'Ik ben een pleaser'

Hans Teeuwen is bezig Engeland te veroveren. Daarna is New York aan de beurt. Een gesprek over de modderschuit van Máxima, vastgeroeste linksisten en emotioneel exhibitionisme.‘Mensen móeten goed vinden wat ik doe.’

‘Ik moet in Engeland een hardnekkig gerucht worden”, zegt Hans Teeuwen. „Dat mensen wéér die naam tegenkomen. Ik heb nu een kleine flock, een kuddetje dat mij van voorstelling naar voorstelling volgt. Op den duur wil ik daar ook voor grote zalen staan. En uiteindelijk natuurlijk in New York, dat is het hoogste doel.”

Cabaretier Hans Teeuwen besloot vijf jaar geleden te stoppen met theatershows. Hij was alleen nog te zien op filmpjes die hij maakte voor zijn website. Vorig jaar verraste hij het thuisfront met een serie optredens in Engeland, die goed werd ontvangen. „Een logische stap naar een groter publiek. Ambitie. En het is spannend”, verklaart hij. „Mijn leven werd voorspelbaar. Steeds hetzelfde rondje: try-out, première, anderhalf jaar spelen en dan op tv. Altijd in dezelfde theaters. Dat heb ik nou vijf keer gedaan. Ik wilde meer. Had ik dit niet gedaan, dan was altijd aan me blijven knagen: hoe zou ik het over de grens hebben gedaan?”

We praten in de lobby van een Amsterdams hotel. Tijdens het gesprek trommelt hij rusteloos op de tafel of wijst naar een opmerkelijke passant. Als het wat persoonlijker wordt, beent Teeuwen weg om een sigaret te roken.

Hij blikt tevreden terug op een nieuwe Engelstalige show, waarmee hij de afgelopen weken langs kleine Britse theaters trok. Leunde de eerste nog sterk op zijn laatste Nederlandse voorstelling, Industry of love, deze bevat hoofdzakelijk nieuw materiaal. Chortle, The UK Comedy Guide schreef over zijn optreden op het Brighton Comedy Festival: „Bloody weird but bloody funny, his affected madness is a distinctive delight.”

Maar het enthousiasme in de zaal is zelden unaniem. „Dit is ook niet voor iedereen. Net als in het begin in Nederland. Toen liep de zaal ook wel eens half leeg. Omdat ze het niet begrepen. Of te grof vonden.” Onlangs op een festival in Greenwich, Londen, ontstond in de zaal een grimmige sfeer. Get off! riep de ene helft, Stay on! brulde de andere. Hij vond het opwindend. „Omdat ik er nu beter op voorbereid ben. En uiteindelijk als winnaar van het podium kwam. Maar het wordt beter als ik ze allemáál kan meeslepen naar mijn manier van denken. Dan krijgt het ritme, gaat het swingen.

„In Nederland heeft het publiek zich uitgeselecteerd. Wie mij grof of provocerend vindt, komt niet meer. Nederland is heel liberaal. In Engeland zijn ze politiek correcter. Engelse comedy is vrij braaf. Likeable jongens en meisjes die autobiografisch vertellen: ‘Kent u dat ook?’ Niemand speelt daar in het publieke debat een voortrekkersrol.”

Zoals hij in Nederland het publiek tartte door een denkbeeldige koningin Beatrix anaal te nemen, deed hij dat in Londen door bij een imaginaire God een hand job uit te voeren. „Dit is waarschijnlijk de christelijke God, en beslist niet Allah”, beklemtoonde hij in die voorstelling; „ik loop liever tegen woede aan dan tegen kogels.” En na het goddelijk orgasme (‘Best snel voor een opperwezen’): „Nee, ik wil niemand kwetsen. Het is heel belangrijk andermans geloof te respecteren. Maar het is nóg belangrijker om domheid bij de naam te noemen.” De aanvankelijk beschroomde zaal reageerde met een daverend gelach.

