Gevangenen als gladiatoren

Ze noemen het de Wildest Show of the South: moordenaars en verkrachters die een rodeo verzorgen in de zwaarst beveiligde gevangenis van de VS.

Mark King with his wooden vases and ornaments at the 45th annual Angola Prison Rodeo in Louisiana on October 11, 2009. Photo by Kristy May. May, Kristy

De gevangenisrodeo is een feest voor de hele familie, dus er is ook aan de kinderen gedacht. In een hoekje op een meter of honderd van de arena, waar de rodeo over een paar uur begint, krijgen peuters en kleuters de kans hun persoonlijke ervaring met gevangenen op te doen.

Ontmoet je eigen moordenaar of drugshandelaar. Koop kaartjes voor de draaimolen bij Jim (gewelddadige roofoverval, levenslang). Ga met Franky (moord, levenslang) paardjerijden. Doe mee met Dunkin’ Booth: Hario (verkrachting, levenslang) zit in een kooi en zal in een bak ijskoud water kieperen wanneer jij het balletje hard genoeg tegen een plaatje gooit.

Het speelt zich af in de zijlijn van de Angola Prison Rodeo, maar het hoort bij het grote evenement, vertelt Michelle James, een ranke Afro-Amerikaanse verpleegster die hier elk jaar komt. Ze zat zo-even met haar negen maanden oude baby in de draaimolen. Nu gaat ze op weg naar het paardrijden. Countrymuziek schalt uit de luidsprekers, religieuze vlaggen – Jesus rocks! – staan klaar om straks te paard de arena binnengereden te worden.

James is hier met de hele familie. Haar man en zoontje (6) zijn even naar het gedeelte waar tientallen eettentjes een braderiegeur van suikerspinnen en frituurvet verspreiden. Ze willen geroosterde kip aan een stokje, die ze hier marineren in suiker en sojasaus. De kip wordt klaargemaakt en verkocht door gevangenen die lid zijn van de presbyteriaanse kerk, en zo hebben alle denominaties een aandeel in de voedselketen. Methodisten verkopen rijstkoeken en geroosterde pinda’s, evangelicals gehaktballen met mozzarella, moslims appels overgoten met karamel.

Maar James en haar familie komen hier natuurlijk vooral voor het spektakel in de middag. Duizenden families op de tribunes, zwaaiende lasso’s in de arena, de muziek van Rawhide – Rollin’, rollin’, rollin’ – en gevangenen die als gladiatoren de strijd met wilde paarden en reusachtige stieren aan moeten binden.

Haar favoriete spel is Convict Poker, waarbij vier gedetineerden middenin de arena rond een tafel op een tuinstoel moeten gaan zitten. Een stier wordt op ze afgestuurd, het beest rijgt elke gevangene aan zijn hoorns, stampt op ze, en gooit ze ten slotte met alle geweld de lucht in. Ontzettend grappig vinden ze het. Een slapstick. „Buikpijn van het lachen.”

Maar hier, in het familiehoekje, heb je volgens James de andere kant van de rodeo. Hier ziet ze dat diezelfde gladiatoren als een kind zo blij zijn wanneer je laat merken dat je ze vertrouwt. Hier kunnen ze weer mens zijn, even. „Het is vertederend hoe zachtaardig ze eigenlijk zijn”, lacht ze.

Het uitschot van Amerika

In Angola leeft het uitschot van Amerika. Het is de grootste en zwaarst beveiligde strafinrichting van het land, een terrein van 7.000 hectare in Louisiana, in het diepe Zuiden, waar vijfduizend veroordeelden hun dagen slijten. Een kleine honderd zijn ter dood veroordeeld. De gemiddelde duur van de gevangenisstraf is er 88 jaar, 70 procent van de gevangenen heeft levenslang.

Op clementie hoeft niemand hier te rekenen. Louisiana, waar Angola is gevestigd, staat geen voorwaardelijke vrijlating toe: levenslang is dus echt levenslang voor de gevangenen van Angola.

Angola is het resultaat van een trend die in de VS al decennia geleden is begonnen. De tolerantie voor criminaliteit neemt alsmaar verder af, het geloof in repressie is bijna grenzeloos, straffen worden steeds hoger. Kleine vergrijpen worden al in registers op internet vastgelegd, voor mensen met zware criminele antecedenten is domweg geen plaats meer. Voor hen is er alleen nog leven in instituten als Angola.

