Geduld met de bank uit Wognum was echt op

DSB wilde zich omvormen, maar de toezichthouder had er weinig vertrouwen in. DSB zou het einde van het jaar toch niet halen.

In drie verschillende auto’s rijden ze naar Amsterdam. DSB-topman Dirk Scheringa, financieel directeur Ronald Buwalda en hoofd risicobeheer Robin Linschoten. Het is 1 oktober, om negen uur hebben de drie een afspraak bij De Nederlandsche Bank (DNB) om te praten over de toekomst van hun bank.

Ze hebben een uitgewerkt plan bij zich. Scheringa gaat een deel van de bank verkopen, waardoor hij niet langer volledig eigenaar én topman is. Er komt een nieuw bedrijfsmodel, dat minder leunt op het verstrekken van leningen en meer op advies. Er komen geen dure televisiespotjes en leenadvertenties meer. En er verdwijnen drie- à vierhonderd banen.

Maar dan wordt alles anders.

Buwalda wordt gebeld door Hans van Goor, bestuurder bij DSB. Pieter Lakeman was net op televisie. De voorzitter van de Stichting Hypotheekleed, die gedupeerde DSB-klanten vertegenwoordigt, heeft zojuist klanten opgeroepen hun geld weg te halen bij DSB. „Wat flikt hij ons nou”, zegt Van Goor.

De drie gaan nog wel naar de centrale bank. Maar het gesprek krijgt nu een andere wending.

De oproep van Lakeman is een beslissend moment in de geschiedenis van de Dirk Scheringa Beheer Bank en de rest van zijn imperium, zoals voetbalclub AZ en het Scheringa Museum voor Realisme. Het doorkruist de plannen van DSB om het roer om te gooien.

De drie bestuurders zijn op dat moment de facto de regie over hun eigen toekomst al kwijt. Het geduld van toezichthouder DNB met DSB en vooral met Scheringa is op. De toezichthouder heeft dan al besloten dat DSB Bank in de huidige vorm en met de huidige leiding het einde van het jaar niet zal halen.

De bank staat al enige tijd onder verscherpt toezicht. Al maandenlang zitten twee DNB’ers een paar dagen per week in Wognum. Medewerkers en bestuurders van DSB zijn veel tijd kwijt aan het beantwoorden van een constante stroom vragen en verzoeken uit Amsterdam. „De DNB-terreur” noemen de werknemers in Wognum dat.

De toezichthouder ziet DSB sinds medio 2007 als een probleem. Er zijn ernstige twijfels over de administratieve organisatie, over de interne controle en vooral over de organisatiestructuur. Oprichter Dirk Scheringa is eigenaar van DSB Beheer, dat eigenaar is van de bank. En hij is topman van de bank. Zo heeft hij als eigenaar en bestuurder de volledige controle.

Vervolg DSB: pagina 13

DNB geloofde niet dat DSB kon veranderen

Topman Dirk Scheringa had al besloten dat hij een deel van zijn aandelen in DSB Bank zou verkopen

Als de DSB Bank bijvoorbeeld dividend uitkeert aan DSB Beheer, stemt Dirk Scheringa als topman van de bank gewoon mee. De centrale bank vraagt DSB keer op keer om verbeteringen en aanpassingen door te voeren, maar dat gebeurt maar mondjesmaat.

Begin 2009 besluit DNB dat er echt iets moet gebeuren bij de DSB Bank. De omzet daalt. De winst lijkt overeind te blijven, maar dat is schijn. DSB houdt de winstcijfers ‘kunstmatig’ hoog door eigen schuldpapier op de markt tegen een lagere prijs in te kopen. Dat zijn slechts incidentele meevallers die de cijfers flatteren. Er worden minder hypotheken afgesloten, en dus verkoopt DSB Bank ook minder verzekeringen. Ook wordt de maatschappelijke onrust rond DSB groter door uitzendingen van programma’s als Nova en Radar. Gedupeerden organiseren zich en de dreiging van claims neemt toe.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoekt of DSB klanten meer geld leent dan goed voor ze is (overkreditering) en ze onvoldoende informeert over de koopsompolissen die DSB in combinatie met hypotheken verkoopt. Het onderzoek leidt in juli tot twee boetes van in totaal 120.000 euro. Daarbij komt dat financieel directeur Frank de Grave al binnen twee maanden opstapt, officieel omdat er geen ‘match’ is tussen De Grave en het bestuur. In werkelijkheid is De Grave half mei door Scheringa de wacht aangezegd, omdat hij vraagtekens plaatste bij het besluit weer dividend uit te gaan keren aan DSB Beheer.

