Iets te gulzig

Als grote snoekbaars heb je van natuurlijke roofvijanden niet meer zo veel te duchten. Aalscholvers gaan tot 48 centimeter, reigers hebben ze het liefst niet groter dan 16 centimeter. Toch ging het afgelopen week mis in Maasdam. Wandelaars meldden mij een dramatische vondst: een joekel van een snoek met een grote vis in de bek – samen ruim anderhalve meter dode vis – drijvend langs de oever van de Binnenmaas. Snel uitgerukt met meetlint, schepnet en lijkenzak. Ter plaatse, bij het steigertje net voorbij de brug, is niets meer te vinden. „De gemeente heeft hem net weggehaald”, zegt een omwonende. Gelukkig hebben de heren van gemeentewerken de vissen koud gelegd.

Het is een indrukwekkend ensemble. Een snoek van 125 centimeter (Nederlands hengelsportrecord 137 centimeter) met in zijn bek een snoekbaars van naar schatting 75 centimeter, ingeslikt tot de achterste rugvin en vervolgens blijven steken. Hoewel de lengte van de cilindrisch gevormde snoekbaars niet zoveel uitmaakt, vormt zijn dikte de beperkende factor. De snoek was iets te gulzig. Obstructie van de kieuwen werd hem fataal.