Afghanistan is test voor hardheid Obama

Als Obama meer troepen naar Afghanistan stuurt, drukt hij een eigen stempel op het conflict. Een besluit daarover is ophanden.

U.S. Marines from Golf Company, 2nd Battalion, 3rd Regiment, 2nd MEB, 3rd MEF, play a game of basketball using a tire mounted on a wall at their combat outpost in the village of Dahaneh Sunday, Aug. 23, 2009, in the Helmand Province of Afghanistan. (AP Photo/Julie Jacobson) AP

TOM-JAN MEEUS

Officieel is het nog niet, maar de aanwijzingen stapelen zich op dat Barack Obama de oorlog in Afghanistan binnenkort gaat opvoeren.

Het zou zijn aanzien drastisch veranderen. Tot nu toe kon de president, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, volhouden dat hij de slepende conflicten in Afghanistan en Irak van zijn gesmade voorganger erfde. Maar als hij opnieuw extra manschappen naar Afghanistan stuurt – hij deed dat al een keer in maart –, drukt Obama zijn eigen stempel op het gewapend conflict in Afghanistan. Dan wordt hij oorlogspresident uit eigen verkiezing.

De laatste indicatie dat een troepenbesluit ophanden is, kwam gisteren van Obama’s minister van Defensie Robert Gates. Na beraad in Slowakije zei hij dat de NAVO- landen „aansturen’’ op zending van extra manschappen.

De regering-Obama beraadt zich al maanden op het verzoek van commandant-generaal McCrystal voor circa 40.000 extra manschappen in het komend jaar, en Gates heeft in dat debat formeel nog geen positie ingenomen. Maar zijn voorkeur is geen geheim meer. Twee weken geleden zei hij al dat er „te weinig troepen” in Afghanistan zijn. Sindsdien geeft hij voortdurend signalen af dat hij meer manschappen wil uitzenden.

En door zijn uitzonderlijke status – een Republikein uit de regering-Bush die op aandringen van Obama aanbleef – heeft de president amper speelruimte om van Gates’ advies af te wijken.

Er zijn meer indicaties dat de nieuwe troepenzending aanstaande is. Na druk van senator John Kerry, vertrouweling van Obama, was president Karzai deze week bereid een tweede ronde van de Afghaanse verkiezingen te accepteren. Een vorm van machtsdeling met zijn concurrent, Abdullah Abdullah, ligt nu voor de hand, en dat scenario vertoont op onderdelen gelijkenissen met de machtswisseling in Irak in 2006, zei Mark Moyar, een leidende deskundige inzake counter insurgency – de strategie waarbij het accent ligt op de bescherming van de bevolking – afgelopen woensdag bij het Center for Strategic and International Studies (CSIS).

Ruim een half jaar voordat Bush begin 2007 extra troepen naar Irak stuurde – de Surge – ontdeden de Amerikanen zich van de toenmalige Iraakse premier, Jaafari, die zij onbetrouwbaar vonden. Onder aanvoering van speciaal afgezant Richard Holbrooke probeerden de VS de laatste maanden iets soortgelijks met president Karzai, zei Moyar.

Karzai bleek een erg taaie gesprekspartner, maar Holbrooke’s aanpak suggereert dat Obama al voor de counter insurgency-strategie heeft gekozen waarop McCrystal zijn verzoek om meer troepen baseerde, zei Moyar. „Counter insurgency werkt alleen als je greep hebt op het nationale leiderschap’’, zei hij. Bemoeienis met de Afghaanse machtsvraag was kortom geen voorwaarde om tot een strategiebesluit te komen, zoals de regering suggereerde, maar „een onderdeel van de nieuwe strategie”, aldus Moyar.

Strikt genomen is counter insurgency een militair concept dat dichter bij de belevingswereld van Democraten dan Republikeinen staat. Het gaat uit van het idee dat het leger bescherming biedt aan niet-gewelddadige gemeenschappen, hun niet-militaire wederopbouw ondersteunt, en daarmee de Talibaan zijn krediet ontneemt.

Nadeel van counter insurgency is alleen dat het veel manschappen vergt – vandaar McCrystals verzoek – en dat het, zeker in de eerste maanden, tot relatief veel militaire slachtoffers leidt.

Om die reden willen belangrijke Democraten in het Congres dat McCrystals verzoek wordt geweigerd. Uit peilingen blijkt dat een ruime meerderheid van Democratische kiezers tegenstander van extra troepen is. De Afghaanse oorlog duurt acht jaar, en nu al wordt in Washington vastgesteld dat voor Obama het lot van Lyndon Johnson dreigt, die met aanhoudende troepenzendingen naar Vietnam in de jaren zestig alle krediet bij zijn Democratische achterban verspeelde.

Dat Obama van plan is zijn partij te trotseren, blijkt ook uit de ‘oorlog’ die hij is aangegaan met het overwegend behoudende FoxNews. Zijn adviseurs stoken dat vuurtje nu al weken op. De redenering is dat een besluit om extra troepen naar Afghanistan te sturen bij de eigen achterban minder hard aankomt als Obama in dezelfde periode een conflict met een conservatief symbool aan het uitvechten is.

Tegelijk heeft Obama te maken met kritiek die elke beginnende Democratische president treft. „Is hij wel hard genoeg?”, vroeg de invloedrijke National Journal vorige week in een omslagverhaal af. In de Amerikaanse beleving moet de wereld ook vrees voor de president hebben, en het blad signaleerde met recente voorbeelden dat dit niet het geval is: ondanks Obama werd Chicago onmiddellijk afgeserveerd als kandidaat voor de Olympische Spelen, en zelfs de Schotse regering gaf niet thuis toen Obama wilde dat de dader van ‘Lockerbie’ niet vrijkwam.

„Hij is een weifelaar”, jubelde ex-vicepresident Cheney deze week. Dergelijke kritiek kan Obama alleen pareren met een kloek besluit over Afghanistan. Daarvan tekenen de contouren zich steeds helderder af.