De stelling van Marli Huijer: met het invriezen van eicellen is uiteindelijk niemand geholpen

Als het aan het AMC ligt, kan de alleenstaande vrouw straks eicellen invriezen om zo het moederschap uit te stellen. Tot maximaal 45 jaar, zo bleek onlangs. Een schijnoplossing voor een maatschappelijk probleem, zegt Marli Huijer tegen Ingmar Vriesema.

Het AMC heeft een storm van kritiek over zich heen gekregen omdat het volgend voorjaar wil beginnen met het invriezen van eicellen. Vrouwen met een kinderwens kunnen dan tot hun 45ste de mogelijkheid behouden om moeder te worden. Wat zijn de doorslaggevende redenen om hierop tegen te zijn?

„Een samenleving heeft er baat bij als vrouwen op niet al te late leeftijd kinderen krijgen. Het is een bekend verhaal: vrouwen in Nederland beginnen op steeds latere leeftijd aan kinderen. Dat is zorgwekkend. De vruchtbaarheid van vrouwen neemt al af vanaf het dertigste jaar. En de gezondheidsrisico’s voor moeder en kind zijn bij zwangerschap op latere leeftijd groter.”

Het is een feit dat een eicel van een vrouw van 35 betere kansen geeft op zwangerschap dan een eicel van een vrouw van 40. En daar gaat het om bij invriezen: het stopzetten van de tijd.

„Stel: een vrouw van 40 heeft een eicel ingevroren toen zij 35 was. Die vrouw heeft – zoals de meeste Nederlandse vrouwen – waarschijnlijk een iets oudere mannelijke partner. Dat is ook belangrijk, want tot dusver gaat de discussie alleen maar over de oudere moeder. Ook het zaad van de man wordt minder goed en minder vruchtbaar met het ouder worden. Dus je moet dan ook maar hopen dat zijn zaad goed genoeg is om de eicel te bevruchten. Eigenlijk zou een man zijn zaad dan ook op z’n 35ste moeten invriezen.”

Tsja.

„Hoe dan ook, het AMC wil deze technologie opeens aanbieden, niet alleen op medische, maar ook op sociale gronden. Het AMC verkoopt het ook als zodanig. Zo van: vrouwen die eerst carrière moeten maken of nog geen partner hebben gevonden, kunnen bij ons terecht. Als arts leer je uiteraard dat je het goede moet doen voor de patiënt die tegenover je zit. Maar dan wil je nog weleens vergeten dat zich buiten de spreekkamer een hele maatschappij bevindt die uiteindelijk misschien wel slechter af is als je al die individuen helpt.”

U doet net of vrouwen straks massaal hun eicellen gaan invriezen. Het gaat hier om een dure behandeling, en fysiek een zeer belastende. Het is onwaarschijnlijk dat alle vrouwen op hun dertigste voortaan hun eicellen gaan invriezen.

„Dat kun je totaal niet overzien. We dachten vroeger met ivf ook dat maar een beperkt aantal mensen er gebruik van zou maken. Inmiddels wordt een vrij hoog percentage baby’s via ivf geboren.”

U maakte net een onderscheid tussen medische en sociale gronden. Maar dat onderscheid is niet zo eenvoudig te maken. Anticonceptiemiddelen gebruik je ook op sociale gronden, en dat lijkt me heel legitiem.

„Klopt, dat onderscheid is niet altijd duidelijk. Maar in dit geval is het zo duidelijk een sociaal probleem. Al tijden worstelen Nederlandse vrouwen enorm met de vraag hoe je werk en kinderen kunt combineren.”

Oké, het laat krijgen van kinderen is een maatschappelijk probleem. Maar dat betekent nog niet dat het gemakkelijk te verhelpen is.

„En daarom is het ontzettend belangrijk dat de overheid er alles aan doet om ervoor te zorgen dat vrouwen voor hun 35ste kinderen kunnen krijgen. Werk en kind, of opleiding en kind, moet makkelijker te combineren zijn. Voor vrouwen en mannen.”

Hoe ziet u dit precies voor zich?