DNB begint een plan te maken voor DSB Bank. Er zijn verschillende mogelijkheden. Nieuw kapitaal aantrekken. Of de bank verkopen aan een consortium van Nederlandse banken. Maar een ding was duidelijk: de positie van Scheringa was onhoudbaar.

Het grote probleem van DSB Bank is de verwevenheid met DSB Beheer, waar alle andere ondernemingen van Dirk Scheringa onder vallen. Via DSB Beheer lopen geldstromen tussen de bank, de verzekeringsmaatschappijen, de vastgoedinvesteringen, AZ, het stadion, de schaats- en wielerploeg en het museum. De centrale bank heeft problemen met de geldstromen tussen DSB Bank en DSB Beheer, vooral omdat er liquiditeitsproblemen zijn bij Beheer. De geldnood komt mede doordat de dividendbetalingen van Bank aan Beheer op aanraden van De Graves voorganger Zalm zijn stopgezet om de solvabiliteitspositie van de bank te verbeteren. Na Zalms vertrek, eind 2008, wordt er nog een interim-dividend overgemaakt, maar dat is onvoldoende voor alle uitgaven van Beheer.

Meest nijpend is een lening van 75 miljoen euro. Die is verstrekt toen DSB Bank op aandringen van de centrale bank enkele internetbedrijfjes afstootte naar Beheer. Het gevolg is dat als Beheer niet meer aan zijn verplichtingen voldoet, de bank een probleem heeft. Binnen DSB is er weinig begrip voor het standpunt van de centrale bank, die immers geen bezwaar maakte toen de constructie werd opgetuigd. „Bovendien”, zo stelt een bron, „had Beheer nog geen betaling gemist”.

Dan is er eind september nog de schuld van DSB Beheer aan ABN Amro (11 miljoen) en Van Lanschot Bankiers (4 miljoen). Die moet op 1 november worden afgelost, waardoor er een urgent liquiditeitsprobleem dreigt voor DSB Beheer. DNB heeft geëist dat DSB een oplossing vindt, anders wordt er ingegrepen.

Bij DSB had men in de gaten dat er dingen moesten veranderen, maar weinigen geloven dat Scheringa dit zelf door heeft. Volgens critici heeft hij het zichzelf moeilijk gemaakt door niet te onderkennen dat het de centrale bank menens was en te vaak te beloven dat „het wel goed zou komen”.

DSB wilde de tijd krijgen om de eigen plannen van afgelopen zomer uit te werken. Na druk van zijn eigen bestuurders is Scheringa bereid om in ieder geval een derde van zijn belang in de bank te verkopen. Met de opbrengst, geschat op rond de 100 miljoen euro, kan hij de lening van 75 miljoen euro bij DSB Bank aflossen.

Als adviseur werd oud-bankier en gerenommeerd fusie- en overnameadviseur Joop Krant aangetrokken. Die moest op zoek naar potentiële kopers. Krant zou op vrijdag 8 oktober een presentatie geven van mogelijke gegadigden, maar door de oproep van Lakeman en de crisis waar DSB in wordt gestort, zal die nooit meer doorgaan.

In april stopte de bank met het verkopen van de koopsompolissen waar zo veel klanten over klaagden. Er kwam een nieuw verdienmodel: in de toekomst moet DSB niet meer verdienen aan hoge provisies, maar aan advieswerk en door te spelen met rentemarges. Jarenlang was alles gericht op een agressieve marketing, waarmee leningen en kredieten verkocht werden. De veranderingen zijn lang tegengehouden door de mensen van marketing en verkoop. „Zij verdienden verreweg het meeste geld voor het bedrijf en waren erg sterk binnen DSB”, zegt een bron.

Financieel bestuurder Buwalda moest het nieuwe verdienmodel uitwerken. Hij besloot dat de tientallen miljoenen die jaarlijks aan dure televisiespotjes en advertenties worden uitgeven gehalveerd kunnen worden. En omdat de bank zich op andere producten gaat richten, kunnen er ook best honderden arbeidsplaatsen op de marketingafdeling geschrapt worden. Binnen de bank wordt rekening gehouden met een verlies over 2009, maar men verwacht met het nieuwe verdienmodel in 2010 een winst van zeker 20 miljoen euro te boeken.

