Het rommelt in 'de grootste familie van Nederland'

Volgende week houdt het CDA zijn congres. De christen-democraten krijgen wellicht snel een nieuwe leider. En dat brengt onrust.

Een Kamerlid dat ondanks het veto van zijn fractie een motie indient. Een minister die met een gepassioneerde solovoorstelling de verhouding met zijn partijleider en de coalitiepartners beproeft. Een partijleider die zo’n slechte spreekbeurt geeft dat partijgenoten hem openlijk afvallen en hij excuses aanbiedt. Nee, het gaat hier niet om de altijd onrustige PvdA. Dit overkwam het CDA, dat zelfbenoemde toonbeeld van betrouwbaarheid.

In de schaduw van de perikelen waarmee de sociaal-democraten kampen, worstelt de grootste partij van Nederland in de aanloop naar het partijcongres volgende week zaterdag met de eigen onrust. De oorzaken: slechte peilingen (9 tot 17 zetels verlies), verdeeldheid onder CDA-kiezers over de AOW-leeftijdsverhoging, zorgen over de partijleiding en een tanend geduld met de bleke compromissen en de moeizame onderhandelingen met onvoorspelbare partners waaruit het leven van een coalitiepartij soms bestaat.

Opeens zijn er Kamerleden van het CDA die hun zorgen uitspreken over leiderschapswisselingen binnen de partij en over de levensvatbaarheid van de coalitie. Dat soort geluiden hoor je niet vaak. Zoals Kamerlid Sabine Uitslag zegt: „Heel anders dan bij de PvdA, staan bij ons vertrouwen en loyaliteit bovenaan.” Daarop beoordelen CDA’ers elkaar ook, zegt Uitslag, en daarom verlaten interne discussies zelden de fractiekamer. „Het klinkt misschien zoetsappig, maar wij zijn de grootste familie van Nederland.”

Dat die discussies nu wel de fractiekamer verlaten, al is het op basis van vertrouwelijkheid, is tekenend voor de mentale toestand van het CDA. Het begon al bij de Algemene Beschouwingen, toen Balkenende de kans liet lopen zich een visionaire crisismanager te tonen. Een leider die, met oog voor de zwakkeren in de samenleving, van broodnodige hervormingen een collectieve prestatie weet te maken, in de geest van de slogan van het kabinet: samen werken, samen leven. Ook tot verbazing van partijgenoten deed hij het tegenovergestelde. Hij sprak vlak, was snel geïrriteerd en leek bij vlagen afwezig. Wat was er aan de hand? Ook bij het CDA hebben ze daar nog geen antwoord op gevonden. Slecht geslapen? Uit overmoed onvoldoende voorbereid? Of was Balkenende er met zijn hoofd niet bij omdat hij dacht aan een toekomst in Brussel?

Al maanden duikt de naam van de premier op in verband met het nieuwe, permanente voorzitterschap van de Europese Raad. In het openbaar zegt Balkenende „geen kandidaat” te zijn. Maar hij zegt evenmin: ik ben niet beschikbaar. Ook CDA’ers speculeren er nu lustig op los. Zelfs zij die niet verwachten dat de premier vertrekt, doen mee aan het bedenken van opvolgingsscenario’s. Daarbij kijken ze met enige huiver terug op de bloedige leiderschapsoorlogen uit het verleden van het CDA.

Sommige Kamerleden zien twee oude facties opleven: één voor de katholiek Maxime Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, en één voor de protestantse Balkenende. Er zijn Kamerleden die in de recente botsing tussen de twee een ontluikende leiderschapsstrijd zien. Tijdens een debat over de militaire missie in Uruzgan kondigde de premier een einde aan de speculaties af over het verlengen van de Nederlandse aanwezigheid. Maar toen Verhagen aan het woord kwam, deed hij precies dat: speculeren. Het kan niet anders, zegt een CDA’er, dat Verhagen met zijn opvallende optreden wilde tonen: ik ben niet louter Balkenendes man. Anderen wijzen op het emotionele karakter van Verhagen, die zich wel eens vaker niet kan inhouden. „Hij is gewend zijn zin te krijgen met hard blazen.”

Een dag later kwam de volgende anarchistische oprisping. Kamerlid Ad Koppejan, verklaard tegenstander van het onder water zetten van de Hedwigepolder, gaf die tegenstand gewicht door het indienen van een motie, tegen de expliciete afspraken van de fractie in. „Een doodzonde” noemt een collega van Koppejan dat. De Zeeuw moest in de fractievergadering „diep door het stof”.

Het zijn incidenten, zegt een ander Kamerlid. Ze zorgen voor „rommel”, maar die wordt nu snel weer opgeruimd. Toch zijn deze aanslagen op het zelfvertrouwen en de interne cohesie niet bevorderlijk voor de gemoedsrust, zeker niet gezien de vooruitzichten voor het komende half jaar. Zo zal, als het verleden maatstaf is voor de toekomst, de spanning tussen de coalitiepartijen oplaaien tijdens de beloofde „ingrijpende heroverweging” van de overheidsfinanciën. Daar komen ook nog eens de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 bij. En zoals CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek zegt: „In verkiezingstijd krijgt een politicus profileringsdrang zoals een puber puistjes krijgt.”

De coalitiediscussie over de verhoging van de AOW-leeftijd verliep uiteindelijk relatief vlot en vredig, maar de strijd is nog niet voorbij. Ook voor het CDA is tornen aan de AOW-rechten niet zonder gevaar voor de politieke gezondheid. Kamerleden refereren aan het Brinkman-debacle, in 1994. De toenmalig partijleider stelde voor de AOW te bevriezen. Pardoes verloor de partij 20 zetels bij de verkiezingen. Nu zijn er peilingen dat eenderde van de CDA-stemmers tegen aanpassing van de AOW is.

„Wij laten ons niet gek maken”, zegt partijvoorzitter Peter van Heeswijk. En van „enige onrust” zeggen ze op het partijbureau niets te merken. Kamerlid Eddy van Hijum nuanceert dat: „Het is echt niet zo dat beslissingen bij het CDA altijd voor zoete koek worden geslikt. Over de verhoging van de AOW-leeftijd ben ik naar zaaltjes in het land gegaan, om discussies te voeren met ouderen.”

Toch bestaat binnen de partij een gebrek aan echt openlijke discussies, zeggen partijprominenten. Juist in tijden van grote maatschappelijke veranderingen is dat een handicap. Minister Ab Klink (Volksgezondheid) verklaarde onlangs tegen deze krant dat zijn handen jeuken: hij laakt de stilte in de partij als het gaat om de integratieproblematiek. CDA-prominent Doekle Terpstra ziet geen coherent antwoord op de crisis: „Als de economische orde schudt op zijn grondvesten, moet het CDA met een normatieve analyse komen over een betrouwbare, duurzame economie.”

CDA-senator Hans Hillen ziet de partijtop geen samenhangend verhaal uitdragen: „Vooral in een crisis als deze kan het CDA een fantastische vluchtheuvel vormen. We hebben goud in handen; ons ‘merk’ is immers nog altijd betrouwbaarheid. Maar onze politici doen daar niets mee, die regeren per minister en incident. Ik zeg ze: verwoord de samenhang der dingen. Dan kan het CDA weer een geruststellende aanwezigheid worden: de dorpspastoor van de Nederlandse politiek. Met de peilingen komt het dan vanzelf goed.”