De directie bestrijdt hun uitzichtloosheid op drie manieren: met extreme beveiliging, loodzwaar werk, en sporadisch contact met de buitenwereld – zoals bij de rodeo – voor die gevangenen die zich jarenlang foutloos weten te gedragen.

Angola bestaat uit een groot aantal verschillende strafkampen, en elk kamp wordt standaard beschermd met driedubbele stalen deuren. De rest van het complex is in essentie een enorme boerderij, waar de meeste gedetineerden vanaf ’s ochtends vijf op akkers werken. Gevangenen verdienen er 3 eurocent per uur met klusjes zoals katoen plukken – en moeten daarover 22 procent belasting afdragen.

„Dit is het wonder van Angola”, smaalt de 54-jarige gedetineerde Mark King (moord, levenslang) ’s middags tijdens de rodeo. Hij is een excentrieke oud-lasser die graag linkse filosofen citeert. „We worden het hele jaar leeggeplukt maar als de mensen ons tijdens de rodeo opzoeken, doen we allemaal alsof we heel blij zijn.”

Angola had lange tijd een uiterst beroerde reputatie. Het complex is gevestigd op een voormalige plantage, en nog altijd is bijna 80 procent van de gedetineerden Afro-Amerikaans. In de jaren zeventig groeide het uit tot de bloedigste gevangenis van het land, vooral door aanhoudende aanvallen van blanke bewakers op zwarte gedetineerden. Toen werd de basis gelegd onder de beruchte zaak van ‘de drie van Angola’, sympathisanten van de militante Black Panthers, van wie later bleek dat ze bijna dertig jaar in het geheim in isoleercellen werden gestopt. Een van de drie is inmiddels vrij, en over de andere twee oordeelde het Hooggerechtshof in 2008 dat hun isolement „inhumaan en ongrondwettelijk” was.

Dictator

Maar veel in Angola is veranderd sinds twaalf jaar geleden Burl Cain directeur werd, een hoekige born-again christian met onconventionele ideeën en, volgens sommigen, de houding van een dictator. Cain zei bij zijn komst dat het verval van Angola met twee ingrepen kon worden aangepakt: meer aandacht voor God, en een grotere nadruk op de gedetineerde als winstobject.

Hij begon een niet-aflatende kersteningscampagne onder de gevangenisbevolking. Godsdienstlessen, bijbelstudie, vrijwilligerswerk in een kerk – wie daaraan meedeed, werd door Cain beloond met een bewijs van goed gedrag.

Mensen met levenslang, redeneerde hij, zullen zich alleen nog sociaal gedragen als ze overtuigd zijn dat er een hiernamaals is. Religie is daarom elementair om criminelen tot „morele rehabilitatie” te brengen, en zo spanningen in de gevangenis weg te nemen. God als pacificatiemiddel in de cellenblokken. „You can’t leave Angola but Angola doesn’t have to be in you”, is een van zijn stelregels.

Ook de rodeo wordt gepresenteerd als een reli-show. Dat blijkt als vijftig gladiatoren zich ’s middags in hun zwart-wit gestreepte shirts in de arena voorstellen, waar ze tot hun enkels in de modder wegzakken. Ze gaan in een kring staan, en als het publiek verwacht dat het spektakel eindelijk van start gaat vraagt de presentator of ze de hand van hun buurman vast willen houden.

Voor het eerst vandaag komt er geen muziek uit de luidsprekers, voor het eerst houdt iedereen op met eten: het wordt stil in het stadion. De gevangenen in de arena maken gebaren alsof ze bidden. Het publiek prevelt mee. Het duurt minuten. Dan neemt de presentator het over – hij zegt dat God liefde is, de Almachtige, dat Hij ons vandaag dit grootse evenement schenkt, etc. – en er ontstaat een soort openbaar gebed van publiek en gedetineerden samen.

Het is een moment dat medewerkers van de gevangenis vervult met trots. „Burl Cain heeft vrede in Angola gebracht”, zegt Bobby Anchord (62), een oud-politieagent die is belast met interne onderzoeken naar misstanden in Angola. De laatste jaren is het volgens hem nog zelden nodig dat er politie van buiten de gevangenis wordt ingeschakeld. Minder dan tien keer per jaar. „Vroeger was het tien keer per week.”

Anchord is zelf lid van een pinkstergemeente en helpt als vrijwilliger gedetineerde leden van die kerk met de verkoop van Fried Coke – oliebolletjes die in cola worden gedrenkt voordat ze de frituur ingaan. De gevangenen bakken en houden de kas bij, Anchord doet de verkoop. Het loopt de hele dag storm, en de politieman werkt met de gevangenen samen alsof ze al jaren collega’s zijn.

