De lezer schrijft over Welten en Cohen

1 Eerst biedt u korpschef Welten een platform om zijn onvrede te uiten. Vervolgens stelt het hoofdcommentaar dat Welten hiermee de politie geen dienst bewijst. Waarom dan het interview zo geplaatst? Heeft u voorafgaand aan de publicatie Welten erop gewezen dat zijn uitspraken schadelijk zijn voor de politie? Gegeven uw kijk op de zaak en uw middelen, had u kunnen kiezen voor een dubbelinterview met Cohen en Welten en zo, als ‘mediator’, de samenwerking tussen hen verbeteren.

Maarten Moolhuysen

Zeist

2 Het commentaar in deze krant van 19 oktober zegt terecht dat als de korpschef spreekt het niet moet gaan over persoonlijke gezagsverhoudingen, maar over maatschappelijke problemen. Het commentaar laat zien dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid in de politiewet scherp is vastgelegd.

J.L.M. Goossens

Plasmolen (Mook)

De krant antwoordt

Van een viertal lezers ontvingen we afgelopen week het verwijt dat we de Amsterdamse korpschef Welten onheus zouden hebben bejegend. We hadden volgens hen niet op zaterdag een interview mogen publiceren waarin Welten zegt dat hij zich in zijn functioneren beknot voelt door burgemeester Cohen en politieminister Ter Horst, om de maandag erop in het hoofdredactionele commentaar te betogen dat hij dergelijke kritiek beter in de driehoek van burgemeester en officier van justitie kan uiten. Een lezer noemde het zelfs „laf” dat we de korpschef „eerst uit de tent” zouden hebben gelokt en dan in „de eerstvolgende krant in een hoofdartikel de stellingname van Welten een tactische blunder noemen”.

De indruk van het uitzetten van een val kan gemakkelijk ontstaan, maar zo is het niet gegaan. Het interview met de korpschef was voor de zomer aangevraagd, met het nadrukkelijke verzoek een balans op te maken van de vijf jaar dat hij zijn functie bekleedt. Het interview is zorgvuldig aangekondigd en voorbereid, en na afloop door Welten teruggelezen op feitelijke onjuistheden. Hij vond het artikel heel herkenbaar.

De opmerking dat we Welten uit de tent zouden hebben gelokt, gaat ook voorbij aan het feit dat hij ruime ervaring heeft met de media. Zoals Welten zelf zegt in het interview: „Ik ben een grote jongen, toch?” Een rol als ‘mediator’, zoals een lezer voorstelt, zien wij niet als onze taak. Wij richten ons op waarheidsvinding en de waarheid is in dit geval dat de Amsterdamse korpschef zich gehinderd voelt door zijn burgemeester. Het principe facts are sacred, comment is free geldt ook voor dit interview.

Wij hechten aan die scheiding tussen feiten en opinie – tussen het vergaren van nieuws door onze verslaggevers en het namens de krant becommentariëren van het nieuws door onze commentatoren, onder leiding van de hoofdredactie. Als de uitspraken in een interview niet de opvatting van de krant weergeven, mogen ze naderhand worden gekritiseerd. Tot het commentaar is overigens pas besloten toen het interview een politieke kwestie was geworden, doordat in het weekeinde politici zich uitspraken voor en tegen Welten.

Als de lijn van de lezerskritiek wordt doorgetrokken, zouden we in commentaren nooit negatief mogen oordelen over uitspraken die in een interview in deze krant zijn gedaan. Dat is niet onze inzet en dat wordt ook niet door alle lezers van ons verwacht, getuige de tweede lezersbrief.