„Ik ben niet bewust aan het grenzen verleggen. Ik wil alleen maar de aandacht van het publiek vasthouden: Is dit spannend? Is dit leuk? En ik wil reacties oproepen. Dat heeft geen ideële bedoelingen. Als ik het woord jew, muslim of christian met een bepaalde intonatie herhaal, levert dat meteen een golf van associaties op: ‘Mijn god, waar gaat dit naartoe!’ Die spanning vind ik leuk. Ik wil zo veel mogelijk mensen ervan overtuigen dat wat ik geestig vind, ook geestig is. Het is niet mijn doel om mensen op de kast te jagen. Ik ben geen rasprovocateur. Eerder een pleaser. Maar wél met het materiaal dat ik zelf interessant en spannend vind. Anders raak ik verveeld.”

Welke beperkingen levert het Engels op?

„Ik maak geen woordspelingen. Geen taalspelletjes. Gebruik ook geen stemmetjes of accenten. Maar naarmate ik meer Engels spreek, ontwikkelt zich dat. De portee van mijn nummers draaide toch al niet om de subtiliteit van de taal, maar om verhalen vertellen. Dan moet je de goede woorden kiezen.”

Vijf jaar geleden werd zijn vriend Theo van Gogh vermoord. Vrijwel tegelijkertijd hield hij op met optreden. Teeuwen ontkent een directe samenhang. Hij sprak zich daarna nadrukkelijk uit voor de vrijheid van meningsuiting. In 2006 in een manifest met filmregisseur Eddy Terstall en een jaar later bij de onthulling van een standbeeld ter nagedachtenis aan Theo van Gogh. „Het kwetsen van gelovigen doet zo’n verschrikkelijke pijn”, zei hij in 2007 tot onder meer Job Cohen, burgemeester van Amsterdam; „een mes in je buik is daar niks bij.” Volgde het lied Het vrije woord, met het refrein: ‘Zet God op de pot, stop de profeet maar in je reet/ en dans voor het vrije woord./ En als je dan wordt doodgeschoten,/ heb je van dit lied genoten.’

„Dat was het goede moment”, zegt hij nu. „Lang vroeg ik mij af hoe ik dit gevoelige onderwerp, als niet geëngageerd podiumpersonage, moest benaderen. Maar er móest een reactie komen. Het benaderen als een olifant in een porseleinkast, vond ik toch het geestigste. Het onderwerp is in de Engelse shows een terugkerend thema.”

Hoe gevoelig ligt dat thema nu in Nederland?

„Die angst door de moord op Theo is wel een beetje voorbij. De vraag is: mag de islam worden bediscussieerd? De geest is wel uit de fles. Maar de discussie is nog lang niet zo open als die over het christendom. Een Life of Brian over Mohammed kan nog lang niet. Maar Wilders zegt wel wat hij wil zeggen. De vrijheid van meningsuiting moet absoluut zijn. Alleen aan de randen valt te tornen: je mag niet bedreigen. Ik zou wel eens willen weten hoeveel schade dat ‘kwetsen’ eigenlijk aanricht. Hebben gelovigen door Submission een week op bed gelegen? Moesten ze overgeven? Volgens mij viel dat erg mee.”

Vroeg u zich wel eens af hoe het nummer over de vorstin bij haar overkwam?

„De koningin is een instituut. Ze wordt boven de gewone sterveling gesteld, bij de gratie Gods. Zo’n nummer is dus niet persoonlijk. Ik wilde er geen lans mee breken, maar gewoon lol maken met het publiek. Daarbij volg ik mijn intuïtie: bij controversiële onderwerpen valt altijd iets te halen.

„Dat iemand in zo’n positie terechtkomt, alleen maar omdat ze in die wieg is geboren, slaat nergens op. De vorst krijgt macht en privileges, zonder zich te hoeven bewijzen. Veel mensen buigen als een knipmes voor de koninklijke familie. Twee journalisten van de Volkskrant zijn aangetrokken de biografie van Willem-Alexander te schrijven. Dezelfden die in die krant over de Oranjes berichten. Dat is bedenkelijk, om niet te zeggen corrupt.