„We zitten als samenleving vast aan het idee dat elk individu of elk gezin het afstemmen van werk en kind zelf maar moet oplossen. Moeders en vaders overleggen zich helemaal een ongeluk. Terwijl ik denk: je moet ervoor zorgen dat er soepele ritmes zijn in een samenleving. We hebben altijd heel veel aandacht voor ruimtelijke ordening: hoe richten we onze omgeving zo in dat het prettig is om erin te leven? Voor de dimensie tijd is die aandacht er veel minder. We hebben niet een ministerie van temporele ordening.”

U pleit voor een minister van tijd?

„Precies. Iemand die in kaart brengt waar fricties zitten tussen verschillende tijdsordeningen. Die frictie zit bijvoorbeeld rond het dertigste levensjaar. Dat is het spitsuur van het leven: je wilt een volgende stap in je carrière maken, net dat goede huis kopen, de juiste partner vinden. En je wilt rond die tijd ook aan kinderen gaan beginnen. Je kunt je afvragen: waarom moet je eigenlijk carrière maken tussen je twintigste en je veertigste? Neem de wetenschap. Daar bestaat een min of meer vast traject. Promoveren duurt vier jaar, daarna ben je acht jaar universitair docent, dan acht jaar hoofddocent, en zo klim je langzaam maar zeker op. Waarom rekken we die tijd niet op? Waarom zorgen we er niet voor dat iedereen in de wetenschap een aanstelling krijgt van vier dagen in plaats van vijf? Het is namelijk wel duidelijk dat iets in het tijdsarrangement maakt dat vrouwen het krijgen van kinderen uitstellen.”

Maar wíllen mensen eigenlijk wel jong kinderen krijgen? Nu we met z’n allen ouder worden, veroorloven mensen het zich ook om langer adolescent te zijn. Dertig is het nieuwe twintig.

„Als je aan het begin van je leven staat, kun je totaal niet overzien hoe je leven eruit kan gaan zien. Als je jong bent, denk je natuurlijk: voordat ik kinderen krijg, moet ik alles beleefd hebben. Terwijl je nog een gigantisch leven voor je hebt nadat de kinderen het huis uit zijn gegaan. Mensen leven tegenwoordig tachtig, soms negentig jaar. We zijn geneigd om de tijd zo in te delen dat je na je 65ste of 67ste niets meer hoeft te doen. Je moet misschien wel proberen om dat culturele tijdspatroon te wijzigen.”

Is het niet gemakkelijker om eicellen in te vriezen dan om een hele cultuur te veranderen?

„Misschien is het daarom ook niet de beste oplossing. Juist omdát het zo makkelijk is om dit aan te bieden. Terwijl het best kan zijn dat zo’n kleine oplossing uiteindelijk het probleem vergroot. Ik denk dat heel veel vrouwen rond hun dertigste dolgraag een kind willen, maar dat ze dat op de één of andere manier niet voor elkaar kunnen krijgen. Dan is het invriezen van een eicel eerder het tegendeel van wat zij willen. Het invriezen van eicellen is ook niet een vraag die van vrouwen uitgaat. Het is een aanbod vanuit de geneeskunde. En elk aanbod creëert zijn vraag, dus natuurlijk zullen er vrouwen zijn die op de vraag ingaan. Daar kun je niet uit concluderen dat het dus de goede oplossing is.”

Maar het combineren van werk en kind wordt zo toch juist gemakkelijker? Carrière maken is gemakkelijker als je het moederschap nog even kunt bevriezen.

„Als je niet van begin af aan hebt geleerd om werk en kinderen te combineren, dan is het de vraag of je het na je veertigste wel kunt. Ik vraag mij af hoe je op de top van je carrière tijd moet maken voor een kind, helemaal als je partner ook hard werkt. Ik denk dat het veel gemakkelijker is als je bij wijze van spreken al tijdens of na je studie zwanger wordt. Dan kan van meet af aan bij het arbeidsvoorwaardengesprek rekening worden gehouden met het kind, ook door de man.”

Als een vrouw van 23 of 24 op zwangerschapscursus gaat, zien de medecursisten haar zo’n beetje als tienermoeder.

„En die visie wordt alleen maar versterkt als we eicellen gaan invriezen en roepen: meiden, jullie kunnen altijd nog zwanger worden. Eerst werd bij vrouwen boven de 40 jaar nog geen ivf toegepast. Die leeftijdsgrens is nu opgerekt naar 45. En bij het invriezen van de eicellen luidde de vraag: mag het ook 50 jaar zijn? Dit is dus een cultureel probleem.”

