De grijze plaag

Het kabinet wil een eind maken aan de populairste sociale voorziening ooit: AOW voor 65-jarigen. Wat zijn de argumenten voor en tegen langer doorwerken? ‘Na hun pensioen worden mensen dikker.’

1 De AOW is niet meer te betalen

De vergrijzing is een bedreiging. Minder werkende mensen moeten de uitkering betalen voor steeds meer ouderen.

Op zaterdag 16 september 2000 maakte toenmalig PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert in een interview met De Telegraaf een grote ommezwaai. Het was een tijd van optimisme, van de nieuwe internet-economie, van eeuwige groei. De toonaangevende AEX beursindex bereikte eerder die maand een recordstand van 702 punten. Melkert pleitte voor totale aflossing in één generatie van de Nederlandse staatsschuld van toen, omgerekend, 227 miljard euro. Dat was tot dan toe een VVD-standpunt. Met de aflossing van de staatsschuld wilde Melkert de financiering van de AOW veiligstellen. „We moeten de winst die nu wordt gemaakt voor de komende generaties vasthouden.”

Aflossing van staatsschuld is een illusie gebleken. Volgend jaar rekent het kabinet op 381 miljard euro schuld. Dat is het gevolg van de economische crisis en het opgelopen financieringstekort. „Geld bestemd voor de toekomst is noodgedwongen hier en nu gebruikt”, schrijft minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) in een notitie over de AOW die hij in juni naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Verhoging van de AOW-leeftijd moet 4 miljard euro opleveren.

Afgelopen vrijdag heeft het kabinet de AOW-leeftijdverhoging vastgesteld. In 2020 wordt het 66 jaar, in 2025 volgt een verhoging tot 67.

De AOW is van 1957. Elke burger die vijftig jaar in Nederland heeft gewoond, heeft er recht op, ongeacht het arbeidsverleden. De AOW is de basisvoorziening voor de pensioenen. Meer dan 90 procent van de werknemers spaart verplicht via de werkgever een pensioen bij elkaar. Daarbovenop is iedereen vrij om zelf extra te sparen bij een bank, via een verzekeringspolis of bijvoorbeeld een investering in een eigen woning.

In juni heeft Donner in zijn AOW-notitie het waarom van de verhoging van de AOW-leeftijd uiteengezet. Het eerste hoofdstuk zet de toon: ‘De verzorgingsstaat onder druk’. De kern van de boodschap is: „Als gevolg van de vergrijzing zullen niet alleen de pensioenlasten toenemen, maar ook de zorgkosten, terwijl de beroepsbevolking vanaf 2010 krimpt.”

Donners zin vat de drie hoofdargumenten samen. De naoorlogse babyboomgeneratie wordt op korte termijn 65 jaar. Dat betekent dat de kosten tot 2040 voor AOW en gezondheidszorg sterk stijgen, elk met 4 procent van het nationaal inkomen, becijfert het Centraal Planbureau (CPB).

De AOW-uitkeringen kosten nu 27 miljard euro. Zij worden voor tweederde betaald uit een aparte heffing op de werkende bevolking. Eenderde komt rechtstreeks uit de belastingen. Juist de beroepsbevolking wordt onder invloed van de vergrijzing en het lage kindertal de komende decennia relatief kleiner. In 1957 stonden tegenover elke AOW-gerechtigde ruim zes mensen tussen 20 en 65, nu is het één op vier, in 2040 is het één op twee, schrijft Donner in zijn notitie.

Als Nederlanders niet langer doorwerken dreigen arbeidstekorten – om te beginnen in de gezondheidszorg. Daar komen we nu al mensen tekort, schreef een commissie onder leiding van TNT-topman Peter Bakker. De commissie becijferde dat Nederland tot 2020 een half miljoen mensen extra in de zorg nodig heeft en een kwart miljoen in het onderwijs.

2 De buren doen het ook

De vergrijzing is een internationaal fenomeen. Iedereen zet zich schrap. Tot in China toe buigen politici, ondernemers, vakbonden en adviseurs zich over de vraag hoe zij moeten reageren op de groeiende groep ouderen. Zelfs de Amerikanen, optimisten van huis uit, maken zich zorgen over de betaalbaarheid van bijvoorbeeld hun zorgvoorzieningen. Zij verhogen de pensioenleeftijd naar 67.