Intern zijn er twijfels over het nieuwe model. En twijfels leven ook bij de centrale bank. Daar hebben ze eigenlijk geen vertrouwen in het succes van het ‘nieuwe’ DSB. De bank, zo verwacht men, zal op zijn best een marginaal functionerende instelling kunnen zijn. De centrale bank gaat er vanuit dat als de situatie bij DSB niet snel beter wordt, er ingrijpende maatregelen nodig zijn. Die zomer is Joost Kuiper, voormalig bankier bij ABN Amro, al benaderd. Als Scheringa vertrekt, moet hij als gedelegeerd commissaris de vacante positie opvullen en de bank verkopen.

Maar de scenario’s van zowel DSB als de De Nederlandsche Bank kunnen op 1 oktober in de prullenbak. Want de oproep van Lakeman op televisie blijkt opgevolgd te worden. Klanten halen massaal hun spaargeld weg.

Op zondag 4 oktober wordt het bestuur van DSB Bank ontboden bij de centrale bank. „Daar had ik geen goed gevoel over. Als het bij een bank fout gaat, is dat vaak in het weekend”, aldus een DSB-manager. Sinds de oproep van Lakeman is er dan al meer dan 300 miljoen euro aan spaargeld weggehaald. De Nederlandsche Bank wil nu ingrijpen. Er volgt een marathonvergadering. Diep in de nacht vertrekken de DSB-bestuurders uit Amsterdam. De toekomst van de bank is dan vastgelegd in een convenant. Scheringa heeft, na grote druk van de toezichthouder, ingestemd om al zijn aandelen te verkopen en af te treden. De centrale bank zal een consortium van Rabobank, ING, ABN Amro, Fortis en SNS vragen om garant te staan via een liquiditeitsvangnet. Joost Kuiper wordt de nieuwe topman en gaat op zoek naar kopers.

De DSB-bestuurders gaan akkoord met deze afspraken. Tenslotte was Scheringa al van plan om een deel van zijn aandelen te verkopen. De DSB’ers denken dat de banken al akkoord zijn, maar dat hebben ze mis. „Wij dachten dat de banken bij wijze van spreken al achter de deur zaten te wachten. Maar DNB bleek niets te hebben geregeld. Achteraf is het naïef dat we dat convenant hebben gesloten”, zegt een DSB-bron.

De volgende zaterdag overleggen de vijf banken over het vangnet dat 5 miljard euro groot moest zijn. De DSB-bestuurders wachten de hele dag. Om 20.00 uur verwachten ze een telefoontje van de vertegenwoordigers van de banken. Maar dat telefoontje komt niet. Ze krijgen te horen dat het moeizaam gaat en dat er zondag pas een besluit valt.

Die zondagochtend vertrekt het bestuur naar advocatenkantoor Stibbe. Daar vertelt adviseur Allard Metzelaar dat het niet doorgaat. De banken willen niet voor 5 miljard garant staan, ze vinden het risico te groot. Over die weigering en het bedrag van 5 miljard bestaat tot op de dag van vandaag frustraties binnen DSB. Volgens DSB is dit bedrag, nodig om een nieuwe run op de bank op te vangen, veel te groot. „Rabobank had ons bijvoorbeeld ook alleen over kunnen nemen. En als Rabo ons koopt, dan gaan klanten hun spaargeld niet opnemen.”

DNB heeft dan de noodregeling dan al aangevraagd bij de rechter. DSB heeft er weinig vertrouwen meer in. Helemaal niet omdat Metzelaar zegt dat het zelden voorkomt dat de rechter een noodregeling niet toekent.

Maar de rechter blijkt tot ieders verrassing de noodmaatregel af te wijzen. In Wognum heerst blijdschap en heeft men weer hoop. Maar die duurt maar een paar uur. Als de Volkskrant de volgende morgen verschijnt, blijkt dat er is gelekt. De krant bericht dat de centrale bank heeft ingegrepen via de noodmaatregel en de run op het spaargeld, die bijna tot staan was gebracht, komt weer op gang. Binnen de bank heerst verslagenheid. „Na dat lek wisten we dat we klaar waren. Het was einde oefening.”

Met medewerking van Egbert Kalse, Daan van Lent en Philip de Witt Wijnen

Lees eerdere artikelen over DSB op nrc.nl/dsb