Als het W-woord valt

Doctor putting neck brace on patient. Jupiterimages

Een ingezonden brief in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) van deze maand. Over whiplash. Afkomstig van twee methodologen van de Hogeschool Rotterdam. Zij stellen dat de conclusie van Jan Buitenhuis, die in juni op whiplash promoveerde, niet klopt. Buitenhuis onderzocht welke factoren het herstel van whiplash voorspellen. Daaronder valt opvallend genoeg ook het woord zelf. Noem je het whiplash, dan vertraagt dat het herstel – ongeacht de ernst van de nekklachten.

Onzin, schreven de Rotterdammers in het NTvG. Dat het noemen van de term whiplash doorslaggevend is voor het herstel, blijkt volgens hen niet uit de statistiek van Buitenhuis. Maar dit is geen methodologische kwestie, blijkt al snel, maar een taalkundige: het is maar net hoe je ‘doorslaggevend’ interpreteert. Betekent dat dat die factor belangrijker is dan de klachten zelf? “Dat heb ik nooit willen beweren”, reageert Buitenhuis. “Ik concludeerde alleen dat ze allebei een rol spelen, onafhankelijk van elkaar.” Dat leidde hij af uit een logistische regressieanalyse. Daarmee kun je de invloed van factor X onderzoeken als je factor Y even buiten beschouwing laat.

De verwarring, zo denkt Buitenhuis, zat hem al in de Engelse tekst. Die stelt dat het toeschrijven aan whiplash een factor is die het herstel beïnvloedt, over and above de ernst van de nekklachten. In het Engels betekent dat volgens hem hetzelfde als in addition to, of besides – dus niet dat die eerste factor belangrijker is dan de tweede. Daarover wil hij geen uitspraak doen – want de statistische risicofactoren zijn door de manier waarop ze gemeten zijn niet eenduidig met elkaar te vergelijken.