Volgens het ministerie van Sociale Zaken hebben acht andere Europese landen anti-vergrijzingsmaatregelen genomen of gaan zij dat doen. Maar diverse landen met nijpender problemen, zoals een aantal Zuid-Europese landen, hebben nog niets gedaan. Economisch concurrent Duitsland verhoogt de AOW-leeftijd vanaf 2012 in stappen naar 67 jaar. Niet iedereen heeft haast: de Britten en Denen beginnen ‘pas’ in 2024 met maatregelen.

3 We blijven langer gezond leven

Sinds de invoering van de AOW in 1957 is de levensverwachting met sprongen vooruit gegaan. Dat schept verplichtingen. Voor mannen van 65 jaar is de levensverwachting tussen 1950 en 2007 met 3,1 jaar gestegen tot 16,8 jaar, een toename van 23 procent. Voor vrouwen is de stijging in deze periode 44 procent: van 14,9 jaar naar 21,5 jaar.

4 Nederlanders wíllen langer werken

Werknemers hebben een dubbele moraal over langer werken. Zij zeggen eerder te willen stoppen, bleek enkele jaren geleden uit onderzoek van Harry van Dalen en Kène Henkens. Maar dezelfde werknemers denken dat collega’s fit genoeg zijn om door te werken. Het groepsdenken dat eerder stoppen de norm moet zijn, wordt nog eens gestimuleerd door onverschillige werkgevers.

Het animo om door te werken is de laatste drie jaar opmerkelijk gestegen, zo blijkt uit de jaarlijkse Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de totale werkende bevolking wil 36 procent doorwerken tot 65 jaar, dat is 15 procentpunt meer dan in 2005. In de zakelijke dienstverlening, onderwijs en financiële diensten ligt het percentage iets hoger, maar in de bouw en industrie duidelijk lager. De groeiende respons voor doorwerken tot 65 jaar komt vooral uit de groep werkenden van 25-54 jaar. Van alle werknemers is 12 procent bereid ook na zijn 65ste door te werken. De onderzoekers voor NEA hebben daarbij niet gevraagd naar voltijd- of deeltijd doorwerken.

De Nederlanders verwachten overigens al jaren dat de AOW-leeftijd tot 67 jaar wordt opgetrokken, blijkt uit de massa-enquêtes van 21minuten.nl in de afgelopen drie jaar. Nederlanders willen zelf het liefst met 62 jaar stoppen, maar denken dat zij in de praktijk pas op hun 65ste kunnen ophouden.

5 Doorwerken is gezond

Na hun pensioen gaan mensen ongezonder leven. „Men wordt minder actief en dikker en lijkt het er eens goed van te nemen”, schreef hoogleraar geriatrie Marcel Olde Rikkert (UMC St Radboud, Nijmegen) vorige maand in deze krant. Hij concludeert dat doorwerken in twee opzichten gunstig is: het levert het individu meer geld op en het pakt positief uit voor zijn gezondheid. De samenleving profiteert daar zelf ook weer van: het tempert zorgkosten en verhoogt het nationaal inkomen en het draagvlak voor collectieve voorzieningen als onderwijs, gezondheidzorg en AOW.

Vijf argumenten tegen doorwerken

1 Nederland is rijk genoeg

De vergrijzing is een zegen. In september 2006 liet de Raad van Economische Adviseurs, een forum van vijf economen met uiteenlopende politieke overtuigingen, een eigenzinnig geluid horen. „Vergrijzing is – in een notendop – het succesverhaal van emancipatie, innovatie en keuzevrijheid.”

Ook de verwachte bevolkingskrimp die met de vergrijzing samenhangt is volgens hen een zegen. „De congestie- en de milieudruk dreigen zo langzamerhand ondraaglijk te worden.”

De economische adviseurs vierden de vergrijzing als een feest voor de samenleving. Zij kritiseerden in een adem door studies van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau die naar hun zeggen „onnodig angst” verspreidden.