„De populariteit van de monarchie steunt nu hoofdzakelijk op Máxima. Maar te midden van de Oranjes, die stijf staan van het protocol, gaat ieder blondje stralen. Iedereen wordt sensueel en charmant naast Willem-Alexander. ’t Is toch een vlag op een modderschuit. (Lacht).

„Willem-Alexander heeft niet het charisma om die populariteit te waarborgen. Hij is het grootste gevaar. Hij is niet zo slim als zijn moeder. Dat hele Mozambique-verhaal is pr-technisch erg dom. En nog afgezien van al die schandalen: naarmate het gelovige volksdeel afkalft, neemt de aanhang van de monarchie af. Want gelovigen hebben graag een autoriteit boven zich. De monarchie is eindig. Daar wil ik m’n geld wel op inzetten.”

U hebt een weerzin tegen iedere vorm van macht?

„Ja. Ik vind het grappig macht te relativeren. De vloer aanvegen met ideologieën en religies lucht mij op. Daarbij word ik niet gedreven door rechtvaardigheidszin of idealen. Ik leg niet op een moreel superieure toon uit hoe het zit, zoals de generatie vóór mij. Ik wil een stap vérder dan morele praatjes in een komische vorm. Dat clichématig een hogere waarheid verkondigen, vind ik onuitstaanbaar. Dat verheven pathetische en prekerige is ook niet geestig meer.

„Cabaretiers zijn wel originele, maar geen grote denkers. Ik ben geïnteresseerd in hun manier van humor bedrijven. Niet in hun sociologische of politieke inzichten. Daarom kan je met nummers van Toon Hermans nu nog zestienjarigen aan het lachen krijgen. Met Wim Kan gaat je dat niet lukken. De tijd is het kwaliteitskeurmerk. Dat is genadeloos voor bedoelerig en geëngageerd cabaret.”

Hans Teeuwen werd geboren in Budel, Noord-Brabant. Zijn vader was sportleraar. Een jeugdfoto toont Hans in een voor carnaval aangemeten Charlie Chaplinpak. „De drang om grappig te zijn, had ik als jongetje al.” Tot zijn tiende naar de kerk („We waren katholiek-light”), daarna viel hij met zijn ouders van het geloof. „Toen besefte ik dat het flauwekul was”, zegt Teeuwen. „Het was geen strenge God. Je kwam sowieso in de hemel, de hel bestond niet.”

Op de middelbare school onderscheidde hij zich vooral als grappenmaker. „Dat ging toen al permanent door. Uitproberen wat werkt: een goede zin, de overdrijving, de omdraaiing.” Nog voor het eindexamen keerde hij Budel de rug toe. „Van een klein dorp de rivier over te steken, naar de grote stad te verhuizen, dat was een zelfoverwinning. In een klein dorp heb je niets groots om tegenaan te boksen. Je behoort snel tot de top. Dat gaat vervelen en benauwen.”

Op de toneelschool in Eindhoven ontdekte hij de kracht van zijn komisch talent. „Ik merkte dat ik het goed kon, dat ik er comfortabel in was. Dan moet je je eigen vorm ontwikkelen.” Op school leerde hij Roland Smeenk kennen. In 1991 wonnen ze het cabaretfestival Camaretten. De absurdistische vertellingen, het ridiculiseren van gevoeligheden en door motoriek en klank bepaalde entr’actes zaten al in die eerste voorstelling: Heist.

Precies een jaar na de onderscheiding, op de terugweg van een try-out van hun eerste avondvullende programma, sloegen ze met de auto over de kop. Smeenk kwam daarbij om het leven, Teeuwen raakte lichtgewond De schok was groot; aanvankelijk wilde hij niet meer optreden. In Hard en zielig, zijn eerste solovoorstelling in 1994, verwees Teeuwen zonder sentimentaliteit naar deze tragedie. Twee jaar geleden liet hij zich er – met de moeder van Smeenk – voor een documentaire over uit. En daarbij laat hij het graag.

