Expertdiscussie

Het Oranjeberaad is een anomalie in Brussel

Het door Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in het leven geroepen Oranjeberaad heeft tot doel om partijpolitieke belangen in het Europees Parlement te ontstijgen en een Nederlands blok te vormen. Volgens sommige Europarlementariërs moeten de krachten worden gebundeld als het gaat om bijvoorbeeld de export van Nederlandse kaas of de benoeming van een eurocommissaris. Hiermee lijken zij invulling te geven aan het verkiezingscredo om vooral voor het Nederlandse belang op te komen in Europa. Echter, zij ondermijnen hiermee de democratische legitimiteit van de Europese Unie.

Volgens het subsidiariteitsbeginsel worden beslissingen genomen op het best passende bestuursniveau. Bij bepaalde beleidsgebieden worden politieke besluiten op Europees niveau genomen, omdat dit van belang is voor de gehele EU. Dit kan tegen een vermeend nationaal belang ingaan, maar is op lange termijn het beste voor de EU als geheel.

Het Oranjeberaad draait dit om. En dat terwijl Europarlementariërs geacht worden te stemmen volgens hun politieke idealen, niet op grond van hun nationaliteit. Daaraan ontlenen zij hun democratische legitimiteit, zij vertegenwoordigen kiezers die op basis van de ideeën van de politieke partij hun stem hebben gegeven. De Raad van Ministers is de plek waar nationale belangen worden vertegenwoordigd.

Europarlementariërs die zich verenigen in het Oranjeberaad treden buiten hun mandaat; ze zijn niet bevoegd om een Nederlands belang te vertegenwoordigen.

Ferry Nagel is politicoloog.

Laat ook kleine bedrijven groeien

Al vele jaren domineren dezelfde grote bedrijven het Nederlandse bedrijfsleven: Shell, Philips, Unilever, Akzo, DSM. Het is het bekende rijtje. Nederland kent weinig snel doorgroeiende bedrijven. Maar het echte probleem is dat Nederland al jaren niet in staat is geweest om een nieuw internationaal bedrijf te laten ontstaan. Er heeft zich in de afgelopen veertig jaar geen bedrijf aangediend dat zich in het rijtje van Shell en andere heeft weten te scharen.

Er hoort geen tegenstelling tussen groot- en kleinbedrijf te zijn. Toch is die er in de praktijk wel. Het fiscale stelsel is een luilekkerland voor grote multinationale ondernemingen, bedoeld om dergelijke ondernemingen uit het buitenland aan te trekken en voor Nederland te behouden. Het gevolg: Philips en Shell betalen geen vennootschapsbelasting. Winsten worden opgevoerd in landen met een laag tarief en teruggeschroefd in landen met een hoog tarief. Aldus zijn voor het concern de totale belastinguitgaven laag. Met dit ongelijke speelveld is de economie niet gediend. Het wordt moeilijker om te concurreren voor de kleine bedrijven. Het geeft geen pas dat grote bedrijven in Nederland wel profijt trekken van investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, subsidie voor onderzoek en uitgaven aan infrastructuur, maar zelf weinig tot niets via de winstbelasting aan de schatkist afdragen, in elk geval minder dan de rest van het bedrijfsleven.

Daarom moet het kabinet de vennootschapsbelasting aanpassen. Centraal zal daarbij een beperking van de renteaftrek staan. Dat maakt het schuiven met winsten minder aantrekkelijk en zorgt voor eerlijke concurrentie tussen nieuwe, kleine bedrijven en de grote, gevestigde jongens. Bovendien komt dan een einde aan de praktijk dat overgenomen bedrijven met schulden worden overladen en vervolgens hoge rentelasten van de belasting aftrekken. Dubbele winst dus.

Paul Tang is financieel en fiscaal woordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer.

Dit zijn delen van expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.