Mensen leven steeds langer. Op een gegeven moment is het voor de diersoort mens nogal onnatuurlijk dat ze alleen tussen hun 20ste en 35ste kinderen kunnen krijgen.

„Intussen zitten we wel opgescheept met een lichaam dat in de loop van de evolutie is geconditioneerd om tot het dertigste jaar optimaal vruchtbaar te zijn. Dan kun je wel denken dat je met technologie elke natuurlijke grens kunt overschrijden, maar sommige tijdsaspecten van het lichaam kun je niet negeren.”

Wereldwijd zijn er zo’n negenhonderd kinderen via een bevroren eicel op de wereld gezet. Aan hen mankeert niets.

„Dan moet ik echt de precieze cijfers zien. Die eicellen zijn vast niet allemaal jaren ingevroren geweest. Het kan zijn dat daar casussen bij zitten waarbij eicellen maar drie weken ingevroren zijn geweest. Op grond van zulke cijfers is het dan ook heel lastig om te zeggen: implementeer deze nieuwe praktijk maar.”

Staatssecretaris Bussemaker zegt zelf: er is genoeg bewijs voor de veiligheid. En het AMC wil het risico graag nemen.

„Ja, het AMC wel. Maar mag je het risico nemen ten opzichte van de vrouwen? En mag je dat op grote schaal nemen? Het invriezen van eicellen is nog steeds experimenteel. Over de gevolgen op lange termijn is onvoldoende bekend. Ik vind dat je vrouwen hiertegen moet beschermen. Dat zou je ook verwachten van de medische stand. Veel medicijnen zijn immers ook niet vrij verkrijgbaar bij de apotheek. Als arts weet je vaak beter dan de patiënt welke schade iemand loopt.”

Wie schaad je hier nu precies mee?

„Denk bijvoorbeeld aan het aantal kinderen per gezin. In de jaren zestig waren veel gezinnen nog groot. Kinderen deelden hun ouders met broertjes en zusjes. Langzamerhand zie je een verschuiving naar gezinnen met één kind. Die trend wordt met het invriezen van eicellen weer gestimuleerd. Kinderen zonder broer of zus zijn van huis uit vaak minder sociaal dan kinderen die in een gezin met meer kinderen opgroeien. De kans bestaat dat mensen zich meer op zichzelf richten, in plaats van geïnteresseerd te raken in het grotere geheel. Dat vind ik zorgwekkend. Een samenleving heeft een zekere cohesie nodig. Daar heb je mensen voor nodig die gewend zijn zich sociaal te gedragen. Een ander punt is, dat deze moeders steeds ouder zullen worden.”

En dus wijzer.

„Aristoteles zei al: de oude mens komt tot verstarring. Wordt rigide. Staat niet meer open voor nieuwe dingen, experimenten. Is banger, omdat hij meer gevaren heeft gezien. Dus het kan zijn dat je juist uit oude ouders bange kinderen krijgt.”

Angst en egoïsme, dat is ons voorland.

„En je gunt die kinderen in feite geen grootouders. Want stel dat een vrouw na terugplaatsing van de ontdooide eicel op haar 46ste een kind krijgt. En stel dat ze op haar 76ste oma wordt. Tegen de tijd dat het kleinkind de verhalen over vroeger kan begrijpen, is die grootmoeder overleden. Zo snel neemt de levensverwachting nu ook weer niet toe. En dan hebben we het alleen over het oudste kleinkind.”

Stel, een 35-jarige, alleenstaande vrouw met een vurige kinderwens leest dit interview. Ze denkt: ‘die mevrouw Huijer heeft filosofisch en maatschappelijk helemaal gelijk. Maar feit is dat ik 35 ben, en er is nog geen man. Ik wil mijn eicellen nog een paar jaar vers houden.’ Bent u dan degene die zegt: dat moet u niet doen?

„Voor elk individu geldt, dat je op het moment suprême je eigenbelang hoger waardeert dan het algemeen belang. Maar een samenleving is er ook om het belang van individuen af te wegen tegen het belang van anderen. Anders is er geen samenleving meer.”

Kortom?

„Je moet geen eicellen op sociale gronden aanbieden.”