„Ik ben huiverig om van privédrama’s uitgebreid verslag te doen”, zegt hij. „Mensen die dat wel doen, vind ik koket. Bovendien, wat moet je verder met dat gepsychologiseer? Ik zie het belang er niet van in. Het gebeurde toen.”

Dat geldt ook voor uw reactie op de moord op Theo van Gogh?

„Het duurde lang voor ik daar creatief iets mee kon. Ik had niet de behoefte een autobiografisch programma te maken. Met tragiek of verdriet. Die dingen verwerk ik in mijn eigen tijd. Ik wilde blijven doen waarin ik goed ben. Alles wat ik meemaak of mij verandert, sijpelt vanzelf wel door in mijn materiaal. Zonder plan vooraf. Het creatieve proces voltrekt zich deels onbewust: het broeden, het zoeken naar de goede ingang, de vorm, de eerste regel.

„Ik heb wel eens geprobeerd, vanuit verontwaardiging, iets geëngageerd te schrijven. Dat was werkelijk niet om aan te zien. De volgende dag schaamde ik me kapot. Maanden later had ik een absurdistisch idee. Nóg veel later besefte ik dat dat nummer uit die zelfde verontwaardiging voortkwam. In eerste instantie was het te letterlijk, lelijk en niet geestig.

„Na de moord op Theo was het hele land in verwarring. Toen kwam die tsunami en brak er een extase uit: Yes! Dit is duidelijk. We kunnen weer iets goeds doen! De zelffeliciterende weldoeners wekten de indruk dat er gigantische offers werden gebracht. Terwijl, wat er werd gedaan, was het equivalent van het naar de hond gooien van een half afgekloven kippenpootje.

„Een goed mens willen zijn is een diep zelfzuchtig en volkomen irrationeel streven. Het is onzin te denken dat je als mens empathie kan voelen voor iedere lijdende medemens. In de media een ernstig gezicht opzetten (imiteert): ‘Nee, dat is echt verschrikkelijk wat daar gebeurt… Ja, wat je dán ziet…’ (schatert) Het is zó gelogen allemaal! Bij gebrek aan goede ideeën maar gaan koketteren met je goede bedoelingen. Het is emotioneel exhibitionisme.

„Je ziet op tv heel erge beelden en gironummers. Maar je ziet nooit iets over de resultaten van al die ontwikkelingsprojecten. Omdat die in de meeste gevallen niet veel voorstellen. Veel linkse mensen hebben zich losgemaakt van het oude christendom en het calvinisme. Maar een overblijfsel daarvan is, dat ze goed moeten doen. Omdat ze toch allemaal graag met een mooi rapport naar de hemel willen.”

Hij vertelt enthousiast over het crooner-repertoire, in het bijzonder dat van Frank Sinatra. Na er eerst eindeloos naar te hebben geluisterd, zingt hij het zelf, begeleid door een band met saxofonist Benjamin Herman. In februari verschijnt de cd van dit ensemble met door Teeuwen zelf geschreven nummers. „Sinatra fascineert me. Ik wil doorgronden wat hij precies doet, die timing. Dat geldt ook voor Charlie Parker, Thelonius Monk. Je snapt het pas als je het heel vaak hebt gehoord. Als je iedere noot en frasering kent. Daar leer ik veel van.”

Tussendoor acteerde Teeuwen in de film Gewoon Hans, geregisseerd door Diederik Ebbinge, die de VPRO in december uitzendt. „Ik speel, in een parallel universum, een irritant correcte en voorkomende versie van mijzelf. Een meisje is geobsedeerd door Hans Teeuwen en krijgt nachtmerries over hem. Op advies van haar psychiater kom ik in dat gezin terecht. De film gaat over de invloed van succes en roem.”

Wat heeft dat met u gedaan?