Hun wezenlijke bezwaar is dat de studies van de officiële instanties zich concentreren op de kosten van de collectieve voorzieningen zonder ook de vergaarde private rijkdommen te betrekken in hun analyse. Juist de particuliere financiële bezittingen en de waarde van woonhuizen zijn verbluffend hoog. De Raad van Economische Adviseurs presenteert bijvoorbeeld een tabelletje waaruit blijkt dat Nederland, per hoofd van de bevolking, meer financieel vermogen (76.841 euro) heeft dan landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje. De cijfers zijn van 2000. De beurscrisis van 2008 zit niet in cijfers, maar ondanks de koersdalingen is het financieel vermogen van Nederlanders nog altijd 770 miljard euro.

Ook al zijn de huizenprijzen nu aan het dalen, dan nog staan generaties op winst dankzij de waardestijging van de laatste vijfentwintig jaar. „Mensen die al langer huiseigenaar zijn, zullen gemiddeld zodoende slechts een klein deel van de vermogenswinst uit het verleden verliezen”, staat in de Miljoenennota.

De omvang van de financiële vermogens maakt Nederland tot een renteniersnatie. De generatie die nu met pensioen gaat heeft bovendien trekjes van een geluksgeneratie: geen oorlog, grote welvaart, AOW en pensioen plus een spectaculaire stijging van hun bezittingen. Wat ligt dan meer voor de hand dan de vergrijzingskosten te bestrijden via de belastingheffing. Niet doorwerken, maar meer geld betalen. Een fiscale AOW-heffing in plaats van premiebetaling door alleen werknemers levert op de lange termijn 4,5 miljard euro op, heeft de commissie Arbeidsparticipatie vorig jaar laten becijferen. De verhoging van de AOW-leeftijd moet op termijn 4 miljard opleveren.

2 De AOW heeft een grote fanclub

De AOW leeftijd verhogen naar 67 jaar? Dat is geen goede maatregel om uit de economische crisis te komen, zei eerder dit jaar 56 procent van de deelnemers aan de massa-enquête 21minuten.nl. De AOW geldt als een sociale uitkering met een grote fanclub. Een symbool van het contract van de burger met een betrouwbare overheid. De AOW-op-65 is een zekerheid in een samenleving en een economie waarin grenzen en zekerheden zijn weggevallen. Wie vijftig jaar in Nederland heeft gewoond krijgt AOW, wie korter hier is, wordt dienovereenkomstig gekort. De uitkering is niet alleen begrijpelijk en ingeburgerd, maar door zijn eenvoud is de kans op fraude bijzonder gering, ook ten opzichte van andere sociale uitkeringen.

De zekerheid van de AOW-op-65 komt tegemoet aan de opvattingen van politieke partijen die zelf een stabiel-nationaal-nostalgisch wereldbeeld hebben, zoals de SP en de PVV. Het zijn juist partijen met een internationaal-economische-naar voren gerichte blik, zoals D66, die het als een vastgeroeste opvatting ervaren. Het is niet voor niets dat de PvdA, die beide opvattingen in zijn geledingen heeft, ook het meest verdeeld is.

3 Vooral rijken leven langer

Het goede nieuws van de welvaartsgroei en de vooruitgang in de gezondheidszorg van de laatste 65 jaar is dat de levensverwachting van Nederlanders duidelijk is gestegen. Maar het is vooral de levensverwachting van hoogopgeleiden die is gestegen. De vakcentrale FNV stelt dat hoogopgeleiden 19 jaar langer in goede gezondheid leven dan laagopgeleiden.

Gijs Beets, een onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), becijferde eerder in deze krant een verschil van gemiddeld zeven jaar tussen de laagst en de hoogst opgeleiden. Mensen met een lage opleiding beginnen eerder aan het arbeidsproces en zijn ook eerder versleten omdat ze vaker lichamelijk werk deden. Beets: „Daarom zou het alleszins redelijk zijn om niet aan te sturen op een verhoogde vaste pensioenleeftijd, maar te differentiëren naar duur van het werkzame leven. Laagopgeleiden betalen al die tijd premie, maar halen minder vaak de 65.”

