En ik maakte mijn meubels gewoon van groentekistjes

Amsterdam in een tijd van schreeuwende woningnood. Met twee gezinnen inwonen bij een oude dame: vijf volwassenen en vijf kinderen in een etagewoning zonder douche en met één koudwaterkraan. Wonen op één kamer. `s Avonds stoelen aan de kant, tafel inklappen, opklapbed van de wand halen, en zie, de woonkamer is slaapkamer geworden.

Op m`n vijftiende ben ik gaan werken, 45 uur per week. Koffiepauze `s ochtends strikt tien minuten. `s Middags zonder pauze aan één stuk doorwerken van 13.00 tot 18.00 uur. Eerste weekloon 33 gulden (15 euro). Dat droeg je thuis af, kostgeld heette dat. Je kreeg dan een paar gulden zakgeld per maand. Volwassen arbeiders verdienden toen, in 1965, 125 gulden (57 euro). Kale huishuur 200 gulden. Een wasmachine kostte ongeveer 800 gulden. Vakantiegeld 250 gulden, daarvoor kon je gaan kamperen in Zeeland. Geen van mijn collega`s was ooit in het buitenland geweest. Niemand had een auto. Velen hadden nog geen telefoon.

De AOW was nog maar net ingevoerd, dus wij betaalden premie voor de ouden-van-dagen, wat wij helemaal niet erg vonden, want we waren er trots op dat we in een sociaal land leefden. Mijn moeder moest, toen zij twaalf werd, gaan werken, 48 uur per week. Haar ouders ook. Zulke mensen gunde je hun AOW`tje wel.

Toen ik zestien was, werd ik vrijwilliger bij de vakbond. Daar hoorde verplichte scholing bij, dus veel avonden en weekenden op cursus. Rond m`n twintigste ging ik op kamers. Doorgaans betekende dat een keldertje of zoldertje, onverwarmd. Maandloon nu 600 gulden, kale huur 200 gulden. Kleumen met een deken omgeslagen bij de Alladin, een piepklein oliekacheltje waaraan je in ieder geval je voeten en handen kon warmen (kastanjes poffen ging ook goed). Geen sou voor inrichting, dus groentekistjes gekocht en hiervan een interieur getimmerd. En trots dat ik daarop ben. Sommigen van mijn vrienden kregen van tantes en oma`s wat oude meubeltjes, waarmee ze dolgelukkig waren. M`n eerste tweedehands autootje kon ik pas kopen toen ik over de dertig was. Over vijf jaar zal ik als 65-jarige met pensioen gaan, en dan zal ik vijftig jaar gewerkt hebben.

En nu? Als ik aan een meisje of jongen die zelfstandig gaat wonen een tafel aanbied: beledigde gezichten, uiteraard richten ze hun centraal verwarmde appartement splinternieuw in. Ze rijden in mooie auto`s, gaan in het buitenland op vakantie. Rosanne Hertzberger, ik kijk tevreden terug op het leven. Het was heerlijk alles op te bouwen vanuit het niets.