'Choreografen zijn soms domme mensen'

De gevierde choreograaf Jirí Kylián stopt bij het Nederlands Danstheater. „Ik wil blijven werken met mensen met rimpels op hun gezicht.”

Het Nederlands Dans Theater (NDT) bestaat vijftig jaar. In thuisbasis Den Haag wordt dat feit de komende weken uitbundig gevierd. Een bomvol Holland Dance Festival toont aan dat de rebellenclub van weleer invloed heeft gehad op de hele internationale danswereld: gezelschappen uit Nederland, Frankrijk, Spanje, Duitsland, Zweden, Israël, de Verenigde Staten en Australië geven acte de présence.

Naast vreugde is er ook reden tot melancholie. Jirí Kylián maakt voor het openingsprogramma 50 Years of Challenging Dance zijn laatste ballet in de hoedanigheid van ‘werknemer’ van NDT. Per 1 januari staat hij niet meer onder contract bij de groep waarvan hij bijna 35 jaar het boegbeeld was.

In 1973 maakte Kylián als jonge, onbekende Tsjechische choreograaf zijn eerste werk voor de Haagse dansers. Twee jaar later werd hij artistiek leider en in 1978 zorgde hij met het overrompelende Sinfonietta voor de internationale doorbraak van NDT. Daarna volgden vele topwerken, aanvankelijk romantisch, uitbundig en lang van lijn, later steeds introverter en mysterieuzer, met abrupt afgebroken lijnen en flitsende details. In de wandelgangen wordt NDT ook wel ‘The Kylián Company’ genoemd, zelfs nadat de beroemde choreograaf tien jaar geleden terugtrad als artistiek leider.

Tien jaar dáárvoor had hij al aangegeven dat de verantwoordelijkheden van het leiderschap zwaar begonnen te drukken. Nu is het zover: voor het eerst in decennia zijn de pagina’s van zijn nieuwe agenda maagdelijk wit. Zijn ‘laatste’ choreografie voor NDT gaat over het verstrijken van tijd. Titel: Mémoires d’oubliettes.

‘Herinneringen uit vergeetputten’, dat klinkt omineus.

„Dat valt wel mee. Het is een ironische titel en het beeld sprak mij aan.” Kylián tilt een denkbeeldig putdeksel op, laat een vervaarlijk gegrom horen en deinst achteruit. „Ik vind het altijd moeilijk tijdens het scheppingsproces iets zinnigs over mijn werk te zeggen, maar in dit geval kun je het natuurlijk niet los zien van het feit dat ik een levensfase afsluit.

„Je werk documenteert je bestaan, of je het leuk vindt of niet. Dit werk wordt een meditatie over wat het betekent op te treden, over de vraag op welk moment het werkelijke optreden begint. En over wat zal worden herinnerd, wat je zou willen dat men zich herinnert, en wat niet. Tijd, snelheid, ouder worden. Het is een enorm thema. Misschien wordt het wel veel te verwarrend.”

Over herinneringen gesproken: u werd artistiek leider in een periode die een enorme bloei van de Nederlandse dans liet zien. Hoe kijkt u daarop terug?

„NDT was dankzij mensen als Glen Tetley en Hans van Manen al een beroemd gezelschap, maar toen ik kwam was het in verval. Ik zag het als mijn taak het gezelschap weer tot een eenheid te vormen, mensen zodanig te motiveren dat ze hun privéleven zouden willen opofferen voor het gezelschap, zichzelf als individu ten geschenke zouden willen geven aan de groep. Dat klinkt misschien pathetisch, maar zo was het. De choreografieën die ik destijds maakte, symboliseren dat streven.

„In Psalmensymfonie bijvoorbeeld staat iedereen van begin tot eind op het toneel, maar steeds breekt een enkeling uit die structuur. Er is discipline en een sterke onderlinge verbondenheid, maar ook plaats voor het individu. Onvermijdelijk was NDT niet alleen mijn werk, maar ook mijn partner. Het was het leven zelf: ik heb mensen zien komen en gaan, sterven, trouwen, kinderen krijgen, zelfmoord plegen.”

En in artistiek opzicht? Voelt u zich als maker nog verbonden met de choreografieën uit die tijd?

„U moet weten: choreografen zijn in wezen domme mensen. Zij veronachtzamen hun vroegere oeuvre en denken altijd dat ze nu bezig zijn meesterwerken te creëren. Totale nonsens. Natuurlijk heeft de tand des tijds aan die oude stukken geknaagd, maar daarom mag je ze niet zomaar van tafel vegen. Zonder die stukken zouden we niet zijn waar we nu zijn. Sommige choreografieën uit die periode, zoals Psalmensymfonie en Soldatenmis, kan ik nog steeds zien. Die hebben hun plaats in de historie van het gezelschap. Die moet je omhelzen en blijven uitvoeren. De directeuren na mij hebben dat ook gedaan. Dat zegt wel iets.”