4 Werkgever willen geen ‘oudjes’

Vraag Nederlanders wanneer zij willen stoppen met werken en 62 jaar is het antwoord. Een verhoging van de AOW-leeftijd zal niet vanzelfsprekend tot extra werkwilligen leiden in de sectoren waar juist de grootste tekorten worden verwacht, voorspelt hoogleraar Openbare Financiën Harrie Verbon van de Universiteit Tilburg. In een bijdrage op de website mejudice.nl schrijft hij: „Juist in het onderwijs en de zorg is er veel uitval van ouderen werknemers omdat zij niet meer bestand zijn tegen de psychische of fysieke stress die het werk in deze sectoren met zich meebrengt.”

De uitkomsten van de meest recente Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden illusteren zijn punt. De sectoren onderwijs en gezondheidszorg en welzijn scoren het hoogst in de categorie uitputtend werk, dat zijn activiteiten met een hoge werkdruk en een lage autonomie om het eigen werk in te delen. In de gezondheids- en welzijnszorg ervaart 36 procent van de werknemers zijn arbeid als uitputtend werk, in het onderwijs is dat zelfs 44 procent.

Daar komt nog bij dat werkgevers vaak negatieve gevoelens hebben over oude werknemers. Duur, lage productiviteit, weerstand tegen verandering. Werkgevers zien hen liever gaan dan komen en bespoedigen vertrek.

5 Zelf kiezen is gezond

De vakbonden willen dat werknemers zelf mogen kiezen. Weg met de verplichte 65 jaar, maar ook weg met de verplichte 67 jaar. De individuele keuzevrijheid is het uitgangspunt van het AOW-plan dat de bonden zelf hebben bedacht.

Ook minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) was tot voor kort gecharmeerd van het idee van keuzevrijheid voor de werknemer. Vorig jaar heeft hij een wetsontwerp voor een flexibele AOW-leeftijd naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarmee zou een werknemer bijvoorbeeld ook deeltijd-AOW kunnen krijgen: eerste één dag per week, dan twee dagen, etc. Het lot van dit idee is nu onduidelijk.

Voor de bonden is individuele keuzevrijheid een ommezwaai. Juist als het om pensioenen gaat zijn de vakbonden voorstander van (verplichte) collectieve regelingen. Wie wil doorwerken om een pensioengat financieel te dichten of omdat hij lol heeft in zijn werk moet dat kunnen doen, is hun nieuwe lijn. Maar het moet geen verplichting zijn.

Conclusie: het ei van Columbus is rood

Zet u schrap. De vergrijzing komt eraan. Vanaf volgend jaar krijgen de naoorlogse babyboomers massaal hun AOW. Ouderen gaan het straatbeeld, de files en de gates op Schiphol domineren. Omroep Max straalt, niemand kijkt meer MTV.

Sinds de babyboomers in de jaren zestig de jeugd van tegenwoordig waren, is het modern om jong te zijn. Om jong te doen. Kenmerken van de jeugdcultuur (informeel, ongeduldig, internet) zijn de norm gebleven.

Maar straks wordt alles anders. In de vergrijzing moet de samenleving zich opnieuw uitvinden. Komt het dan wel goed met ons? Is vergrijzing synoniem met aftakeling? Hoe moet Nederland zich weren als de bevolking zelfs gaat krimpen?

Het verhogen van de AOW-leeftijd is maar een klein deel van de oplossing. Argumenten voor of tegen een hogere AOW-leeftijd – wat moeten we ermee? De essentie van de vergrijzing zit dieper. De samenleving is op groei georiënteerd, niet op stilstand, laat staan achteruitgang.

Maar desoriëntatie en een toekomstige cultuurschok zijn aan het kabinet nu niet besteed. De oplossing van het kabinet heeft de eenvoud van een spandoek: Werk! De AOW-leeftijd wordt in 2020 verhoogd naar 66, in 2025 naar 67.

De weerstand groeit. Bij de FNV, de SP, de PVV. Het kabinet komt aan ons recht op onze ouwe dag.

Verzet is des te gemakkelijker omdat het kabinet zelf ook zo lang geaarzeld heeft. In juni nog noemde minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) in zijn notitie over de toekomst van de AOW een leeftijdsverhoging de „minst onaantrekkelijke optie” om de welvaartsstaat te redden. Dat is een keus uit kwaden, geen wenkend perspectief. Maar nu wordt het gepresenteerd als het rode ei van Columbus. Kom maar op, zei minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) na het kabinetsberaad tegen zijn critici.