„Kijk”, zegt hij, wijzend op zijn donkerblauwe stropdas. „Als ze zouden willen kunnen de jongens mij zo opknopen.” Maar hij kent ze uit de kerk, hij is zeker dat het niet gebeurt. „Deze jongens hebben zich neergelegd bij hun situatie.” Ze moesten kiezen voor God? „Zo kun je dat ook zeggen.”

Gaandeweg de dag zal blijken dat niet alle gedetineerden het leven in Angola zo rozig ervaren. Ze vertellen over vechtpartijen, opstanden en napoleontische toestanden (zie de interviews met Brian Frances, Jerome Derricks en Jimmy Bares). Maar ook sceptici beamen dat Cains aanpak effect heeft.

De 45-jarige Matthew Morgan (drugshandel, 20 jaar) is de zanger van Little Country, een gevangenisband die tijdens de rodeo optreedt. Morgan was een bekende diskjockey in Louisiana toen hij veertien jaar geleden werd gepakt als marihuanadealer. Hij gelooft niet in God, en het „gedweep” van Cain, zoals hij het noemt, heeft hem nooit kunnen bekoren.

„Maar er zitten hier erg veel simpele zielen”, zegt Morgan. En onwetendheid is de basis van hun devotie. Maar het werkt. „Ik heb beesten zien veranderen in normaal functionerende mensen.”

En Burl Cain bracht zijn gedetineerden niet alleen nader tot God, hij zorgde er ook voor dat hij meer aan ze ging verdienen. Naast de boerderij, die Angola al decennia beheert, breidde hij de commerciële nevenactiviteiten van Angola fors uit, zodat de gevangenis nu de grootste werkgever in de wijde omtrek is. Hij liet een golfbaan aanleggen, begon een drukkerij, en bouwde de rodeo, die al sinds 1964 bestaat, uit tot een grootschalig publieksevenement.

Er verrees een tribune voor tienduizend mensen. Cain zorgde ervoor dat de rodeo voortaan in het voor- en najaar werd gehouden (twee zondagen in de lente, vier in het najaar), waarmee het evenement de grootste inkomstenbron van zijn gevangenisimperium werd. En hij ging in zee met een professionele rodeo-organisatie zodat het publiek een gestileerd programma van ervaren presentatoren en getrainde dieren krijgt voorgezet. De enige deelnemers die niet op het spektakel zijn voorbereid zijn de gedetineerden, vandaar dat Cain de rodeo verkoopt als de Wildest Show of the South.

Dikke brillenglazen

Mark King, de oud-lasser met een voorliefde voor filosofie, vertelt dat hij stomverbaasd was toen hij na zijn veroordeling in 1989 ontdekte dat er in zijn eigen land zoiets als een gevangenisrodeo bestond. „Als je het mij had verteld toen ik nog vrij was, zou ik hebben gezegd: joh, laat je nakijken.”

King wordt door andere gedetineerden uitgelachen om zijn dikke brillenglazen en intellectuele praatjes. Hij woonde in Los Angeles toen hij levenslang kreeg voor een moord tijdens een bezoek aan New Orleans. „Ik wilde een vriendin beschermen. Dat deed ik, uh, iets te fanatiek.”

Hij verkoopt vandaag houten potten en vazen op de gedetineerdenmarkt buiten het stadion. Angolabewoners die zich goed hebben gedragen mogen daar spullen uitstallen die ze in hun vrij tijd in elkaar hebben geknutseld – timmerwerk, bijouterieën, schilderijen. Ook hierover strijkt de directie 22 procent belasting op.

King was zelf een paar jaar geleden een van de gladiatoren op de rodeo, en verbaasde zich toen over de slaafsheid van zijn collega’s. Hij ervoer de val- en smijtpartij met zijn lichaam als één grote vernedering. „Als je dit in Californië organiseert heb je binnen een dag een enorme gevangenisopstand. Goed voor een week breaking news op CNN.”

Maar King, die zelf blank is, denkt dat veel AfroAmerikaanse gedetineerden in het diepe Zuiden nog in een voorbij tijdperk leven. „De rodeo bestaat alleen maar omdat de oude slavenmentaliteit niet uitgestorven is. Het is tragisch, het zit gewoon nog in deze mensen.”

Maar denk niet dat gevangenen van Angola dit willen horen. Als King het aansnijdt, zeggen ze: „Ach, zeikerd, begin je nou weer?” De rodeo is hun houvast: ze kijken er het hele jaar naar uit. „Iedereen wil erbij zijn, het is het enige dat ze hebben.”

