Hippe appelwijn

De eerste bewijzen zijn er: 2010 wordt het jaar van de cider.

Trends voorspellen is een troebele wetenschap. Wordt thee werkelijk de nieuwe koffie? Zijn we volgende zomer echt verlost van prosecco? Als dure trendbureaus de opmars van kokosbier voorspellen, durf ik me ook wel te wagen aan een kleine drankprofetie. Of eigenlijk – maar geldt dat niet voor alle trendvoorspellingen? – is het wensdenken: 2010 wordt het jaar waarin Nederland cider ontdekt.

De eerste bewijzen zijn er al. Heineken introduceerde deze zomer cider in de horeca: Strongbow. Ik heb het in de kroeg nog niemand zien bestellen, maar zoiets heeft even tijd nodig. Strongbow is een Brits merk; aan de andere kant van het kanaal is cider een volksdrank. De meeste pubs hebben er meerdere ciders op tap, waaronder naast Strongbow ook het Ierse Bulmers (eveneens van Heineken trouwens). Het is met name in Wales en Cornwall dat je lokale tapciders kunt vinden. Zoals Cornish Rattle, een wolkerige (cloudy) cider waar ik tijdens mijn laatste vakantie in Cornwall van gecharmeerd raakte.

Engelse ciders zijn over het algemeen bierachtig: schuimend en met redelijk wat bitters. Aan de meeste wordt extra gist toegevoegd. In het Zuid-Westen vind je verfijndere soorten, die eerder te vergelijken zijn met wijn. Kleinschalig worden mooie droge blends gemaakt, die het uitstekend doen aan tafel èn in de keuken.

Ook in andere Europese landen staat cider allang op de kaart. Noord-Spanje kent een eeuwenoude cidercultuur. Die concentreert zich rond Asturias, waar de appeldrank met gevoel voor drama wordt uitgeschonken in sidrerias. Duitsers en Scandinaviërs drinken graag cider. IKEA verkoopt Zweedse perencider van het merk Kopparberg. Zoet spul, maar niet onaardig.

En dan is er nog de Franse cider. Die varieert in kwaliteit van tweeliterflessen bocht voor een euro bij de supermarkt, tot het nobelste vocht voor een alleszins schappelijke prijs. Normandië en Bretagne zijn de grootste producenten en, toeval of niet, cider past erg goed bij de regionale keuken. Heerlijk verfrissend bij een crêpe of galette, en in combinatie met streekkazen als Camembert en Livarot.

Hetgeen mij brengt op bewijs nummer twee. Tegelijkertijd met de groots opgezette introductie van Strongbow, tracht een aantal kleine Nederlandse importeurs ons warm te maken voor de betere Franse cider. Wouter Bijl van CiderCider is een van hen. Hij maakte kennis met cider op vakantie in Normandië, en raakte meteen verslingerd. In Nederland kon hij nergens goede cider krijgen, en daarom haalt hij het nu maar zelf hiernaartoe.

„Cider is een natuurproduct”, vertelt Bijl. „Het is natuurzuiver, heeft een relatief laag alcoholpercentage en kan zich in complexiteit meten met wijn. Alleen al Normandië kent ruim 750 appelrassen, bittere, bitterzoete, zure en zoete appels. De bitterzoete vormen de basis van elke cider, maar de kunst is een mooie blend te maken.”

Bijl importeert ciders en een poiré uit de Pays d’Auge (“Kalk en klei, het ideale terroir”). Enkele ervan hebben een Appelation d’Origine Controlee, een zeldzaamheid in ciderland. De prijzen liggen tussen 6,95 euro en 8,95 euro. Dat kun je met gemak ook aan prosecco uitgeven, maar dan drink je een minder lekker glas.

Ik herhaal het nog maar even, want dan wordt het vanzelf waar: 2010 wordt het jaar van de cider.

Janneke Vreugdenhil heeft een kookrubriek op nrc.tv