Geen mensen en geen voedsel, dan pas worden chimps hulpvaardig

Een chimpansee wil een soortgenoot best helpen, ook als er niks voor hemzelf tegenover staat, maar alleen als er om gevraagd wordt en als het maar niet om voedsel gaat. Dat is de belangrijkste conclusie van een handig opgezet experiment dat meer licht moest werpen op de onvoorspelbare hulpvaardigheid van deze mensapen (Plos One, 14 oktober).

Regelmatig verschijnen onderzoeken naar die onderlinge hulp van deze Pan troglodytes. Maar de ene keer steken de chimps letterlijk geen poot uit voor een ander (zoals met de ingenieuze voedselautomaat van Daniel Povinelli in Nature van 27 oktober 2005). En de andere keer doen ze in hulpvaardigheid niet onder voor mensenkinderen (in het dubbelexperiment van Michael Tomasello waarbij een volwassen mens erg onhandig zijn pen laat vallen, in Science 3 maart 2006). Het nu gepubliceerde experiment is van een team uit Tokio onder leiding van Shinya Yamamoto. Zij omzeilden de klippen van de vorige experimenten, want het ging niet om voedsel en ook speelden mensen geen rol. Mensen helpen telt eigenlijk niet als altruïsme, en niet alleen om het soortverschil. Tomasello merkte in 2006 al op dat chimpansees onderling zo competitief zijn dat ze waarschijnlijk eerder een mens zullen helpen dan een soortgenoot. En Yamamoto voegt daaraan toe dat chimpansees in gevangenschap ook echt wel beseffen dat mensen heel goed in staat zijn gewenst gedrag af te dwingen – ook al zullen die mensen dat in een wetenschappelijk experiment nu juist niet doen.

Yamamoto sloot twee chimpansees (altijd vrouwtjes, soms moeder en dochter) op in aangrenzende kooien. In de ene kooi was een flesje sap dat alleen met een rietje was leeg te drinken. En net buiten de andere kooi lag een flesje sap dat vanuit die kooi alleen met een stok te pakken was. De pech voor de chimpansees was dat het rietje en de stok precies in de verkeerde kooi lagen. Zonder enige training vooraf gaven de chimps elkaar steevast het benodigde gereedschap, ook in de varianten waarin in hun kooi géén fles te pakken was en er dus geen wederzijdse hulp was. Maar de chimps moest er wel altijd om vragen: door hun arm door het gat tussen de kooien te steken en meestal ook hard op het glas te slaan. In een controle experiment zonder het sap, maar wel met het rietje en de stok verroerden ze geen vin.

Dat onder deze zorgvuldig bepaalde omstandigheden chimpansees moeiteloos hulpvaardig zijn, zegt iets over de diepe evolutionaire worteling van het menselijk altruïsme. Maar Yamamoto benadrukt dat het niks zegt over het ‘gewone leven’ van de chimpansee. Want uit zichzelf helpen ze vrijwel nooit. Hendrik Spiering