'Dutch wax' van Vlisco is een begrip in West-Afrika

Textielbedrijf Vlisco weet zich tegen de stroom in te handhaven. De export naar landen als Benin en Togo houdt stand, maar hoe langer de crisis duurt, des te meer last Afrika krijgt.

Keurig in het gelid wachten de katoenen doeken van Vlisco in de expeditiehal in Helmond op vervoer. De doeken kwamen ruw en wit binnen uit Azië. Nu zijn ze gebleekt, geharst, geverfd en bedrukt. Het is geen simpel katoen meer maar een verfijnde stof met dessins die lijken op patronen van Escher en schilderijen van Mondriaan. De dessins hebben namen als Urban Beat en Frozen Dreams. Met stift is de bestemming op de ingepakte bundels stof geschreven. Cotonou in Benin. Lomé in Togo. Abidjan in Ivoorkust. De stoffen van Vlisco zijn luxeartikelen in West-Afrika sinds de eerste doeken in 1876 naar Ghana gingen. En nu blijkt de handel crisisbestendig.

Daarmee is Vlisco bijzonder. Bijzonder in Noord-Brabant, een provincie waar de industrie hard getroffen is door de crisis. En ook binnen het moederbedrijf, Gamma Holding, doet Vlisco het bijzonder goed. Het lijdt geen verlies zoals de afdeling die zeildoeken maakt. Het hoeft geen productie naar Oost-Europa uit te besteden, zoals de divisie die lopende banden maakt. Bij Vlisco blijven omzet en winst stabiel.

„Begin deze eeuw hebben wij een zware tijd gehad”, zegt Joop van der Meij, directeur van Vlisco, vanuit zijn kantoor naast de fabriek, een aaneenschakeling van bakstenen gebouwen, met uitstekende buizen en schoorstenen. Al sinds de oprichting in 1846 zit Pieter Fentener van Vlissingen & Co op dit terrein in Helmond.

Vlisco kreeg in Afrika Chinese concurrentie, de koers van de dollar zakte in en een burgeroorlog teisterde Ivoorkust. Nigeria, een andere belangrijke markt, hanteerde een importverbod. En er verschenen meer imitaties. Soms werd alleen een dessin gekopieerd, soms werd ook de merknaam nagemaakt. „De omzet daalde van 167 miljoen euro naar 105 miljoen”, zegt Van der Meij. „In 2005 hebben wij gereorganiseerd.”

Exotic Fabrics (de divisie van Gamma Holding met Vlisco en de andere merknamen Woodin, Uniwax en GTP) wilde in Afrika gezien worden als een modieus merk en minder als een textielfabriek. Als de consument meer waarde ging hechten aan de merknaam en aan de kwaliteit, dan zou de aantrekkingskracht van namaak minder zijn. „Dutch wax is een begrip in West-Afrika. Vlisco is de moeder der Afrikaanse stoffen”, zegt Van der Meij. „Van die status wilden wij meer gebruik maken.”

Dutch slaat op het land van herkomst, wax op het productieproces. Vlisco maakt veel traditionele dessins waarbij elk land zijn eigen traditionele stijl heeft. „Ghana is meer van de aardkleuren, terwijl Congo vaak fellere kleuren gebruikt”, zegt Van der Meij. Maar de ontwerpers in Helmond bedenken ook nieuwe, hippere stijlen. „Onze ontwerpers hier zijn Europeanen, maar ze hebben veel contact met Afrikaanse collega’s”, zegt de directeur.

De patronen van de dessins worden op een koperen drukwals geëtst. De wals perst een laagjes hars op de lappen van katoen. Daarna wordt het katoen in een verfbad ondergedompeld. Waar hars op het katoen zit, blijft de doek wit, waardoor een patroon ontstaat. Later wordt de hars verwijderd en kunnen de witte gaten ingekleurd worden.

„Wij maken kwaliteit, maar het probleem is dat duidelijk te maken. West-Afrika heeft niet echt een ontwikkelde confectiemarkt. Onze stoffen worden gebruikt door kleermakers. Nu laten we in reclames steeds zien wat er met onze stoffen gemaakt kan worden”, stelt Van der Meij. Aan de muren van zijn kantoor hangen foto’s van slanke en sierlijke donkere vrouwen in zwierige haute couture jurken. „Ook organiseren wij seminars met kleermakers.”

Toch ziet Van der Meij Afrika veranderen. „De consumptiemaatschappij is in potentie groot en begint zich te ontwikkelen”, zegt de directeur. Exotic Fabrics probeert daar van te profiteren met onder meer het merk Woodin. „Woodin heeft een kledinglijn. Het is wat hipper en jonger dan Vlisco.” De collectie bestaat uit westerse overhemden en shirts met opdruk, maar ook rokken en jurken met traditionele patronen. „We hebben nu ook een paar grote winkels”, zegt Van der Meij. Onlangs werd de winkel in Zuid-Afrika echter gesloten. „De mode daar is gericht op de Afro-Amerikaanse mode. Dat sluit niet aan bij onze dessins.”

Na de crisis bij Exotic Fabrics in 2005 steeg de omzet snel, vorig jaar met eenvijfde ten opzichte van 2007. „Dat was een periode van onstuimige groei”, zegt Van der Meij. Het afgelopen kwartaal boekte het bedrijf 43 miljoen euro omzet, een miljoen meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De grote groei is er even uit, zegt de directeur. „Grondstoffen zijn belangrijke bronnen van inkomsten. In Nigeria is dat olie, in Ghana is dat koffie. De prijzen zijn gedaald”, zegt hij. Ook sturen migranten minder geld naar huis en zijn westerse landen minder gul met ontwikkelingsgelden, somt Van der Meij op. „Hoe langer de crisis aanhoudt, hoe meer last Afrika krijgt. Maar als de wereldeconomie herstelt, is het potentieel ongekend groot.”