„Succes is belangrijker. Het lijkt me verschrikkelijk om als kunstenaar naar succes te verlangen en daarvan verstoken te blijven. Mensen móeten goed vinden wat ik doe. Roem is niet zo interessant. Het heeft mij niet veranderd. Het beste is: bezig blijven, niet navelstaren. Je ziet op tv mensen aan roem verslaafd raken. Als een optreden of interview niet goed gaat, willen ze dat goedmaken. Een genante kuil om in te trappen. Voor je het weet zit je in een neerwaartse spiraal. IJdelheid kan leiden tot een demasqué. Mensen nemen verkeerde beslissingen uit een behoefte aan aandacht en bevestiging. Slimme mensen hebben dat mechanisme door.”

We spreken elkaar opnieuw, daags na een optreden in Manchester. We komen op de Nederlandse politiek. De reactie van de politieke elite op de PVV-voorman vervult hem met weerzin: „Het is onzin een andere politicus populisme te verwijten. De politicus die dat verwijt krijgt, is altijd degene die er het beste in is. Terwijl iedere politicus per definitie populistisch is. Ze proberen allemaal op hun eigen populistische manier het electoraat te bereiken. Want als je het in technische details gaat uitleggen, luistert niemand meer.

„Het praten over normen en waarden is puur populisme van het CDA. Bij oudere mensen scoor je per definitie als je klaagt over de huidige tijd en de verloederende jeugd. Dat was vijftig jaar geleden ook al zo. Of roepen: de zwakkeren in de samenleving lijden onder de rijken, of: politici blijven almaar op dat pluche zitten. Allemaal populisme. Wie nu iemand niet kan tackelen op fouten, begint te jengelen over de toon. Dat is een zwaktebod.”

Vindt u de bijdrage van Wilders verfrissend?

„Ik bespeur een enorme angst bij linksisten in de Vara-, VPRO- en Volkskranthoek. Terwijl juist hun vastgeroeste manier van denken bedreigd wordt. Er kómt geen gevaar vanuit ‘het volk’. Er kómt geen nieuw Auschwitz. Linkse mensen hebben zich heel lang niet met argumenten hoeven te verdedigen. Het was genoeg om iemand weg te zetten als racist. Of om te zeggen: we moeten respect hebben voor elkaars cultuur. Dooddoeners waarmee decennialang iedere discussie werd beslecht. Die tijd is voorbij. En dát is verfrissend. Links wordt weer eens uitgedaagd.

„Een hele groep begaafde, intelligente mensen is afgeknapt op de linkse kerk. Ze liepen tegen een muur van zelfgenoegzaamheid en morele superioriteit. Dwarse mensen als Theo van Gogh en Theodor Holman waren bij de VPRO niet welkom. De generatie die de macht in de schoot geworpen kreeg was zó zeker van het eigen deugen, dat die niet gediend was van tegenspraak of argumenteren. Zij kwamen toch op voor de onderdrukten? Terwijl ze daar nog steeds een groot dedain voor hebben. Want laat ‘het volk’ in hemelsnaam niet aan de macht komen… Kom nou!

Raak je met de PVV niet van de regen in de drup?

„Van concurrentie wordt iedereen beter. Maar ze zijn het niet gewend. Je zag het aan de totale machteloosheid van Melkert tegenover Fortuyn. Wegzakken in een saai pak. Diezelfde machteloosheid zie je nu tegenover Wilders. Links wordt weggevaagd. Dan kan je wel zeuren dat de tegenstander vals speelt. Maar de conclusie is: je staat zwak in je schoenen, want je bent slecht bezig. Ik zou zeggen: werk aan de winkel!”

Maakt u nog eens een Nederlandse voorstelling?

„Financieel zou dat leuk zijn. Kan ik weer in grote zalen spelen. Maar het kost me nu te veel tijd. Dan kan ik al die andere dingen niet doen.” Grinnikt: „Wie weet, als ik met hangende pootjes terugkom.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Hans Teeuwen

In het interview ‘Ik ben een pleaser’ (NRC Weekblad, 24 oktober, pagina 6-9) suggereert cabaretier Hans Teeuwen dat twee journalisten van de Volkskrant door de koninklijke familie zijn aangetrokken om de biografie van Willem-Alexander te schrijven. Dit is onjuist. De biografie die de twee schrijven is een eigen initiatief.