Maar de teleurstelling is niet ver weg. De countryband van Matthew Morgan, die buiten de arena optreedt, is de hele dag een van de grootste publiekstrekkers. Vanaf ’s ochtends komen honderden families luisteren naar zijn muziek, de meesten swingen alleen met hun hoofd mee. Hij vermengt klassiekers van The Eagles en Johnny Cash met traditionele, twangy country en stichtelijke teksten (‘We don’t do marihuana’).

Tussen zijn optredens door laat Morgan doorschemeren dat hij na veertien jaar Angola – en nog zes jaar te gaan – het gevangenschap nog elke dag als een hel ervaart. Hij heeft privileges. Hij mag met zijn drummer, percussionist en vier gitaristen twee keer per week repeteren in Camp C, dat geeft plezier, maar het weegt niet op tegen „de dagelijkse verschrikkingen”.

Zijn zuster Lori, die vandaag op bezoek is, legt uit wat hij bedoelt. Zij heeft zich speciaal voor de gelegenheid gekleed in roze overhemd, roze riem en roze schoenen. Bij sommige nummers stapt ze uit het publiek en mengt zich tussen de bandleden als achtergrondzangeres.

Ze doet het bewust. Het is haar manier om het publiek te laten zien dat gedetineerden „geen aapjes zijn waaraan je even voorbij schuifelt”. Haar broer deed veertien jaar geleden iets doms, zoals zoveel mensen soms iets doms doen. Hij werd gestraft, zijn vrouw liep van hem weg, en zijn 25-jarige dochter, die verliefd werd op een agent, houdt nu noodgedwongen afstand van haar vader.

Het is precies wat zij en de rest van haar familie deden na de veroordeling van haar broer. En pas toen ze hem jaren later bezocht in Angola drong tot haar door wat haar eigen land met de zogenoemde zware jongens doet. „Ze verliezen in Angola al hun eigenwaarde. Alles.”

En de rodeo, zegt ze, geeft „deze mannen de kans te laten zien dat ze nog bestaan”. Dat is goed, maar er is een keerzijde. Als ze in de band van haar broer heeft gespeeld, en ze mengt zich daarna weer onder het publiek, voelt ze pas hoeveel afstand mensen houden. „Je ziet ze denken: met dat wijf wil ik even niets te maken hebben.”

De vijftig gevangenen die aan de rodeo meedoen ondergaan een zelfde ervaring. Voordat de show begint verblijven ze de hele dag in een metershoge kooi, in het midden van het terrein. Iedereen kan hun spierbundels en soepele lichamen komen bewonderen. Een tafereel dat alle vooroordelen over het evenement bevestigt: mannen als stuks vee.

Tijdens de show voltrekt zich op de tribune een schouwspel zoals ’s ochtends in het kinderhoekje. De organisatie zinspeelt op leedvermaak. Zodra de eerste gevangene door een stier wordt gevloerd, klinkt door de luidspreker muziek: Another one bites the dust.

Maar het publiek kiest partij voor de gevangenen. En hoe meer de organisatoren de gedetineerden aan vernederingen blootstellen, hoe hartstochtelijker toeschouwers zich gaan gedragen als supporters van de gevangenen. Zo draait de Angola Prison Rodeo uit op een manifestatie van solidariteit met gevangenen.

James Henderson, een 58-jarige timmerman uit Mississippi, is een van de toeschouwers die tijdens de show vurig op de hand van „dat stelletje moordenaars en verkrachters” is, zegt hij na afloop beduusd. „Het was de spanning, denk ik.”

Zo is de rodeo voor de gevangenen van Angola een vluchtig contact met de vrijheid van hun vorige leven, een roes die vanzelf weer overgaat in de realiteit van Burl Cain: de gedetineerde als winstobject. „Een geperverteerd systeem”, zegt Mark King, „waar niemand meer uit kan.”

Hij geeft zichzelf als voorbeeld. Toen King in 1989 levenslang kreeg voor een moord in New Orleans, was hij inwoner van Los Angeles. Zodoende probeert hij al 19 jaar overgeplaatst te worden naar een gevangenis in Californië, omdat hij daareen goede kans op vervroegde vrijlating zou hebben.

Elke andere staat had hem allang naar Californië laten gaan, zegt King. Maar Louisiana weigert overplaatsing toe te staan. „Ze zijn er heel open over. Ze zeggen staalhard: jij brengt ons geld op, man, we laten jou nooit meer gaan.” <