Heeft dat inzicht uw ideeën over repertoirevorming veranderd? U bent destijds immers naar NDT gekomen omdat u zich niet aan een klassiek repertoiregezelschap wilde verbinden.

„Dat is een complexe kwestie. NDT is ooit begonnen als gezelschap van rebellen, waar het experiment voorop stond. Maar het is onmogelijk eeuwig rebel te blijven. Intussen is het een gevestigde groep geworden, met een repertoire dat tot de rijkste van de wereld behoort: Hans van Manen, Glen Tetley, William Forsythe, Lightfoot León, Kylián, Mats Ek, Ohad Naharin, noem ze maar op. Zo’n ongelooflijke weelde kun je niet zomaar weggooien en zeggen: dat was het verleden. Alhoewel NDT heel goed is in dingen weggooien. Echt briljant!”

Een beetje te goed?

„Veel te goed. Ongelukkigerwijs heeft NDT in het verleden niet veel gedaan aan documentatie. De balletten zelf zijn dankzij onze videomasters uitstekend onderhouden, maar het archief is echt een ramp. Als je een overzichtstentoonstelling zou willen maken, met oude foto’s, posters en dergelijke, stuit je op armoe. Als directeur heb ik voor heel veel zorg gedragen, maar niet daarvoor. Ook mij treft schuld.”

In vergelijking met nu waren de jaren van uw artistiek leiderschap in de danswereld ‘vette jaren’, waarin vele belangrijke, nieuwe choreografen zich manifesteerden. Had u gewoon het geluk op het juiste moment op de juiste plaats te zijn, of is dat te simpel?

„Het was een geweldig enerverende tijd met ongekend veel mensen die echt oorspronkelijk werk maakten, vanuit een eigen danstaal, originele ideeën en filosofieën. Soms diametraal tegenovergesteld aan elkaar, maar allemaal interessant.

„Maar je moet niet vergeten, en dat wil ik benadrukken: ik heb Naharin hier gebracht toen hij nog volslagen onbekend was. Mats Ek stond aan het begin van zijn loopbaan, Forsythe was nog lang niet tot het collectieve bewustzijn van de danswereld doorgedrongen.

„Talenten zijn als magneten: als je ze hebt, trekken ze andere aan. Daardoor werd Den Haag de plaats waar het allemaal gebeurde. Ik heb dus niet domweg de kersen van de taart geplukt, maar mensen uitgenodigd van wie ik vermoedde dat zij het potentieel hadden groot te worden. Daarvoor moet je bereid zijn je oogkleppen af te zetten.”

Het gezelschap heeft nu geen choreograaf meer als artistiek leider. Ziet u dat als een probleem?

„Een choreograaf als artistiek leider is een groot voordeel. Te veel groepen staan tegenwoordig onder leiding van mensen die geen scheppend danskunstenaar zijn. Zij vissen allemaal in dezelfde vijver van goede choreografen. Zo gaan al die groepen op elkaar lijken. Ook mijn werk staat bij al die gezelschappen op het repertoire.” Hij schiet in de lach. „Ik ben deel van het probleem! Maar zo gaat het. De ontwikkeling van de danskunst gaat in golven. Begin vorige eeuw had je Diaghilev en de Ballets Russes die een ongelooflijke stimulans gaven. NDT heeft ook zo’n periode gekend. Ik ben ervan overtuigd dat een volgende generatie andere terreinen zal ontdekken die nog braak liggen. Ik zal elke nieuwe ontwikkeling verwelkomen.”

Ook als dat betekent dat NDT het roer radicaal omgooit?

„Ook dan. Ze hebben verandering nodig. En mocht de nieuwe directeur besluiten geen Kylián meer te doen, dan zou ik dat volkomen acceptabel vinden. Echt, ik zou niet protesteren.”

En uw eigen plannen?

„Ik wil eerst een tijd met rust gelaten worden. Voor het eerst in mijn leven heb ik de luxe ‘nee’ te zeggen tegen dingen waar ik geen zin in heb en alleen te doen wat ik echt zelf wil. Werken met mensen uit andere disciplines, met ervaren mensen, mensen met rimpels op hun gezicht.”

Dus toch weer NDT, wat voorheen het seniorengezelschap NDT III was om precies te zijn?

„Niet per se NDT, maar zeker met ervaren kunstenaars. Ik vind het nog steeds crimineel dat NDT III is verdwenen.”

Vroeger werd de vraag gesteld: kan NDT zonder Kylián? Dat moet nu misschien worden omgedraaid: kan Kylián zonder NDT?

„O ja. Ik ben klaar. Ik ben echt klaar.”

Holland Dance Festival, 28/10 t/m 15/11. Inl: 0900-0102020 (45 cpm), hollanddancefestival.com