Het probleem in het Friese onderwijs: onderschatting

Laatst was ik op een dorpsschool in het Friese Minnertsga. De school, die eerst zeer zwak was, geeft nu goed onderwijs en zorgt dat alle kinderen zich maximaal kunnen ontwikkelen. Leraren waren met recht trots. Ze hebben keihard gewerkt om de school te verbeteren.

Geert Mak betoogt dat we scholen niet op slecht onderwijs aan mogen spreken (Opinie & Debat, 17 oktober). Dat leidt tot vernedering. Hij stelt dat het van scholen al knap is dat de zonen van boerenhulpen en grondwerkers ”de wereld een beetje kennen, redelijk kunnen rekenen en de Leeuwarder Courant kunnen lezen”. Hiermee illustreert hij wat het probleem is in het Friese onderwijs: onderschatting.

Uit onderzoek blijkt dat veel scholen in Friesland slecht presteren. Er zijn te veel kinderen die, gezien hun talent, onderpresteren. En ze krijgen ook nog eens een te laag advies voor hun vervolgopleiding. Daarmee missen ze kansen die ze elders wel zouden krijgen. De reden? Onderschatting door leraren en ouders. Kinderen leren niet op het niveau waar ze talent voor hebben. Om Friese scholen te verbeteren wordt door Rijk, provincie en scholen nauw samengewerkt. De positie van leraren staat hoger op de agenda dan ooit. Door arbeidsvoorwaarden flink te verbeteren, maar ook door kleinschaligheid van onderwijs te bevorderen en de zeggenschap van leraren te versterken om een kritisch tegenwicht te kunnen vormen tegen het schoolmanagement. Natuurlijk kun je in een situatie als die in Friesland ervoor kiezen niet in te grijpen en, zoals Mak, te berusten in de werkelijkheid. Want de vinger op de zere plek leggen is pijnlijk, vooral voor de mensen om wie het gaat. Maar berusten is geen optie omdat de kinderen om wie het gaat er niks aan hebben als we scholen laten wegkomen met te lage verwachtingen. Alleen via het onderwijs worden dubbeltjes kwartjes. Ook in Friesland.