Hij was een held, die jongen

Vanwege ‘De week van de geschiedenis’ een extra aflevering Onbekende Vaderlanders over Han van Zomeren.

Het woord ‘held’, wat betekent het? Grapjassen zeggen altijd maar weer: „Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.” Maar dat geldt niet voor Han van Zomeren, de piepjonge communist die op 21-jarige leeftijd door de Duitsers gefusilleerd is. Hij was niet onvoorzichtig, maar vernietigde het illegale drukwerk dat hij overhield na verspreiding altijd zorgvuldig. En het woord ‘straffeloos’ is al evenmin van toepassing, hij is juist gruwelijk zwaar bestraft voor een betrekkelijk klein vergrijp.

Heldendaden, ach, wat zijn heldendaden. Pamfletten drukken uit overtuiging was flink maar zal zeker niet als ‘een heldendaad’ aangevoeld hebben. Toch zeiden verscheidene mensen over deze onbekende jongeman dat hij een held was. Een Duitser op de Amsterdamse Euterpestraat, waar het hoofdbureau van de Gestapo gevestigd was, zei het tegen zijn toenmalige vriendin: „Er war ein Held, dieser Jungen.” Wat zegt u? vroeg zij verbluft. Ja, zei de Duitser, „men kan toch respect hebben voor zijn vijand”. En een bewaker van het Amsterdamse huis van bewaring waar Han vastzat schreef een briefje naar huis over de jongen die die dag was weggehaald om terechtgesteld te worden, en die nog had gediscussieerd met een Duitse bewaker en had gezegd dat hij weer zijn leven zou geven als het moest. Hij eindigde zijn briefje met: „Kind, dat was een held, die jongen!”

De jonge drukker Han van Zomeren was blijkbaar een held, niet zozeer door zijn daden, maar door zijn houding. Iedereen die over hem getuigde vijftig jaar later, wist zich dat nog te herinneren: hoe een flinke, rustige, standvastige kerel hij was. In een piepklein boekje van het Koninklijk Verbond voor Grafische Ondernemingen verzamelde Ferry Tromp in 1994 alles wat hij over Van Zomeren kon achterhalen. Dat was niet veel, zo lang na zijn zo vroege dood in oktober 1941. Maar het weinige maakt wel wonderlijk veel indruk.

Neem het afscheidsbriefje dat hij vanuit de gevangenis aan zijn vriendin stuurde.

Wiljoesja,

We zullen het geluk bij ’t kleine moeten laten.

Ik ben ter dood veroordeeld.

Wees sterk, ’t is goed dat ’t geluk klein

blijft. Lao Tse heeft dat duizenden jaren voor onzen Jezus al

gezegd: zoek geluk in ’t kleine.

Je hebt ’t geluk gekend, klein, en toch wijd

en schoon in haar

nietigheid. Er zal voor jou alleen maar

een gedachte blijven. Klein,

maar vol parelend geluk. Daarom moet je

leven schoon zijn, vol en mooi. Met die

kleine, tere gedachte zal het volmaakt

zijn.

Wijd en

tastbaar geluk door smart aan die kleine

gedachte gebonden.

Wees sterk Wiljoesja.

Ik ben gelukkig, groet al onze kameraden.

Han

Het zijn grote woorden en misschien is niet steeds even duidelijk wat de jongeman precies wilde zeggen met ‘die kleine gedachte’, maar men snapt toch wel wat hij bedoelt: bewaar de herinnering aan onze liefde als iets moois en wordt gelukkig. Het is een bemoedigende brief waarin geen woord staat van klacht of lamentatie over het eigen lot, maar die helemaal gericht is op het troosten van degene die achter moet blijven. Dat is op zichzelf al heldhaftig.

Juist omdat Van Zomeren zo kort leefde, zo weinig opzienbarends heeft verricht, alleen maar sterk de overtuiging volgde dat het naziregime verachtelijk was en bestreden moest worden, juist daarom heb je de neiging je af te vragen of je, in dezelfde omstandigheden, in zijn voetsporen zou treden. Stel dat je plotseling voor je eigen dood kwam te staan, zou je dat dan ook zo kunnen doen, in moedige aanvaarding en met woorden van troost en bemoediging voor de liefsten die je achterlaat? En als de nood aan de man komt, hoe sterk sta je dan voor je overtuigingen?

Wil van Grambergen, het meisje aan wie Han destijds zijn briefje richtte, heeft haar hele leven met de gedachte aan Han geleefd. Ze heeft een andere man gevonden, heeft kinderen gekregen, kleinkinderen, en al die tijd, zo zei ze in 1994, „heeft de herinnering aan Han een positieve invloed op mijn leven gehad”.

De man die de laatste weken met hem in de cel heeft gezeten, Cor van Viersen, zei het ook: „Han van Zomeren is nooit bij me weg geweest.”

Er zijn belangrijker verzetslieden geweest. Zeker. Maar een paar mensen wilden juist deze ene man uit de geschiedenis redden, deze ene jongen, met zijn blonde haar, zijn kalme vastberadenheid, zijn jeugd, zijn krachtige persoonlijkheid. Daaruit ontstond dat boekje, niet om hem alsnog tot een onsterfelijke verzetsman te bombarderen, maar om te zeggen: sommige mensen zijn bijzonder. Die betekenen iets voor anderen door hoe ze zijn, ook als ze er niet meer zijn. Het boekje heet, met een citaat uit een strijdlustig lied, Uns geht die Sonne nicht unter. Het was de overtuiging van Van Zomeren, dat er iets was dat sterker was dan hij.

Het ideaal van een communistische wereld wordt nu door bijna niemand meer gedeeld. Maar de rustige kracht van Han van Zomeren blijft nastrevenswaardig.

Van de serie ‘Onbekende vaderlanders’ die op de Achterpagina stond, is deze maand een boek met 31 portretten verschenen: Onbekende vaderlanders – Over minder bekende helden & schurken uit de Nederlandse geschiedenis (NRC Boeken, € 14,90, zie nrc.nl/extra).