De vergrijzing wordt voorgesteld als een schrikbeeld. Rapporten van overheidscommissies hebben grafieken met titels als ‘De grijze druk’. Ouderen zijn een last die drukt. Zouden adviescommissies begin jaren zestig vergelijkbare alarmerende rapporten over de babyboomers hebben geïllustreerd met cijfers over ‘de groene last’? Over de formidabele kosten van scholenbouw, onderwijs, sportvelden, studentenflats en bestrijding van jeugdcriminaliteit?

Misschien waren zij er, maar wie kent ze nog?

Politici zoeken al jaren naar oplossingen voor de bedreiging van de vergrijzing. Eerst was aflossing van staatsschuld het ideaal: de uitgespaarde rentebetalingen waren voor de extra AOW- en zorgkosten. Maar economie en staatskas zaten in de weg.

Nu is een hogere AOW-leeftijd de oplossing. Nederland sluit zich daarmee aan bij economische concurrenten, zoals Duitsland. Maar vergelijkingen met het buitenland hebben geen oog voor het aparte karakter van het Nederlandse pensioenstelsel. Nederland vertrouwt minder op de staat dan omringende landen, maar werknemers sparen zelf kapitalen in particuliere pensioenfondsen (laatste stand: 590 miljard euro).

Maar de Nederlandse overheid knijpt ’m en verhoogt de AOW-leeftijd voordat de meeste andere landen dat doen. Juist de Zuid-Europese staten hebben hogere vergrijzingstekorten dan Nederland.

Is dit het nieuwe Deltaplan tegen de vergrijzingskosten, of een paniekreactie om daadkracht te tonen? Het kabinet baseert zijn beslissing op een halfbakken analyse van een maatschappelijke aardverschuiving. De vergrijzing wordt bezien door het sleutelgat van de staatsbegroting. De gekozen oplossing is ook nog eens halfbakken: de AOW-leeftijd wordt verhoogd zonder de adviezen te kennen van de twintig werkgroepen die volgend jaar drastische bezuinigingsvoorstellen moeten doen.

De verhoging had de staatskas per saldo 4 miljard euro moeten opleveren. Dat was ook de opdracht aan het overlegforum van werkgevers, vakbonden en onafhankelijke experts in de Sociaal-Economische Raad: vind unaniem een alternatief. Maar de onderhandelingen mislukten doordat de werkgevers in staking gingen. Wat de SER niet lukte, lukt het kabinet nu ook niet. De komende tien jaar geen 4 miljard euro.

Anders gezegd: de economische crisis is wel het argument, maar de 4 miljard euro kan kennelijk gemist worden. De verhoging van de AOW-leeftijd draait niet om geld, maar om arbeid. Er moeten genoeg mensen aan de slag blijven om de arbeidsintensieve publieke diensten (leraren, gezondheidszorg) te blijven verlenen zonder dat de lonen worden opgedreven. Hogere lonen betekenen hogere belastingen en premies. Dat wil het kabinet niet.

De kabinetspleidooien voor werk, werk, werk hebben een missionair-ideologische kern. Balkenende, Bos, Rouvoet, Donner, allemaal studenten van de Vrije Universiteit. Stuk voor stuk mannen die de tale Kanaäns verstaan, zoals Bos dat twee jaar geleden verwoordde. Zij zijn opgegroeid met het calvinistisch arbeidsethos. „Ik leid de Partij van de Arbeid, hè”, zei Bos vorige week in Pauw & Witteman. „Niet de partij van de niet-arbeid.”

De toekomstige ouderen zijn rijker dan ooit. Zij betalen meer belasting. Maar Bos is niet geïnteresseerd in hun geld, maar in hun energie. De minister van Financiën: „U wilt toch geen belastingcenten aan uw bed? U wilt verpleging.”

De eerste politieke slag in het vergrijzingstijdperk gaat niet tussen oud en jong, of links en rechts, of arm en rijk. Het gaat tussen Zwitserlevengevoel en calvinisme. Zoals hoogleraar Harrie Verbon aan de (oorspronkelijk katholieke) Universiteit van Tilburg onlangs zei: „Deze crisis wordt gebruikt om het calvinistisch arbeidsethos door te drukken.”