Zorgvuldig

Na zes weken op een schaars bewoond eiland was ik terug in Amsterdam. Zo gaat het als je ergens een poos niet ben geweest: je herkent het vertrouwde maar toch is je blik ververst. Je kijkt met instemming, je bewondert, je ergert je en al doende word je herboren in je eigen gevoelens.

En toen overkwam me een grote verrassing. Zittend in lijn 10 tussen het Leidseplein en het Weteringcircuit had ik me voorbereid op de aanblik van het met graffiti bezwadderde Kommiezenhuisje, het monumentje, het éénpersoons paleisje aan de Weteringschans 30, aan het einde van de Boerenwetering. Het is in 1842 gebouwd, was toen een tolhuis, waar je moest betalen voor je verder mocht varen. Nu is er een gemaal voor de riolering in gevestigd. Het maakt geen verschil waartoe het dient; het is een prachtig bouwwerkje. Dat heeft Monumentenzorg ook beseft. Sinds 1992 staat het onder nummer 6401 01 op de lijst van de grote Amsterdamse monumenten.

Misschien hadden de jonge graffitisten daar ook een vermoeden van. Het liefst spuiten ze hun tags, zoals ze hun tekens zelf noemen, op beroemde gebouwen of moeilijk toegankelijke plaatsen. Ik moet bekennen dat ik me dit laatste wel een beetje kan voorstellen. Het is het bewijs van een prestatie. Een paar dagen geleden is deze eerzucht een jongen uit Capelle aan de IJssel noodlottig geworden. Om vijf uur ’s ochtends was hij met een vriendje langs de metro bezig een muurtje van het bewijs van zijn aanwezigheid te voorzien, werd gegrepen door een trein die een proefrit maakte en overleefde het niet. Bij het spel, in je onschuld te sterven is verschrikkelijk. Een reden om de uitvinding van de spuitbus te vervloeken.

Nu, in lijn 10 zittend, was ik me erop aan het voorbereiden om mijn ergernis over het mishandelde gebouwtje de vrije loop te laten (wat op zichzelf een zeker lustgevoel kan wekken) en toen kon ik mijn ogen niet geloven. Het hele gebouwtje was graffitivrij. In smetteloos gebroken wit stond het daar in al zijn pracht in het grasveldje. Had ik met mijn kleine campagne tot dit herstel bijgedragen? Ik geloof niet zo in de macht van het geschreven woord. Maar in ieder geval, diep tevreden reed ik verder.

De tram kwam aan het Frederiksplein. Altijd wijd ik daar een kleine gedachte van herdenking aan de Galerij, het genadeloos gesloopte overblijfsel van het Paleis voor Volksvlijt. En altijd denk ik even aan het initiatief van Wim T. Schippers die een comité heeft opgericht tot sloop van De Nederlandsche Bank en herbouw van de Galerij. Directeur Nout Wellink heeft er geen bezwaar tegen als onze nationale goudschat ergens anders veilig kan worden opgeborgen. Maar dit terzijde.

Op de hoek van het plein en het Oosteinde staat een magnifiek, zorgvuldig onderhouden negentiende-eeuws herenhuis, donkerbruin geschilderd. Nauwelijks is het schilderwerk klaar, of daar komt een graffitist die er met zilveren verf zijn tag op spuit. Ik verdiep me in de geestesgesteldheid van de eigenaar, wat hij voelt als hij ontdekt dat die anonieme vandaal weer aan de slag is geweest. Om gek van te worden.

Dezer dagen is aflevering 8 van het Jaarboek van het Bureau Monumenten & Archeologie verschenen, een publicatie die zich met alles bezighoudt wat de Amsterdammers op dit gebied na aan het hart ligt. De gemeenschappelijke noemer is zorgvuldigheid. We willen voor alles dat er zorgvuldig met onze stad wordt omgesprongen, is de ondertoon van dit Jaarboek. Daarvan is dit Kommiezenhuisje een driedimensionaal bewijs.

Nu de rest nog.