer per uur nog lekker.

De Winner – ook een driewieler – is een stuk lelijker. Het stuur doet denken aan die van een hometrainer. Maar hij is dan ook goedkoper.

4. Dichtbij of ver weg?

Wíj zien de meeste gebruikers van een scootmobiel hooguit naar de supermarkt rijden. Of naar de kinderen, een kilometer heen en terug, dat werk. Scootmobielen rijden elektrisch, met twee accu’s. Voor het simpele stadswerk levert dat nooit problemen op.

Maar het verhaal gaat dat er mensen zijn die dagelijks toertochten willen rijden. Dat kan, maar dan is het zaak om op de capaciteit van de accu te letten. Met de Solo of de Quingo leg je 55 tot 60 kilometer af. Dan moeten ze terug naar het stopcontact, om een nachtje op te laden. Van de wagens die wij getest hebben, heeft de Shoprider de kleinste actieradius: 35 kilometer.

Accu’s slijten bovendien snel. Wanneer ze goed gebruikt worden – regelmatig netjes leeggereden – gaan ze twee tot vier jaar mee. Nieuwe accu’s kosten 250 tot 375 euro per stuk.